architectuur

AMSTERDAM - Of Amsterdams ambitieuze IJ-oeverplannen doorgaan en in welke vorm, dat is op dit moment de vraag. Naast het Centraal Station staan in ieder geval vast twee gloednieuwe gebouwen: het Wagons-Lits kantoorgebouw en het daarnaast liggende Ibis Hotel van architectenbureau Benthem-Crouwel.

"Of je het nu mooi of lelijk vindt, het is in ieder geval een uitgesproken gebouw en geen halfbakken compromis" , is architect Mels Crouwels rake typering van de hoge, ellipsvormige kantoortoren van WagonsLits. Het is een opvallend, modern gebouw met aluminium zonneweringen en - balkons. Een uitgesproken knap gebouw ook, daar het ondanks zijn hoogte en elf verdiepingen nergens oogt als een massief en ongenaakbaar blok.

Een nieuw gebouw op deze plek in het hart van Amsterdam, naast het Centraal Station waar dagelijks duizenden mensen voorbijkomen, krijgt automatisch een stroom van kritiek te verduren, zeker wanneer het zo uitgesproken modern is als dit. Als bijnaam zijn al 'pisbak', 'urinoir-krul' en 'schip' bedacht. Behalve kritiek op het high-tech uiterlijk van het gebouw in een historisch geachte omgeving gingen veel klachten over de toestemming van de gemeente voor een versnelde procedure, die zorgde dat hier al gebouwd kon worden terwijl de IJboulevard nog in de planfase verkeerde. Paradoxaal genoeg is de situatie nu omgekeerd: nu de IJoeverplannen door financieringsproblemen in de ijskast zijn gezet, is het juist een pluspunt dat deze twee gebouwen wel gerealiseerd zijn en er voor zorgen dat het enorme, open tochtgat voor het Centraal Station eindelijk op een plein begint te lijken.

De toren van Wagons-Lits vormt een duidelijke markering van het stationsplein, net zoals het krullerige, neo-renaissance-station van architect P. Cuypers, de neo-barokke koepel van de Sint-Nicolaaskerk uit 1885-'87 van architect A.C. Bleys en het massieve pand van het voormalig administratiekantoor van de Spoorwegmaatschappij aan de Droogbak uit 1884 van architect C.B. Posthumus Meyes dat doen. Het knappe aan Wagons-Lits is echter dat het de ruimte wel bepaalt maar niet afsluit: doordat de lange kant haaks op het plein en de sporen staat, vormt het een schakel met het spoor en het water van het IJ daarachter.

Functionalistisch

De architecten Jan Benthem en Mels Crouwel verbouwden eerder museum Overholland in Amsterdam en een wolfabriek in Tilburg tot Stichting De Pont. Momenteel werken zij aan de nieuwbouw van Schiphol en de uitbreiding van de universiteit in Groningen. Hun ontwerpen ontstaan steeds door puur vanuit de functie te denken. De uiteindelijke vorm kan er wel speciaal uitzien, zoals bij Wagons-Lits, maar was nooit het uitgangspunt. Anno 1993 is functionalisme echter een breed begrip, dat meer betekent dan rechttoe, rechtaan bouwen; voor Benthem en Crouwel zijn overwegingen als het uitbuiten van de locatie, energiebesparing en communicatiebevordering ook functionele overwegingen. Zo is het trappenhuis van Wagons-Lits zo geplaatst, dat het een schitterend uitzicht over het IJ geeft; hierdoor is het veel aanlokkelijker de trap te nemen, dan de lift.

De opdracht voor het kantoorgebouw van Wagons-Lits was ingewikkeld. Het bouwperceel was klein, schuin op de kop van het kunstmatige eiland gelegen, dat eind vorige eeuw voor de bouw van het station werd aangelegd: een knooppunt van fiets -, wandel - en buswegen, grenzend aan het water aan de ene, aan het spoor aan de andere kant. De oplossing was om het kantoorgebouw op zeven kolommen te bouwen. Door de entree op de begane grond te laten inspringen, kon een smalle weg daar voorlangs lopen, onder het gebouw door. Een loop- en fietsbrug over het water verbindt deze weg met het stationsplein.

De ellipsvormige plattegrond heeft als voordeel dat het gebouw aan alle kanten bij de stad betrokken is. Een uitgesproken voor - en achterkant heeft het daardoor niet en gezien vanuit de trein hoort het net zo goed bij het station als bij de stad. Bovendien maakt de ronde vorm dat je altijd om het gebouw heen kunt kijken, waardoor het minder massief oogt. Ook op de bij het IJ altijd aanwezige wind heeft de ellipsvorm een gunstig effect: bij gebrek aan vlakke wanden kunnen geen valwinden langs de gevel ontstaan.

Helder vensterglas

Een tweede uitgangspunt bij de bouw was de keuze voor helder vensterglas. De architecten wilden in het hart van de stad, tussen panden met een veelzijdige licht - en schaduwwerking, beslist geen blinde kolos met spiegelende wanden neerzetten. Bij gebruik van helder glas is echter zonwering nodig, en liefst geen ingebouwde, omdat die wel tegen licht maar niet tegen zonnewarmte beschermt. Vanuit deze eisen ontstond het idee voor de gefacetteerde aluminium zonwering van horizontale lamellen, die rond het gebouw loopt en speciaal voor dit project werd ontwikkeld. Door de grootte van de opdracht was het lonend om speciale elementen te laten fabriceren. Om de ramen te wassen waren balkons nodig, die tegelijk als extra vluchtweg konden dienen: een dubbele functie, die het pand meteen zijn karakteristieke uiterlijk geven.

Aan de dakafwerking besteedden de architecten extra aandacht, uit ergernis dat bij veel gebouwen de installaties als een noodzakelijk kwaad op het dak worden weggemoffeld in een lelijke doos. In dit geval zou het dak van de hoge kantoortoren moeten communiceren met fraaie afwerkingen als de Sonesta-koepel en de Nicolaaskerk. Door zich te laten leiden door de vorm van de installaties ontstond een techniekruimte met een dynamisch uiterlijk, een moderne tegenhanger van deze historische koepels.

Het Ibis-hotel staat naast de kantoortoren langs de spoorlijn. Aan de plattegrond van het hotel viel geen eer te behalen: de Franse hotelketen hanteert bij nieuwbouw een aantal kant en klare, voorgeschreven plattegronden. Benthem-Crouwel koos de variant waarbij de badkamers aan de voorkant liggen en de gevel een golfvormig ritme geven, dat goed bij de waterrijke omgeving past. Door de buitenste (spouw)muur van de voorgevel van glasstenen te bouwen, kreeg het standaard-karakter van het hotel toch nog enig eigen aanzien. Doordat in de glasstenen het licht ongelijkmatig weerkaatst, wordt de gevel minder saai.

In meerdere opzichten vormen de twee gebouwen elkaars component. Beide zijn in zachte grijs- en zilvertinten uitgevoerd en hebben een oppervlak dat het licht veelzijdig breekt en reflecteert. Ibis zet de horizontale lijn van de stationsoverkapping langs de spoordijk door, Wagons-Lits rijst smal en hoog op. De uitgebouwde badkamers maken de geleding van Ibis verticaal, die van Wagons-Lits is horizontaal door de zonneschermen en de balkons. Daardoor houden de twee gebouwen elkaar precies in evenwicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden