Levenslessen

Architect Nathalie de Vries: het is een machowereld, maar ik heb besloten dat ik een rolmodel wil zijn

Beeld Merlijn Doomernik

Toparchitect Nathalie de Vries (54) probeert haar branche wat minder macho te maken. Met haar Groningse nuchterheid lijkt ze daar goed in te slagen. Voor pretenties moet je sowieso niet bij haar zijn.

1 Verbouwen is heus niet altijd nodig

“Met mijn man - die ook eigenaar is van ons architectenbureau MVRDV - woonde ik lang in een zelfgebouwd pand in de haven van Schiedam. Samen met nog twee andere stellen. Daar werd onze tweede dochter geboren. Sinds een paar jaar wonen we in de binnenstad van Rotterdam, in een pand uit 1880, waar we heerlijk een woonetage én een werketage hebben.

Het leuke ervan is dat het huis geen duidelijke indeling heeft. Deze werkkamer waar we nu zitten, zegt niet: ‘Ik ben een werkkamer.’ Het had net zo goed een slaapkamer kunnen zijn. Alle ruimtes zijn ongeveer even groot. Ik heb nog gedacht, moeten we hier iets verbouwen? Nee dus. We kunnen de indeling zelf zo weer veranderen.

Weet je wat typisch Rotterdams is aan de buurt? De singel hier om de hoek is het chicst, de Witte de Withstraat staat er haaks op en loopt evenwijdig aan onze straat, en dan zijn er de zijstraten. Een vast patroon op allerlei plekken in de stad. Wat niet fijn is: sommige huizen in de stad krijgen briefjes in de bus waarop staat dat de fundamenten wellicht aan vervanging toe zijn, hier en daar verzakt er iets omdat het waterpeil niet constant is. Rotterdam is net als Amsterdam op palen in de modder gebouwd.

Nee, we hebben geen vloerverwarming, er lag hier al parket en ik vind het niet nodig. Maar we hebben de gaskachels die hier nog stonden wel door mooie radiatoren vervangen. De witte houten luxaflex is gewoon van de Hema en de Hella Jongerius-bank is tweedehands. De kasten staan inderdaad vol met architectuurboeken, lekker dicht bij onze bureaus. Alle fictie staat boven.”

2 Weet waar je vandaan komt

“Mijn moeder komt uit Bedum. Mijn vader uit Appingedam. Daar ben ik ook geboren, ik ben dus een Damster. Ik heb er maar twee jaar gewoond, maar mijn opa’s en oma’s bleven er wonen, dus ik kwam er nog vaak. De rest van mijn jeugd speelde zich vooral af in Oude Pekela. Mijn vader, die docent in het voortgezet buitengewoon onderwijs was, is er nog steeds actief voor de PvdA, de partij heeft er nog één zetel in de raad. Mijn moeder zat indertijd bij de Rooie Vrouwen.

Oude Pekela is best een gesloten gemeenschap. Ik behoorde tot de generatie die niet met dialect werd opgevoed, dat zou slecht zijn voor je taalontwikkeling. Ik sprak de streektaal dus niet en mijn vader was onderwijzer, dan ben je niet populair in een dorp - maar gelukkig zat ik als puber in het iets ruimdenkender Winschoten op school.

In het laatste jaar dat ik in Oude Pekela woonde, was er het plan om een ruimtevaartcentrum te bouwen, een miljoenenproject dat een toeristentrekker moest worden, ook Chriet Titulaer was erbij betrokken. Door on-enigheid en faillissement van het bouwbedrijf ging het feest niet door. Nu heeft alleen nog een doe-het-zelfwinkel in het dorp die beoogde naam: Futurama. Vorig jaar heb ik trouwens voor de ondernemersvereniging een plan getekend om de leegstand en kaalslag in het centrum tegen te gaan.”

Beeld Merlijn Doomernik

3 Nieuwe architectuur is niet altijd beter

“Mijn geboorteplaats Appingedam en veel dorpen waar familie van mij woont, kampen met aardbevingsschade. Verschrikkelijk. Ik heb me daar als voorzitter van de BNA, de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus, ook mee bemoeid. Vorig jaar pleitten we er in een ingezonden stuk in Trouw nog voor dat je bij dat proces van herstel en wederopbouw meer naar de leefbaarheid van de buurt en dorp moet kijken. Dus niet simpel huis voor huis slopen en renoveren.

We hebben lokale architecten gevraagd mee te kijken, die op hun beurt weer contact hebben met lokale aannemers. De Stichting Groninger Kerken praat ook mee. Die weet uit ervaring dat in een renovatie soms nieuwe elementen mooi kunnen worden toegevoegd aan de oude. Geen standaardoplossingen dus, maar maatwerk.

Collega Winy Maas maakte samen een nieuwe dorpsvisie met de bewoners van Overschild, waar de meeste van de circa 230 vrijstaande koopwoningen schade hebben. Het kan toch niet dat hele dorpsgezichten dreigen te verdwijnen? Ik ben zoals bekend niet tegen nieuwe architectuur, maar als mensen het liefst hun bakstenen huis terug willen, moeten we kijken of dat kan.”

4 Overheid, blijf je bemoeien met woningbouw

“Als Nederlandse architectenbranche hebben we laatst stelling genomen tegen uitspraken van Thierry Baudet. Zijn aanval op de wetenschap en de architectuur ging ver. Collega- architecten voelden zich aangevallen. We werken allemaal aan onze eigen ontwerpen, maar handelen daarbij, ook als we voor particuliere opdrachtgevers werken, altijd in het algemeen belang, zoals ook in onze gedragscode staat. Architectuur is het bedenken van ruimtelijke oplossingen voor maatschappelijke problemen, zei mijn collega Herman Hertzberger eens. En zo is het. Wij weten als architecten dat wat wij bouwen in een context moet staan, je moet de omgeving meenemen.

We leven in een neoliberale tijd waarin zaken meer privaat worden geregeld, dus moeten we opletten dat de overheid nog wel een rol blijft spelen. Ruimtelijke ordening gaat ons hele land aan, overheid, pak die rol, blijf plannen maken. Maar ik merk dat als je de grens over gaat overheden nog veel minder betrokken zijn.

In Polen bijvoorbeeld werken we met lokale particuliere opdrachtgevers. Geen overheid te bekennen. Dan probeer ik de kantoorgebouwen die we maken toch een kleine publieke functie te geven, bijvoorbeeld door een openbaar plein midden tussen de gebouwen aan te leggen.”

5 In China ben ik dezelfde architect als hier

“Wij werken als architectenbureau MVRDV in meer dan twintig landen en hebben naast Rotterdam ook een kantoor in Parijs én in China, in Shanghai. We zitten daar al vijftien jaar, er wordt veel gebouwd en de steden groeien er heel snel, waardoor het een interessant land is voor ons. Of we daar geen onderdeel van het systeem worden? Nee, ik heb nog nooit een ontwerp onder druk moeten maken of aanpassen. Hooguit is er weleens discussie of een gebouw wel feng shui genoeg wordt, want bewoners mogen niet uit balans raken volgens die oosterse filosofie. Dat was het geval bij een driehoekig gebouw met scherpe punten.

Beeld Merlijn Doomernik

Als we voor de Chinese overheid werken aan een cultureel gebouw of een sportcomplex doen we aan een prijsvraag mee. Dan benaderen ze verschillende ontwerpers, en is er een jury. Ik gedraag me daar als architect niet anders dan hier. Ook daar willen we gebouwen neerzetten volgens ons ideaal: met veel diversiteit aan ruimtes. En we hebben er dezelfde vakmatige discussies.

Jonge Chinese architecten die op ons Rotterdamse kantoor werken, zeggen dat ze blij zijn dat we ook in hun land werken. De universiteiten daar zeggen het ook. Voor mij geen culturele boycot dus.”

6 Als het even kan, moeten ramen open kunnen

“Als we met z’n allen op een steeds kleiner oppervlak wonen, wat het geval is, dan moeten we verder en vooral hoger een gebouw in kijken. Ons bureau wil graag publieke voorzieningen in woongebouwen plaatsen, zoals gedeelde dakterrassen, gastenverblijven en depots voor de aflevering van postpakketten. In nieuwe kantoorgebouwen proberen wij kleine en grote, hoge en lage, en open en gesloten ruimtes te maken, zodat iedereen zijn lievelingsplek kan vinden. Ook met ramen die open kunnen. Die diversiteit streven we ook na in appartementsgebouwen: verwisselbare wanden, loggia’s én balkons. De een wil een traditionele indeling, de ander iets experimenteels. Dit noem ik de multipliciteit van gebouwen. Als hoogleraar in Delft is dat één van mijn hoofdonderwerpen.

Sommige architecten laten voor tientallen jaren vastleggen dat er niks mag veranderen aan een gebouw, dat doen wij niet. Onze gebouwen moeten veranderingen aankunnen. Enkele bewoners van de Silodam in Amsterdam, die wij achttien jaar geleden hebben neergezet, willen het gebouw wat meer verduurzamen, volgens de normen van nu. We gaan er met ze over praten.

Als ik niet in Rotterdam zou werken, zou ik best in Oosterwold bij Almere willen gaan wonen, een project van ons bureau waar je zelf volgens circulaire principes kunt bouwen. Of op de Veluwe, waar we bezig zijn met Buitenplaats Koningsweg, bij Arnhem, een Rijksmonument.”

7 Vrouwen, dring door tot de top

“Ik ben de eerste vrouwelijke voorzitter van de Nederlandse architectenbranche, toch wel een beetje raar, nu pas. Er stromen ook in de architectuur nog steeds te weinig vrouwen door naar leidinggevende posities, zeker als je het vergelijkt met het relatief hoge aantal afgestudeerde vrouwen. We zitten dus geregeld met topvrouwen uit de architectuur om de tafel en vragen elkaar: Hoe ben jij er gekomen? En: wat er speelt er zich af op onze bureaus?

Beeld Merlijn Doomernik

De sector is best macho: veel mannen, je werkt vaak tot laat, minimaal vier dagen in de week. Je moet ertegen kunnen. Veel vrouwen, zoals ik ook, deden zich stoerder voor dan ze waren. Nu hebben we besloten dat we rolmodel willen zijn: niet te vaak nee zeggen, je moeheid soms opzij zetten en opspringen als er een leidinggevende baan voorbijkomt.

Ik geef toe dat ik nogal bezeten ben door mijn vak. Mijn man laat het werk makkelijker los, hij wil ook weleens over andere dingen praten. Ik kan eindeloos doorgaan over plannen en projecten en processen, want overdag is er niet genoeg tijd voor.

Het klopt, ik zit veel in mijn hoofd. Een skileraar in de Dolomieten zei eens tegen me dat je niet kunt skiën als je alles beredeneert. Soms moet je op je intuïtie varen. Let it go.

Nee, voor mij geen yoga en meditatie. Wat mij helpt is in verschillende omgevingen te zijn. Ik ben architect en ondernemer, moeder, echtgenote, ik doceer, ik was een tijd Spoorbouwmeester, ik ben voorzitter van onze branchevereniging, zit in de raad van toezicht van kunstinstellingen. Dat wisselen tussen die werelden houdt me fris.”

Nathalie de Vries

Architect en stedenbouwkundige Nathalie de Vries (Appingedam, 1965) studeerde bouwkunde in Delft. Ze was 27 toen ze met haar man Jacob van Rijs en vriend Winy Maas het bureau MVRDV oprichtte, waarvan hun initialen samen de naam vormen. MVRDV ontwierp onder meer het Nederlandse paviljoen voor de Expo 2000 in Hannover, Villa Vpro in Hilversum en de Silodam in Amsterdam. Na eerst hoogleraar te zijn geweest aan de Kunstacademie Düsseldorf is ze dat nu aan de Technische Universiteit Delft waar ze zich vooral richt op het ontwerpen van openbare gebouwen. Sinds 2015 is ze voorzitter van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus, BNA.

De Vries woont met haar man en jongste dochter in Rotterdam, hun oudste dochter studeert en woont in Delft.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden