Architectuur en keuken trekpleisters van Nancy.

Je bent eerder met het vliegtuig in New York dan met de trein in Nancy, maar dat is echt de enige reden om weg te blijven uit de hoofdstad van de Oost-Franse regio Lotharingen. Met de auto is het vanuit Utrecht via Maastricht een uur of vijf rijden. Dit pareltje in het hart van Europa moet dan niet voorbijgeracet maar bezocht worden, want de stad bereidt de bezoeker vele aangename verrassingen. De lusten voor de geest, het oog en de tong zijn er legio. Als Nancy volgend jaar juni wordt aangesloten op het TGV-net en ook de HSL-lijn Amsterdam-Parijs opengaat, is echter alle leed geleden. Dan duurt de treinreis naar het hart van Lotharingen niet langer meer dan vijf uur.

Nancy is een van die kleinere midden-Europese steden die is doordesemd met de historie van de afgelopen 500 jaar, met een prettige, beloopbare grootte, aangename atmosfeer, oogstrelende architectuur en verrukkelijke keuken.

In al die eeuwen zijn er vele legers doorheen gelopen. Dat heeft veel leed veroorzaakt, maar gaf daarentegen de bouwstijl en het menu wel een extra impuls. Een eeuwenlang twistpunt tussen de Duits- en Franssprekende wereld in dit deel van Europa. Lotharingen verwisselde vaker van eigenaar dan een oude auto.

Soms is de geschiedenis je echter ook gunstig gestemd, en dat is zeker het geval met Nancy. De eerste zegen die de stad overkwam, was de aanstelling van de Poolse koning Stanislas tot hertog van Lotharingen. De regio is in de loop van de 18de eeuw een twistpunt tussen de Oostenrijkers en de Fransen. Als compromis wordt Stanislas in 1738 tot baas benoemd. Zetbaas meer, want hij mag zich niet met politiek bemoeien. Dat bleek een blessing in disguise, want de kunstminnende Stanislas had toen alle tijd om zich aan zijn liefhebberijen te wijden. Hij liet er fraaie gebouwen neerzetten in neoklassieke stijl, maar het hoogtepunt vormt toch het grote plein dat zijn naam draagt. Deze twee voetbalvelden grote ruimte is vorig jaar – bij het 250-jarig bestaan – totaal gerenoveerd. Autovrij gemaakt en omzoomd door het stadhuis, Grand Hotel de la Reine, Opera de Lorraine, Museum voor Schone Kunsten en wat horecagelegenheden, alle in dezelfde neoklassieke stijl, is dit de plaats waar je moet zijn. Vooral ’s avonds in het gelige strijklicht kom je ogen tekort. Terecht staat het op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Place Stanislas strijdt met de Piazza de Campo in Siena en de Plaza Mayor in Madrid om de titel ’mooiste plein van Europa’.

Nancy’s tweede geschenk van de geschiedenis doet zich 160 jaar later voor. Door de aanwezigheid van kolen en ijzererts in Lotharingen staat er een nieuwe klasse van industriëlen op, die haar verse rijkdommen niet vergokt in Monaco en Spa, maar besteedt aan de schone kunsten. Zo trekt Nancy hele ritsen kunstenaars aan vanuit de regio en verder. Deze samenballing van talent – glasbewerkers, beeldhouwers, schilders, meubelmakers en architecten met namen als Emile Gallé, Antonin Daum, Louis Majorelle, Jacques Gruber, Victor Prouvé en Lucien Weissenburger – culmineert eind 19de, begin 20ste eeuw in de art nouveau. Zo wordt Nancy de bakermat van deze kunstvorm die zich kenmerkt door de unieke integratie van vele materialen – hout, glas, smeedwerk, keramiek. Deze door de fijne vormen en kleurenpracht van de natuur geïnspireerde kunstvorm is door de hele stad te bewonderen.

En dan is er nog Saint Nicolas. Sinterklaas, ja. Wie dacht dat alleen Nederlanders – en een verdwaalde Belg – deze goedheiligman kennen, komt in Lotharingen voor een verrassing te staan. Ook hier worden begin december de kinderen massaal vergast op cadeaus door St. Nicolas – beschermheilige van Lotharingen – en zijn zwarte knechten. Alleen komt hij niet vanuit Spanje aan maar vanuit Turkije, en is schimmel Amerigo vervangen door een ezel, maar dat zij de Saint vergeven. Als je geschiedenis saai vindt, schoonheid je geen troost biedt en je het liefst een kant-en-klaarmaaltijd van de Aldi eet, dan moet in ieder geval Sinterklaas toch een band scheppen.

Place Stanislas is het middelpunt van de stad en het natuurlijke begin van elke activiteit, juist ook voor een rondgang zonder reisleider. Het VVV-kantoor is op de zuidwesthoek van het plein gevestigd. Alle mogelijke informatie, waaronder speciaal uitgezette themawandelingen, is er te krijgen. Ook kunnen er bijvoorbeeld kaartjes voor de opera aan de overkant van het plein worden besteld. Een aangenaam begin van de dag is om op het aanpalende terras van café Foy een kop koffie te bestellen en in de ochtendzon de verkregen informatie in je op te nemen.

Ten noorden van de Place Stanislas ligt de oude stad, het oudste deel (10de eeuw) van Nancy. Vanuit het weidse plein kom je onder de Arc de Triomphe doorlopend eerst op het langgerekte Place de la Carrière terecht, ook onderdeel van het werelderfgoed en daarna rondom de Place St. Epvre in een wirwar van kleine straatjes met vele terrasjes en eetgelegenheden. In de tamelijk kleine, maar sfeervolle wijk kun je uren zwerven.

Nancy is niet zo heel groot (300.000 inwoners), maar als de hectiek toch te veel wordt – er wonen 50.000 studenten, met de daarbij horende levendigheid – zijn er genoeg parken om even te verpozen, rond te kijken of een boek te lezen. De stad wint ook met enige regelmaat een groene prijs, zoals vorig jaar nog de Grand Prix du Fleurissement. Oostelijk van de oude stad ligt het Parc Pépinière, ook een van de creaties van hertog Stanislas. Het is een strak aangelegde groene oase van 21 hectare met een rozentuin, een grote speeltuin voor kinderen en een apart hoekje voor acrobaten. Iets kleiner, maar wel rustiger is het Parc Sainte Marie, in het zuidwesten van de stad. Deze uit 1620 stammende groene long bevat het snoeperige Maison de l’Espace Vert, een Elzasser vakwerkhuis waar tentoonstellingen worden gehouden. Dit oude park bevat een zeer gevarieerd aanbod aan bomen en planten, en is daarmee een paradijs voor biologen en andere liefhebbers.

Op weg naar het Parc Sainte Marie vanaf de Place Stanislas voert een route langs de overdekte centrale voedselmarkt. Ruim 100 regionale boeren presenteren hier hun lekkernijen zoals worsten, kazen, kruiden en drankjes. De riant opgetaste bergen met groenten en fruit wijzen op een grote hang naar deze zaken. Gek genoeg zijn er in de horeca nauwelijks groenten voorhanden, althans de borden vertonen een uitzonderlijk laag percentage gezonde producten. Achter de voedselmarkt staat op de Place H. Mengin een bonte verzameling kramen met broeken, hemdjes en sportschoenen. In een hoek van het wat morsige plein is het bekende C & A-logo te ontwaren. Daaronder een kerk, de St. Sebastien. Een oase van stilte waar de koster nog op zijn knieën met een meetlint op de vloer de stoelen exact op de voorgeschreven afstand van elkaar plaatst. Aan de westkant van het Parc Sainte Marie is een bijzonder gebouw te vinden: la piscine ronde. Het gebladderde gebouw bevat een grote groen gekleurde ronde koepel. Van binnen ziet het er heel wat beter uit. Het blijkt een thermaal bad met water van 32 graden. Op je rug liggend heb je uitzicht op de gebrandschilderde ramen van de koepel, de snoepjes van deze dampende ruimte.

Aan art nouveau valt in Nancy niet te ontkomen. Gelukkig maar, want het levert de hele stad door magnifieke gebruikskunst op. Of het nu het woonhuis is van een industrieel of een plafond van gebrandschilderd glas in het Credit-Lyonnais-kantoor in de Rue St Georges. Met de rug naar la piscine ronde de straat (Rue du Sergent Blandan) oversteken en de Rue Felix Faure inlopen. Deze straat is bijna geheel gevuld met artnouveau-architectuur. Speelse gevels, bewerkte voordeuren, kunstige smeedijzeren hekwerken, veel glazenierswerk en talrijke vrouwennamen als opschrift. Niet alleen misère, ook gepassioneerde liefde brengt zo te zien schone kunst voort. Terug naar de Rue du Sergent Blandan en dan linksaf. Na een paar honderd meter het Museum van de l’Ecole de Nancy. Een klein museum, eigenlijk een woonhuis van een industrieel, maar wat een samengebalde pracht en praal. Een eetkamer, slaapkamer en badkamer van plafond tot aan vloer in artnouveau-stijl. Ze moeten toen aan eten, slapen of baden nauwelijks zijn toegekomen, zo veel is er aan verfijnde details te bewonderen. En dan de tuin. Een heerlijk rustpunt met tuinhuis (ja, in artnouveau-stijl) en dakterras. De overkapping is geïnspireerd op een Japanse parasol. In het gebouw bevindt zich een aquarium met groot uitgevallen goudvissen.

De quiche Lorraine is misschien wel de bekendste culinaire vrucht van de streek, maar zeker niet de enige. Als stad kent Nancy er ook een paar. De macarons des sœurs, een soort amandelkoekjes, worden nog steeds gemaakt volgens een eeuwenoud geheim recept van Benedictijner nonnen. De zusters maakten ook pralines van lichtgroen fondant met een chocoladevulling: de Florentines. Bergamot-snoepjes krijg je bij elke afrekening in restaurants. Een bergamot is een kruising van sinaasappel en citroen. Ook niet te missen is de Mirabelle de Nancy. Deze goudgele pruim is zo’n beetje het nationale symbool van Lotharingen. Negentig procent van de wereldoogst komt uit deze Oost-Franse regio. De Lotharingers stoppen hem overal in: aperitieven, voorafjes, hoofdgerechten en toetjes. En dan bij de koffie... een eau de vie van mirabelle.

Al deze lekkernijen – en nog veel meer – zijn te proeven en te koop bij de Maison des Sœurs Macarons in de Rue Gambetta, vlakbij de Place Stanislas. Alles is huisgemaakt.

Toch nog even art nouveau, want er is één superbe plek in Nancy waar deze kunstvorm en lekkerbekkerij samenkomen: brasserie Excelsior aan de Rue Henri Poincaré. Aan deze 100 jaar oude eet- en drinkgelegenheid hebben alle groten van de art nouveau gewerkt en het resultaat is letterlijk om je vingers bij af te likken. En dan moet de maaltijd (eindelijk met verse groenten!) nog beginnen...

Nancy is niet zo groot en erg relaxed om in rond te lopen, maar voor wie toch even in de heuvels buiten de stad verpozing wil zoeken, zijn er verscheidene kastelen rondom de stad te bezoeken. Er zijn echte (ridder)kastelen, zoals Chateau Haroué en Chateau de Lunéville, het woonhuis van Stanislas. De randen van Nancy bieden echter ook wat bescheidener, soms ietwat vervallen, herenhuizen. Maar de tuinen zijn prima geschikt om een uurtje in rond te lopen, zoals de tuin van Chateau de Montaigu in Jarville. Wat altijd prettig is, is de botanische tuin van Montet, nabij een van de meerdere universiteiten. Bomen en planten in de gekste vormen en uiteraard kassen met tropische verrassingen, zoals enorme waterlelies en orchideeën.

Nancy doet erg zijn best om waterrecreanten te lokken. De vele waterwegen (Maas en Moezel) en kanalen rondom de stad maken haar per boot uitstekend bereikbaar. Nancy ligt op een belangrijke vaarroute naar het zuiden, maar ook grote oost-westverbindingen zoals het Marne-Rijnkanaal lopen via Nancy. Om het de watertoerist naar de zin te maken, is de haven van St. Georges, de Port de Plaisance, totaal op de schop genomen. Het voordeel van deze haven is dat het op slechts vijf minuten lopen is van het stadshart met de Place Stanislas. Havenmeester Franck Rousseau laat trots zijn Blauwe Vlag zien, de erkenning van de EU dat zijn haven aan een aantal eisen voldoet: schoon, veilig en uitstekend geschoold personeel dat de bezoekers gepast kan begeleiden. Jaarlijks doen meer dan 2000 boten de haven in Nancy-centrum aan, maar dat moeten er veel meer worden, vindt capitain Rousseau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden