Architectuur is geen kunst

Het gesprek wordt gevoerd op kratten en krukjes in de schitterende nieuwe Oostberlijnse galerie die omringd is door bouwputten. De Berlijnse galeriste Kristin Feireiss hecht geen waarde aan een representabel kantoor en daarom is zelfs een paar stoelen niet te vinden. Een bezoeker brengt kerstkoekjes. Jammer genoeg is het bijbehorende café, waar de 53-jarige Feireiss meestal te vinden is, te luidruchtig voor een uitvoerige conversatie.

Als de Berlijnse Kristin Feireiss in april volgend jaar directeur wordt van het Nederlands Architectuur Instituut, zal dat niet onopgemerkt blijven. Dat zal iedereen bevestigen die haar eens ontmoette. En niet alleen omdat ze liever niet wil plaatsnemen in de geïsoleerde directeurskamer boven in het Rotterdamse museumgebouw. Als ze het ietwat ontoegankelijke museum in het park net zo bestiert als haar twee architectuurgaleries in West- en Oost-Berlijn, zal er al snel na haar aanstelling veel over architectuur worden gesproken. Eerst zullen de Rotterdammers merken dat er wat gebeurt in het architectuurmuseum en dan de rest van Nederland en de wereld. Zo ging het tenminste de afgelopen vijftien jaar in Berlijn.

Het gaat Feireiss niet alleen om het tentoonstellen van architectonische ontwerpen. Het gaat haar misschien nog meer om de discussie, of het alledaagse gesprek eromheen. Daarom zijn haar galeries ook ondenkbaar zonder de aanpalende café's, waar de vernissages met architecten en publiek al jarenlang op grote familiebijeenkomsten lijken. Wie uit de S-Bahn aan de uiterst centraal gelegen Savignyplatz komt, kan niet om Café Aedes heen met de lekkerste koffie en de smakelijke hapjes. De galerie is direct vanuit het café te bereiken. Wie naar de wc moet, moet architectuur bekijken. Het café-toilet is in de galerie.

Toen ze vijftien jaar geleden haar eerste galerie Aedes opende samen met haar inmiddels overleden vriendin Helga Retzer, deed ze dat “omdat we teveel architectuurtentoonstellingen zagen die we niet begrepen.” Als kunsthistorica meende ze dat het ook anders kon: “Architectuur moet niet als kunst worden getoond, maar als concept.” De vorm was weliswaar niet onbelangrijk maar de ontstaansgeschiedenis van een ontwerp en het gebruik van een gebouw, stonden en staan voor Feireiss voorop. Het politieke debat en het informeren van het 'gewone' publiek, zijn voor Feireiss net zo belangrijk als de esthetische kwaliteit van een ontwerp. “We zeggen nooit: oh wat een mooie tekening, die lijsten we in. We vinden het natuurlijk leuk als het er mooi uit ziet maar voor ons is het concept het belangrijkste, dat wat er achter het ontwerp steekt. Daarom was het ook nodig catalogi uit te geven, inmiddels zo'n tweehonderd, omdat over de gedachtengang achter een ontwerp ook iets te lezen moet zijn. Ze zijn ook met opzet relatief goedkoop, die catalogi, en over de hele wereld te koop.”

De toegankelijkheid van architectuur staat voorop. “We wilden een ander publiek bereiken en niet architectuur als onderonsje presenteren voor een select groepje van vakgenoten die zeggen: als de anderen dat begrijpen hebben ze geluk gehad, als ze het niet snappen, hebben ze pech. Deze toegankelijkheid wordt steeds belangrijker omdat architectuur iedereen aangaat.”

Kristin Feireiss maakt niet alleen tentoonstellingen in de twee galeries, ze geeft niet alleen bij iedere tentoonstelling een catalogus uit, ze is ook nog lector voor architectuurboeken en architectuurcriticus voor verschillende Duitse vaktijdschriften. Voordat ze een galerie had, maakte ze bovendien nog ontelbare radio-uitzendingen over architectuur. Maar bovenal is ze in Berlijn één van de centrale figuren bij de architectuurdiscussies over de wederopbouw van de stad. Ze zit in jury's, ze leidt forumdiscussies, ze organiseert lezingen van 's werelds beroemdste architecten en ze reist ze achterna.

Feireiss wil jonge architecten onder de aandacht te brengen en tegelijkertijd had ze altijd oudere meesters op het programma. In de catalogus ter gelegenheid van vijftien jaar Aedes, verschenen bij de opening van Aedes East, zijn haar gasten afgebeeld en genoemd. Ze maakte al in 1981 een tentoonstelling met Rem Koolhaas, tien jaar voor hij in het New Yorkse Museum of Modern Art zijn werk toonde op de 'Deconstructivistenshow': “Rem Koolhaas is de revolutionairste en belangrijkste visionaire architect van deze generatie.” Maar ze maakte in het begin ook tentoonstellingen met John Hejduk, Peter Eisenmann of met Philip Johnson. Er zijn weinig architecten van naam te bedenken die niet een keer bij Feireiss te gast waren. Tegelijk was ze de eerste galeriste in Duitsland die werk van architectuurstudenten presenteerde met de bijbehorende catalogus. “Het ging ons er niet om van iedere jonge architect een ster te maken. Maar er zijn ontwerpen en concepten die gewoonweg getoond moeten worden omdat ze belangrijk zijn. Sommigen kopiëren de oudere meesters maar anderen ontwikkelen een eigen idee. Die tentoonstellingen waren altijd zeer levendig, het was nooit pure theorie. Dat is belangrijk. Ik wil altijd laten zien wat architecten maken en hoe ze dat doen, zodat je ermee in contact komt. De theorie ervaar je ook maar dat is ondergeschikt. Je moet kunnen zien wat ze willen. Dat is niet eenvoudig en het lukt niet altijd want het is niet makkelijk om architectuur in een tentoonstelling om te zetten. Eigenlijk is het gebouw uiteindelijk de expositie. Dat is anders dan met kunst. Bij kunst is dat wat aan de wand hangt het doel. Maquettes zijn altijd slechts een model van het uiteindelijke resultaat, dat is behelpen. Zo toon ik een ontwerp het liefst vanaf de eerste schets tot en met foto's van het gebouw of van de bouwput, zodat je kunt nagaan hoe de verschillende stappen zijn geweest. Daarom is het ook belangrijk dat je de originele schetsen en ontwerpen toont. Als ik een schets zie van bijvoorbeeld Alvaro Siza, die ik zeer waardeer en waarmee ik zeker een tentoonstelling zou willen maken in Rotterdam, dan lees ik daar direct de aanpak van het ontwerp aan af. Dat geldt voor nog een paar andere architecten. Sommigen doen hetzelfde met een model, ze schetsen als het ware met karton en schuimplastic. Het is belangrijk dat allemaal te laten zien.”

Het werk van de jonge Nederlandse architect Ben van Berkel, die haar café en galerie in Oost-Berlijn vorig jaar verbouwde, toonde ze al tien jaar geleden toen hij nog studeerde. Hij deed ook mee aan een enorme tentoonstelling met visionaire plannen voor Berlijn in 1989. “Hoewel visionair inmiddels een scheldwoord geworden is, althans in Berlijn.” Maar het opvallende aan deze tentoonstelling was dat de ontwerpen gemaakt werden vóór de Wende maar dat ze naderhand nog te zien waren, onder andere in Moskou en Parijs. “Een deel van de plannen, vooral de Amerikaanse of de Franse, hield helemaal geen rekening met de muur. Toen die tentoonstelling ná de Wende te zien was had de realiteit het visioen ingehaald. Toen vroeg de stad Parijs of ik dezelfde expositie voor Parijs wilde organiseren.”

Kristin Feireiss bemoeit zich allang met veel meer dan alleen haar eigen galerie. Sinds ze niet meer het 'meisje' is waarvan iedereen dacht dat haar man welzeker architect was en zij allang heeft geantwoord dat hij arts is en zij alles zelf doet, heeft ze de neiging zich met de architectuurdiscussie binnen en buiten Berlijn te bemoeien. Ze vindt dat steeds belangrijker worden: “Er is op het moment een enorme vercommercialisering van architectuur. We hebben de architectuursterren en een vloedgolf van boeken die voor een deel absoluut inhoudsloos zijn en alleen bestaan om de architectuur of de architect te verkopen. Tegelijkertijd is de rol van de architect dramatisch veranderd. De invloed van de architect houdt tegenwoordig bijna direct na de eerste tekening op. Ze zijn vrijwel gereduceerd tot vormgever. Vroeger moesten ze het hele bouwproces begeleiden tot in de details. Dat is voorbij. Er is geen investeerder meer die zal accepteren dat een architect zich verder met zijn ontwerp bemoeit. Dat is een kwestie van macht en geld geworden. Aan de andere kant wordt het imago van de architecten enorm opgeblazen en worden steeds weer dezelfde sterren uitgenodigd. Dan zijn er de steden die prijsvragen organiseren en die ook weer dezelfde namen vragen. Daarom zou ik, ook graag bij het Nederlands Architectuur Instituut, willen bekijken of we steden en investeerders kunnen gaan adviseren. Dat doe ik hier in Berlijn ook voor een deel. Vrijwel alle jonge architecten die ik hier heb voorgesteld bij het stadsbestuur, hebben uiteindelijk opdrachten gekregen of prijzen gewonnen. Het is uiterst belangrijk je met de actuele politieke discussie te bemoeien. Architectuur is, in tegenstelling tot kunst, onderdeel van de samenleving. Bovendien hangt het louter esthetische debat me zo langzamerhand de keel uit. Er is al zoveel tijd verloren gegaan aan stijldiscussies.”

Ze wil nog niet gedetailleerd spreken over haar plannen met het Nederlands Architectuur Instituut. Daarvoor is de benoeming, waarvoor ze niet heeft gesollicicteerd, nog te vers. Maar een beetje heeft ze al vooruit gekeken: “De eerste fase van het Nederlands Architectuur Instituut was goed zoals het was. Ze hebben zeer veel geïnformeerd, zeer academisch geëxposeerd en voor tachtig procent iets getoond wat in verband stond met Nederland. Dat geldt voor de laatste twee jaren. Dat was belangrijk als beginfase van een nationaal instituut maar ik beschouw deze periode als afgerond. Hoewel de Nederlandse architectuur de beste van de wereld is. Maar ik zou het museum op verschillende wijzen willen openen. En niet alleen het gebouw zelf. De eerste keer dat ik er kwam, heb ik de ingang niet gevonden. Nergens was een naambord te vinden. Ik geloof nog steeds dat architectuur een dienende discipline is en dan was iets meer terughoudendheid bij het ontwerp van Jo Coenen, zowel binnen als buiten, passender geweest. Het bezoekersaantal, zo'n zestigduizend per jaar, is net zoveel al ik in mijn kleine galeries krijg. Dat is niets. Dat kan zo niet blijven. Voor een huis van die omvang is het auditorium ook veel te klein. Het mag niet gebeuren dat een architect na een tentoonstellingsopening naar Delft moet gaan om daar een lezing te houden.”

“Wat ik van de tentoonstellingen heb gezien, vond ik eerlijk gezegd niet erg visueel. Ik zeg niet meteen dat ik het direct beter kan maar ik vond het tot nu toe te academisch. Minstens vijftig procent van het publiek zou naar mijn idee uit de bevolking moeten komen. Bij de tentoonstelling die ik maakte met visionaire plannen voor Berlijn, kwamen mensen met hun hele familie omdat er zoveel te zien was. Ook voor en met scholen zou wat gedaan moeten worden.”

“De contacten met andere kunst- en architectuurinstituten moet veel intensiever worden. Om te beginnen met de nabijgelegen Kunsthal maar ook met theaters en muziekinstellingen. Ik zou graag in de zomer een festival willen organiseren waaraan verschillende kunstdisciplines meedoen.”

“Daarnaast zou het instituut Europees moeten worden. Alleen dan is een vergelijking mogelijk met de ontwikkelingen in eigen land. Daarna zou het nog verder moeten kijken.”

“Dat zou ik allemaal om te beginnen willen. En als dat niet lukt, moet ik geloof ik niet al te lang blijven. Dan kost het teveel energie. Ik moet daar in een paar jaar wat kunnen bereiken. Ik ben te oud en te eigenwijs om nog voetje voor voetje wat te willen opbouwen.”

Haar vriendin Marlene, dochter van de architect Hans Poelzig, is astrologe en had het Feireiss vorig jaar al voorspeld: je krijgt binnenkort een vaste aanstelling. Ze geloofde het pas toen ze voor haar nieuwe functie werd gevraagd. En dat terwijl ze eigenlijk na de opening van haar tweede galerie alles voor elkaar meende te hebben. Ze was volmaakt gelukkig. Maar Berlijn zal ze niet helemaal verlaten. Ze wil tenminste bij alle openingen van haar galeries aanwezig zijn. Haar vriend, de fotograaf Hans-Jürgen Commerell, neemt de zaken waar. Tot haar nieuwe taak in Rotterdam is volbracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden