Architecte Ko Mulder: Een donkere woning is slecht voor het humeur

De tentoonstelling over Jakoba Mulder in de Zuiderkerk in Amsterdam is geopend op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 12.00 tot 17.00 en op donderdag van 12.00 tot 20.00 uur. Hij loopt nog tot en met 27 mei.

Het werd hoog tijd om eens aandacht te besteden aan de bijdrage van Ko Mulder aan de Amsterdamse stedebouw, vonden de samenstellers. Planologie is bij uitstek een kwestie van werken in teamverband en daardoor zijn stedebouwkundige projecten moeilijk op een persoon vast te pinnen. Toch heeft de in 1900 geboren Bredase een onmiskenbaar stempel gedrukt op de hoofdstad, waar ze weliswaar niet vandaan kwam, maar waar ze naar eigen zeggen 'trots op was alsof ze het zelf gemaakt had'. En in zekere zin is dat ook wel een beetje zo.

AMSTERDAMSE BOS

Wat zou Amsterdam tenslotte zijn zonder het Amsterdamse Bos? Deze achtertuin van alle Amsterdammers is een van de eerste en zeker het bekendste geesteskind van Ko Mulder. Het plan om een bospark aan te leggen, waarin de stedelingen het gevoel konden krijgen in heuse natuur rond te lopen, stamt uit 1928. Toen in 1932 de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken de opdracht kreeg een algemeen plan te ontwerpen, werkte Ko Mulder daar net twee jaar. Zij kreeg de taak vanwege haar speciale belangstelling voor tuinarchitectuur. Haar ontwerp bezorgde Ko Mulder de bijnaam 'de juffrouw van het bos'.

Haar ideeen waren dan ook zeer vernieuwend. Ze beschouwde het polderlandschap rond de stad niet als natuurschoon; er moest iets heel anders komen, met veel bomen en glooiingen. Ko Mulder maakte een studiereis naar Engeland, Belgie en Duitsland en kwam terug met een plan voor een park waarin verschillende landschapsstijlen en gebruiksmogelijkheden bij elkaar werden gebracht. Open vlakten afgewisseld met stukken bos zodat zowel de sportieve als de rustzoekende recreant aan zijn trekken kon komen.

Nog voor er sprake was van enig ontwerp, werd de roeibaan uitgegraven in het kader van de werkverschaffing voor Amsterdamse werklozen. De uitgegraven grond gebruikte Mulder in haar ontwerp voor het aanbrengen van hoogteverschillen. Zo enthousiast als er met de uitvoering van het plan van Mulder werd begonnen, zo lang duurde het uiteindelijk voor de laatste boom werd geplant. Door de oorlog en de wederopbouw was het bos pas in 1970 klaar. Ko Mulder was toen al vier jaar met pensioen.

VOOR DE POES

Mulders tweede belangrijke bijdrage aan het gezicht van Amsterdam was haar aandeel in de uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935. Dit plan voorzag in een omvangrijke uitbreiding van het aantal woningen om de uitpuilende binnenstad te ontlasten. Mulder doorbrak het gesloten bouwblok, dat tot in de jaren twintig gebruikelijk was en waarmee de oude wijken in de binnenstad vol staan. Daarbij vormen de woningen zij aan zij een vierkant, zodat de achtertuinen worden ingesloten. Een ideale architectuur voor de poes, maar vaak een ramp voor de lichtinval. Met name de hoekhuizen krijgen vaak geen straaltje zon.

Op kleine schaal werd al de zogenaamde strokenbouw toegepast - rij na rij van vaak deprimerende blokkendozen - maar daarbij stonden de huizenrijen zo dicht op elkaar dat het zonlicht zelden of nooit in de onderste woningen kon doordringen. Ko Mulder zag in dat een donkere woning slecht is voor het humeur. Zij ging op zoek naar alternatieve bouwvormen, waarbij de woningen niet in elkaars schaduw zouden komen te liggen. Met een zaklamp boog zij zich over de maquettes om de stand van de zon op 21 juni en 21 december te simuleren. Kreeg de laagste woning van een blok op de korste dag niet minstens een uur zon, dan moesten de rijen verder uit elkaar, vond ze.

De gemeente vond dat in veel gevallen niet. Per hectare moesten zo veel mogelijk woningen worden gepropt, uit economische overwegingen, uiteraard. Mulders mensvriendelijke ontwerpen moesten het dan ook nogal eens afleggen tegen de zuinige beurs van de gemeente.

Van grote invloed op de stedebouwkundige ontwikkeling in Amsterdam was haar studie waarmee ze aantoonde dat speelsere bouwvormen als de haken- en hovenbouw slechts enkele woningen minder per hectare toelaten dan de saaie strokenbouw. Groot voordeel van deze manier van bouwen was ook de betere beschutting tegen de wind, die vooral in de nieuwbouwwijken vrij spel had. Bovendien bood de ruimte tussen de huizenblokken de mogelijkheid om kinderspeelplaatsen aan te leggen die vanuit de huiskamer in de gaten konden worden gehouden.

STADSKINDEREN

Ko Mulder was erg begaan met stadskinderen, waarvoor tot na de Tweede Wereldoorlog totaal geen openbare speelruimte werd gereserveerd. Voor de enkele verenigingsspeeltuin die de stad rijk was, moest toegang worden betaald. In 1947 wordt op haar initiatief de eerste kinderspeelplaats aangelegd. Mede door haar latere speelvijverontwerpen werd ze wel 'de moeder van alle Amsterdamse kinderen' genoemd.

Mulders 'vrouwelijke' invalshoek werd tegen het einde van haar loopbaan bij Stadsontwikkeling steeds meer ondergesneeuwd door technologische vernieuwingen als de industriele systeembouw, die aanzienlijke besparingen kon opleveren. Hoewel zij sinds 1958 aan het hoofd van de afdeling stond, vonden haar bezwaren tegen de planologie op economische grondslag steeds minder gehoor.

BIJLMERMEER

Deze ontwikkeling had haar treurig dieptepunt in het ontwerp van de Bijlmermeer. De maquettes van de honingraatvormige hoogbouw waren in het begin van de jaren zestig zo vernieuwend dat Burgemeester en Wethouders vrijwel onmiddelijk hun zegen gaven aan het plan. Mulder vond de nieuwe bouwvorm weliswaar spectaculair, maar wees erop dat de bewoners zich wel eens verloren zouden kunnen gaan voelen. Ze gaf de hoofdarchitect van de afdeling de opdracht een alternatief plan te ontwerpen met een afwisseling van hoog-, laag- en middelbouw, maar de toezeggingen aan de industriele bouwondernemingen waren al gedaan. Hoe het verder met de Bijlmermeerutopie is afgelopen, weten we allemaal.

Na haar pensionering in 1966 aanvaardde Mulder een speciaal lectoraat aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bleef ze nog tot 1972 als adviseur verbonden aan Stadsontwikkeling. Ze werd gevraagd als voorzitter van de werkgroep Recreatiegebied Spaarnwoude. Haar ontwerpen, die ze baseerde op dezelfde principes als het ontwerp van het Amsterdamse Bos, werden later slechts ten dele uitgevoerd. Het bestaande landschap moet als uitgangspunt worden genomen, was de nieuwe opvatting.

Een jaar na haar dood in 1988 bracht ze nog een keer de gemoederen in beroering. De straatnamencommissie deed het voorstel voor een 'juffrouw Mulderplein'. Iedereen noemde haar tenslotte zo. Door de felle protesten van haar naaste medewerkers werd dat uiteindelijk toch veranderd in het 'Ir. Jakoba Mulderplein'. Uiteindelijk was ze meer 'ingenieur' dan 'juffrouw'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden