Ard Schenk: 'shorttrack overvleugelt het langebaanschaatsen’

Ard Schenk tijdens het WK allround in Hamar. ‘De ISU waant zich machtig, maar het kan niet anders dan dat er zweet in de stoel zit.’Beeld ANP

Drievoudig olympisch kampioen Ard Schenk ziet meer in vernieuwing van de organisatie dan vernieuwing van de schaatssport, zo vertelt hij tijdens het WK Shorttrack dat nu in Rotterdam plaatsvindt.

Het is niet ondenkbaar dat het schaatsen op de langebaan op termijn van de olympische agenda wordt geschrapt. De veranderingen sinds het einde van de negentiende eeuw zijn minimaal geweest, het is nog steeds linksom rijden en wisselen. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) lijkt meer te zien in hippere sporten als snowboard.

Dat zegt Ard Schenk, schaatsheld van vroeger: drievoudig olympisch kampioen, drie keer wereldkampioen allround. Schenk (72) vindt shorttrack veel beter bij deze tijd passen. “Als het shorttrack er voor zorgt dat de spanning er in blijft en de mensen goed wordt uitgelegd hoe het spel en het programma in elkaar steken, dan denk ik dat shorttrack de langebaansport gaat overvleugelen. Misschien niet in Nederland, maar zeker in de rest van de wereld. Dat kan in een paar jaar gebeurd zijn.”

Hij is enthousiast over het schaatsen op het binnenbaantje van 111 meter en is vandaag aanwezig bij de races tijdens de WK in Rotterdam. Schenk verwacht veel jong volk op de tribunes van Ahoy. “Die kijken niet meer televisie, die kijken telefoon. Daar kun je mooie items voor inbrengen. Kijk, die ligt op kop en zijn hartslag is veel lager dan die van nummer vijf. Hoe kan dat nou?”

De volgspot is op de schaatser gericht. De heat is gereden. Maar de uitslag is nog niet bekend. De scheidsrechter checkt de video of de race ordelijk is verlopen. Schenk: “Spannend. De essentiële momenten wil je nog eens zien. Was het een fout of niet? Wat de scheidsrechter zegt, maakt geen donder uit. Laat het maar zien. Iedereen is er dan mee bezig. Heb jij gelijk of ik? Wedden? Ik zeg dat hij wordt gediskwalificeerd. Jij niet, prima. Proost. Dan maak je iets levend. Dat is anders dan een rondje van 31,2. Mooi gereden. Hij heeft weer gewonnen. Er moet discussie zijn.”

Die toeschouwers willen er de volgende keer weer bij zijn, zeker als in dweilpauzes hun favoriete artiesten optreden. “Je moet er geen kermis van maken. Dat gevaar bestaat”, meent Schenk. “De bedaarde bestuurder zal veel tegenhouden en zeggen dat het onze mooie sport is. Maar die sport ontwikkelt zich, net als de wereld.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Ard SchenkBeeld ANP

Prikkelen

Het succes van shorttrack in Nederland is deels te danken aan de aanpak van bondscoach Jeroen Otter. “Hij nodigt goede mensen uit. Laat schaatsers uit Kazachstan in de keuken kijken. Hij is niet bang om geheimen te verklappen. Concurrentie stimuleert de prestaties. Dan worden nationale teams langzamerhand internationaal. Het grappige is: de actieve schaatswereld integreert. De liefde kan daarbij ook nog beetje helpen.”

Volgens Schenk gaan de ontwikkelingen op de 400-meterbaan te langzaam. Toevoeging van nieuwe onderdelen aan het programma, zoals mass start en ploegenachtervolging, maken het schaatsen op de lange baan niet flitsender. Via columns in De Telegraaf probeert Schenk al jaren schaatsbobo’s te prikkelen. Zelf was hij lid van de technische commissie van de Internationale Schaats Unie, opsteller van een toekomstplan voor de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijdersbond (KNSB) en drie keer chef de mission van de Nederlandse ploeg bij de Olympische Winterspelen.

“Bestuurders zeggen vaak dat ze er zijn om de sport te verder te brengen. De werkelijkheid is anders. Je kunt dat hele Fifa-toneelstuk toch niet goed voor de ontwikkeling van het voetbal noemen? Bij de ISU heb ik verkiezingen meegemaakt. Die staan altijd voor de laatste dag op de agenda. Iedereen zat daarvoor op zijn handen. Je doet niets. Nieuwe kandidaten moeten vertellen wat er moet gebeuren met de sport. Dan kun je kiezen en de resterende dagen aan het werk.”

Schenk meent dat ISU-voorzitter Jan Dijkema vaker met de vuist op tafel moet slaan. Hij constateert dat er met de komst van Dijkema meer openheid is. Maar hij vindt een ambtstermijn van twee jaar te kort om plannen te ontwikkelen. Pogingen om meer landen bij het schaatsen te betrekken, kunnen op Schenks steun rekenen. Dat is een vooruitgang na het afscheid van de voorganger van Dijkema, de Italiaan Ottavio Cinquanta. “Die moest twintig jaar volmaken. Dan word je waarschijnlijk erelid bij het IOC. Dan kun je de rest van je leven nootjes eten en eerste klas vliegen. Ik zeg het wat schertsend, maar zo heb ik het gevoeld en gezien.”

Wel is Schenk te spreken over het idee om twee jaar voor en twee jaar na de Spelen een Winterfestival te houden waar alle vormen van schaatsen (kunstrijden, langebaan, shorttrack en synchoonschaatsen) hun wereldkampioenschappen organiseren. “Kleine Olympische Spelen. Goed neergezet, kan dat laten zien hoe mooi onze sport is. Schaatsfans zullen het waarderen. Laat de sport daarbij vormen vinden waar de teamprestatie van pakweg Team LottoNL-Jumbo ook punten krijgt. Die bonden richten zich op nationaliteit. Omdat jonge mensen overal reizen, vervaagt dat idee.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Ard SchenkBeeld anp

Commerciële teams

Schenk stelt dat de macht van sportbonden onmiskenbaar aan het tanen is. “De ISU waant zich machtig, maar het kan niet anders dan dat er zweet in de stoel zit.” Hij maakt een vergelijking met het wielrennen. De organisatie van wielerkoersen is in handen van managers, niet van traditionele bestuurders. “Misschien moet de KNSB daar naar kijken. Ze moeten ervoor zorgen dat er een vijver ontstaat waar je schaatsers kunt vinden en een arts, fysio, krachttraining.”

Acht jaar geleden kwam Schenk met een plan om in het Nederlandse schaatsen top- en breedtesport organisatorisch te scheiden. De topsport zou dan een zaak zijn van de commerciële teams, de KNSB zou de jonge schaatsers opleiden. Het plan werd als te radicaal ervaren verdween in een lade van het bondsbureau.

Schenk: “Die lade is uiteindelijk wel opengegaan. Regionale opleidingscentra komen voorzichtig tot stand. Het punt is echter dat die teams zich sneller ontwikkelen dan de KNSB. De bond heeft mensen in dienst voor marketing. Je moet je afvragen of de sport zichzelf niet vermarkt. Goede schaatsers zorgen voor bekendheid. Dan hoef je je niet druk te maken of er wel nieuwe schaatsers komen.”

Die nieuwe schaatsers mogen zich voorlopig nog internationaal profileren in wereldbekerwedstrijden, in Schenks tijd een onbekend fenomeen. Hij noemt die wedstrijdenreeks ‘een technocratische manier om je voor de kampioenschappen te kwalificeren’. Schenk vindt dat er iets anders moet worden verzonnen. “In Nederland moet je begin november al in topvorm zijn en in maart ook. Logisch dat ze in december even naar de zon gaan om te fietsen, even ontspannen. De visie van atleten, trainers en begeleiders is anders dan die van organisatoren. Dat klopt niet. Je moet er weer wintersport van maken. Je begint eind november en eindigt begin maart.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden