'Architect, neem het voortouw'

De crisis heeft flink huisgehouden onder architecten. Maar er zijn ook bureaus die groeiden, door zich te richten op kwaliteit en dienstbaarheid. Nanne de Ru (1976) is zo'n architect. Hij voorziet drie trends.

TEKST HENNY DE LANGE

Varkens? Wat hebben varkens te maken met architectuur? Architect Nanne de Ru (1976) begint in zijn kantoor in het centrum van Rotterdam een uitgebreid betoog over varkens, varkensboeren en megastallen. En ook over de dalende consumptie van varkensvlees. "Wist je dat twintigers nog maar een kwart van de hoeveelheid varkensvlees eten die 65-plussers consumeren? Bedenk eens wat dat kan betekenen. Als we daardoor toch op een andere manier varkensvlees moeten gaan produceren, zouden we dan ook niet een heel ander landschap kunnen maken op het platteland? Zonder megastallen en aantrekkelijk om er te gaan wonen?"

In Denemarken, waar zijn architectenbureau Powerhouse Company ook een vestiging heeft, is het landschap door de varkensindustrie saai en eenzijdig geworden met megastallen en vooral heel veel maisvelden, want varkens worden vetgemest met mais. Maar liefst 40 procent van het land wordt gebruikt voor een bedrijfstak die voornamelijk op de export is gericht en steeds minder rendement en werkgelegenheid oplevert. Een problematiek die min of meer ook in Nederland speelt. De Ru: "Als het zo doorgaat, laten we straks een leeg en berooid platteland achter voor onze kinderen."

Dat moet anders en dat kan ook, zegt De Ru. "Net zoals we nu geen woonwijken meer uitrollen op de manier van de Vinex-wijken en de Bijlmer, zullen we ook het platteland anders moeten gaan ontwikkelen. Dat is voor de nabije toekomst een van de grootste uitdagingen. We moeten terug naar de kwaliteit die het enkele decennia geleden nog had." Daarbij denkt de architect ook met nostalgische gevoelens terug aan zijn eigen jeugd in het dorp Herveld in de Betuwe, waar toen nog boomgaarden stonden met allerlei soorten appelrassen. "Dat zijn er nu nog maar een paar. Door de verregaande industrialisering van de voedselproductie heeft het Nederlandse landschap zijn ziel verloren."

Romantiek
Dat klinkt alsof hij een hopeloze romanticus is. "Met romantiek is niks mis als je daarmee kwaliteit kunt toevoegen aan het landschap. Maar dan moeten we nu wel serieus gaan nadenken over de ruimtelijke ordening van dit land. Anders worden over vijf jaar als de crisis voorbij is, weer lukraak bedrijventerreinen aangelegd en wordt het platteland verder ontzield." Architecten moeten daarin een voortrekkersrol spelen, al zal dat wennen zijn na jaren van te veel en te snel bouwen.

We moeten terug naar de 'pure essentie' van het platteland, meent De Ru. En dat is geen zweverige praat. Een onhaalbare utopie is het ook niet. De eerste kentering in de bedrijfsvoering van veebedrijven is ook al te zien. Er zijn boeren die bijzondere varkensrassen houden, die geen mais meer eten maar gewassen die vroeger ook werden verbouwd. Met als resultaat smakelijker vlees en een hoger rendement, maar ook een gevarieerder landschap.

De Ru wil dat doortrekken naar de overige bewoners van plattelandsgebieden. "Wat kunnen we doen om het platteland ook weer aantrekkelijk te maken voor gezinnen met kinderen? En in wat voor huizen willen ze graag wonen?"

Naast hernieuwde aandacht voor krimpgebieden zetten de komende jaren nog twee trends door in de architectuur, voorziet hij. Trefwoorden: massiviteit en flexibiliteit. "Alleen gebouwen waarvan we vinden dat ze heel lang of voor de eeuwigheid moeten blijven staan, bouwen we nog massief, bijvoorbeeld van natuursteen. Een extreem voorbeeld is een villa die we in München aan het bouwen zijn en die van binnen en van buiten is bekleed met marmeren platen." Een droomopdracht voor elke architect, maar De Ru wil niet alleen maar luxe villa's voor de welgestelden ontwerpen, maar ook droomhuizen voor gewone mensen.

Hoe je dat kunt doen, laat bijvoorbeeld de Franse architect Gilles Perraudin zien met een project voor sociale woningbouw op het platteland bij Toulouse. De rijtjeshuizen, opgetrokken uit lokale materialen, hebben dikke, onbehandelde stenen muren die 's zomers zorgen voor koelte en 's winters voor warmte, zodat er alleen maar vloerverwarming nodig is. Ze ademen de sfeer van een oud huis en dat vinden mensen prettig, zegt De Ru. "Ik noem het lowtech-architectuur met een luxe uitstraling."

Maar het merendeel van de woningen zal steeds vaker worden gemaakt van lichte staal- en glasconstructies en demontabele, te recyclen bouwelementen. Flexibel bouwen heeft volgens De Ru de toekomst. Zonder stenen muren kan ook gemakkelijker geschoven worden met de indeling, waardoor de bewoners zelf kunnen bepalen wat ze op grond van de gezinssamenstelling handig vinden: bijvoorbeeld een grote woonkeuken in plaats van een ruime woonkamer.

Powerhouse ontwierp een paar jaar geleden een serie betaalbare gelijkvloerse prefabhuizen ('Being Homes') voor de middenklasse, als alternatief voor de boerderettes en notariswoningen die mensen nu vaak standaard uit de catalogus kiezen. Door de crisis zijn er nog maar een paar verkocht, maar De Ru heeft er hoge verwachtingen van. Ze zijn luxer dan de standaardwoning, doordat ze onder andere een grote eetkeuken en badkamer hebben. Al heel lang staat de indeling van woningen in Nederland min of meer vast, zegt De Ru. Dat gaat ten koste van het wooncomfort. Zo is er vaak te weinig ruimte voor kledingkasten en is de keuken te klein om er te kunnen eten. Door slim te puzzelen met de plattegrond kwam De Ru tot oplossingen die beter aansluiten bij de hedendaagse woonwensen. Het voordeel van deze prefabwoningen is ook dat de bouwelementen op een vrachtauto kunnen worden aangevoerd en het huis er in vier maanden staat. Ook voor de nodige variatie heeft Nederland, waar de afgelopen jaren veel retrowijken in jaren-dertigstijl verrezen als reactie op de saaie Vinex-wijken, behoefte aan andere types huizen.

Het principe van flexibel bouwen met demontabele en recyclebare elementen is ook praktisch in (binnen)steden, waar bouwlocaties vaak lastig bereikbaar zijn. Voor de Mauritsplaats in het centrum van Rotterdam ontwierp Powerhouse een blok met vijf woningen, waar geen steen aan te pas komt. De staalconstructie is zo licht, dat ook de fundering niet zwaar hoeft te zijn. De woningen worden kaal opgeleverd, zodat de bewoners ze naar eigen voorkeur kunnen indelen. De Ru vindt het in dit opzicht een gemiste kans dat projectontwikkelaars van nieuwe luxe woontorens als bijvoorbeeld de onlangs gereedgekomen De Rotterdam van architect Rem Koolhaas, nog steeds appartementen aanbieden met een standaard indeling. "Mensen willen er graag wonen vanwege het fantastische uitzicht, maar geef hun dan ook de vrijheid om hun appartement in te delen naar eigen smaak."

Geen grote ingreep
Bouwen met demontabele elementen biedt meer voordelen. Gebouwen die hun functie verliezen, kunnen gemakkelijker worden omgebouwd voor een nieuwe bestemming. Van de nieuwbouw voor de Hogeschool Amsterdam op de Wibautstraat kan, mocht de school na dertig jaar niet meer bestaan, redelijk simpel een hotel worden gemaakt of een complex met studentenwoningen. De Ru: "In ons ontwerp hebben we daar al rekening mee gehouden. Ook hebben we de liftinstallaties, die vaak na twintig jaar verouderd zijn, bewust niet in de kern van het gebouw geplaatst maar ernaast, zodat ze zonder grote ingrepen te vervangen zijn."

Zelf droomt de architect er nog altijd van om met zijn gezin en zijn architectenbureau in een oude boerderij te trekken. Voorlopig zit dat er niet in, omdat de tijd ontbreekt. Maar een vakantiehuis op het platteland is misschien een mooi alternatief. De Ru ontwierp onlangs een houten zomerhuis ('Village House') voor een familie die de vakanties graag doorbrengt op het platteland. Het huis heeft een grote centrale ontmoetingsruimte in het midden. Daaromheen bevinden zich privévertrekken voor meerdere gezinnen. En natuurlijk is het ook een flexibel huis. Alle ruimtes zijn aan te passen aan de groei of juist het kleiner worden van de gezinnen. De Ru: "Duur hoeft zo'n huis op het platteland niet te zijn. Want je kunt het ook zelf in elkaar timmeren, zoals deze familie voor een groot deel heeft gedaan."

Wie is Nanne de Ru?
In 2005 richtte Nanne de Ru samen met de Franse architect Charles Bessard het bureau Powerhouse Company op, met vestigingen in Rotterdam en Kopenhagen. Daarvoor werkte hij bij AMO, de denktank van het architectenbureau OMA van Rem Koolhaas. Het bureau met 25 medewerkers in Nederland en tien in Denemarken heeft opdrachten lopen voor onder meer villa's, kantoorgebouwen, prefab-bungalows, sociale woningbouw en renovatieprojecten in Nederland, Duitsland, Denemarken, Turkije en China.

Binnenkort komt er een vestiging in Shanghai bij. Powerhouse gaat daar niet zitten met de bedoeling het Europese ontwerpproces over te brengen naar China. De Ru: "Die tijd is geweest. Over pakweg vijf jaar kunnen wij hier profiteren van de kennis van Chinese architecten. Elke keer als ik daar kom, valt me op hoe hard het daar gaat en hoeveel jonge en talentvolle architecten klaar staan om de wereld te veroveren."

Nanne de Ru kreeg in 2011 de Maaskantprijs, een oeuvreprijs voor jonge architecten voor zijn rijke en evenwichtige ontwerpproductie. Sinds een jaar is hij directeur van The Berlage (voorheen het Berlage Instituut), de postmasteropleiding van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden