architectuur

T/m 7 febr in het Rijksmuseum Kroller-Muller, Otterlo, open di t/m za 10-17u, zo 13-17u (beh 25, 26 dec en 1 jan 1993). Het gelijknamige boek is in het museum verkrijgbaar, f 65.

In het Nationale Park De Hoge Veluwe liggen ze nog altijd: de stapels genummerde, op maat gehakte blokken Maulberger zandsteen, bedoeld voor de bouw van het 'Museum bij de Franse Berg' van architect Henri van de Velde. Voor zover ze inmiddels niet voor andere monumenten door heel Nederland gebruikt zijn, liggen de stenen verspreid tussen de stuifduinen. Het enige stukje van dit museum dat ooit gerealiseerd werd, is het terras, waar men in 1921 iets te enthousiast aan begon. Door financiele problemen viel de bouw stil en werd nooit hervat.

De tentoonstelling geeft een indruk van dit grootse gebouw van 150 bij 75 meter. Op het bouwterrein bij de Franse Berg zijn bovendien met latten de contouren van het grondplan uitgezet. Zelfs een blik op het interieur is mogelijk door de computeranimatie die conservator Johannes van der Wolk en twee studenten bouwkunde van het gebouw maakten op grond van de bouw- en ontwerptekeningen.

Behalve van dit museum geeft het museum Kroller-Muller met ontwerp- en bouwtekeningen (het museum bezit zo'n 1900 exemplaren), maquettes en oude foto's een beeld van de nooit uitgevoerde ontwerpen die Berlage, Behrens, Van der Rohe en Van de Velde voor het echtpaar Kroller maakten. De ideeen van de Krollers over moderne architectuur komen er duidelijk in tot uitdrukking. Natuurlijk dienden de (kantoor)gebouwen die prominente architecten als Berlage en Van de Velde bouwden, als ondersteuning van het bedrijfsimago van de firma Muller & Co. Maar behalve dat moest een aantal gebouwen van Helene Kroller-Muller nog meer uitstralen; ze moesten 'het gemoed wat te zeggen hebben'. Zelf bedacht ze de plattegrond en het 'levensgevoel' wat het pand volgens haar zou moeten uitstralen. Om de opdracht te krijgen, moest de architect in kwestie dat tot uitdrukking weten te brengen.

De Krollers stelden zich op als echte maecenassen. Als zij en haar man - de handelaar en projectontwikkelaar Kroller - dan toch zoveel geld teveel hadden, moesten daar 'monumenten van deze tijd' mee worden gebouwd, die aan de verheffing en het genot van de gemeenschap zouden bijdragen, vond Helene Kroller. Sinds de cursussen kunstbeschouwing die ze in 1906 bij de Haagse kunstkenner H.P. Bremmer had gevolgd, had ze gevoel voor moderne kunst ontwikkeld; daarnaast liet ze zich door Bremmer adviseren. De idealist Van Gogh was haar favoriete schilder en als 'kunstenaar-architecten' in haar dienst wilde ze alleen de allermodernste.

Voordat zij tot het verlenen van de definitieve opdracht overgingen, lieten de Krollers zich graag volledig overtuigen. De vele, prachtige schetsontwerpen op de tentoonstelling zijn dan ook vaak zeer inzichtelijk uitgewerkt, ruimtelijk en in kleur. Van de ontwerpen voor het landhuis Ellenwoude van Peter Behrens en diens leerling Ludwig Mies (die zich later Mies van der Rohe ging noemen) werden indertijd op de bouwlocatie zelfs modellen op ware grootte opgetrokken met behulp van latten en zeildoek. Dit is te zien op enkele foto's op de expositie. Deze curieuze modelbouw bleek vergeefse moeite, want beide ontwerpen werden nooit gerealiseerd. Op voorspraak van de kunsthistoricus en Van Gogh-biograaf Meier-Graefe ging de opdracht naar Berlage.

Uitgebreide achtergrondinformatie geeft het bij de tentoonstelling uitgegeven boek, dat ondanks de soms wat schoolmeesterachtige toon een interessante en degelijke aanvulling vormt van de tot nu toe bekende gegevens over de Krollers als opdrachtgevers. Conservator Van der Wolk ontzenuwt in dit boek hardnekkige fabeltjes over het echtpaar, zoals het beeld van de heer Kroller als cultuurbarbaar en het verhaal dat het jachtslot St. Hubertus door mevrouw Kroller zou zijn gebouwd als boetedoening voor het 'oorlogsgewin' van de firma Muller. Inderdaad verdiende deze in de eerste wereldoorlog veel geld, mede doordat Nederland toen neutraal was, maar volgens Van der Wolk is de bewering dat de symboliek van de legende over de bekeerling St. Hubertus tot in de architectuur van het jachtslot tot uitdrukking komt, een 'typisch rondleidersverhaal'.

Met het Rijksmuseum Kroller-Muller (in 1938 door Van de Velde gebouwd als 'overgangs'museum tot de bouw van het grote museum kon worden hervat) zijn dit jachtslot St. Hubertus van Berlage en arbeiderswoningen van Kropholler enkele van de gebouwen die in opdracht van het echtpaar Kroller in het Nationale Park De Hoge Veluwe zijn gebouwd. Van de Veldes 'Museum bij de Franse Berg' had hier het hoogtepunt moeten worden, maar de bestaande gebouwen hebben Helene Mullers hooggestemde idealen al verwezenlijkt: ze zijn 'een grote les hoe ver aan innerlijke beschaving een koopmansgezin uit het begin der eeuw 't heeft gebracht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden