Architect Ed. Bijman belandde in een rolstoel en nu heeft hij een missie

Ed. Bijman: ‘Slimme oplossingen hoeven niet duurder te zijn. Ook hoeft niet heel Nederland drempelvrij te zijn.’ Beeld Patrick Post

Nadat hijzelf dwarslaesie opliep, ontdekte architect Ed. Bijman hoe je creatief en slim kunt ontwerpen voor mensen met een beperking. Daarmee houden ze niet alleen de regie over hun leven, het scheelt ook in zorgkosten. ‘Het zou zoveel schelen als architecten met compassie en creativiteit naar oplossingen zoeken.’ 

Het Eye Filmmuseum in Amsterdam is populair vanwege zijn oogstrelende ­architectuur en aangename foyer. Toch voelt architect Ed. Bijman (56) zich er niet welkom. Alleen via een zij-ingang kan hij naar binnen. Vervolgens moet hij door een smal gangetje naar de lift, die ook voor het vervoer van goederen wordt gebruikt. Als hij pech heeft, staat hij tussen de karren met etenswaren voor het restaurant.  

Het leeuwendeel van de bezoekers zal zich in deze beschrijving niet herkennen. Zij-ingang? Smal gangetje naar de lift? Het verschil zit ’m erin dat zij via de prachtige luie trap naar de entree lopen. Dat kan Bijman niet, want hij zit in een rolstoel. Het Eye voldoet aan de bouwregels dat een publiek gebouw toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Architecten vinden die regels vaak maar lastig, weet Bijman uit eigen ervaring. “Hun creativiteit richten ze liever op iets anders. Maar bij Eye had de ingang zo ontworpen kunnen worden dat mensen met een handicap er ook als vanzelfsprekend naar binnen kunnen. Een ­gelijkwaardige entree voor iedereen.” 

Jarenlang was Bijman ook een architect die zich keurig hield aan de voorschriften voor toegankelijkheid, maar daar verder niet al te veel energie in stak. Pas toen hij zelf ervaringsdeskundige was geworden, drong tot hem door hoe essentieel de creativiteit van de architect is om mensen met een beperking de regie over hun leven te laten behouden. Hij ziet het nu als een missie om de beroepsgroep daarvan te doordringen. “Een handboek met regeltjes zegt zo weinig. Ik heb gemerkt dat een persoonlijk verhaal veel meer indruk maakt. Dan ontstaat een besef wat het betekent om in een rolstoel te zitten en afhankelijk te zijn van anderen.”   

Het ongeluk

“Achtenhalf jaar zit ik nu in deze stoel”, vertelt hij, terwijl hij zijn rolstoel achter zijn bureau manoeuvreert in het kantoor in Haarlem dat hij deelt met de landschapsarchitecten van Hosper en collega-architect Peter Rutten. Tijdens een personeelsuitje van zijn toenmalige architectenbureau, brak hij zijn rug en liep een dwarslaesie op. “Naast de NDSM-werf hadden we een borrel. Op de kop van die pier staat een monument voor de binnenschippers: de afgezaagde boeg van een Rijnaak met een anker eraan. Dat leek ons een mooie plek voor een groepsfoto. Een aantal collega’s was op de boeg gaan staan, ik zat op het anker. Toen is dat hele gevaarte omgevallen. 

“Later bleek dat het niet was vastgezet, waarvoor de gemeente Amsterdam de aansprakelijkheid heeft aanvaard. Ik zat dubbelgevouwen onder de boeg. Het anker heeft ervoor gezorgd dat ik niet ben verpletterd. Ik heb een complete dwarslaesie, gelukkig relatief laag, waardoor ik nog een beetje gevoel heb in de voorkant van mijn bovenbenen.” Hij stroopt een broekspijp op om de orthese te laten zien die zijn voet haaks op het been houdt. “Daarmee kan ik nog een klein beetje lopen, ook al heb ik geen gevoel in mijn voeten en knieën.”

Na twee zware operaties en een half jaar revalideren keerde hij terug bij ­Heren 5 architecten, dat hij samen met twee studiegenoten had opgericht en uitgebouwd tot een bureau met ruim twintig medewerkers. “Naast mijn werk als architect deed ik de financiële kant, planning en contracten. Dat pakte ik weer op, want er was niks mis met mijn hoofd. Dat straalde ik ook uit.”

IJsberg

“Maar langzaam maar zeker ontdekte ik dat een dwarslaesie meer is dan het ­gemis van loopvermogen. Dat is alleen het topje van de ijsberg. Wat de buitenwereld niet ziet, is dat ik veel meer tijd en energie nodig heb voor mijn verzorging. Ik moet elke ochtend eerst mijn darmen spoelen, dat kost me anderhalf uur. Daar komen nog de ­zenuwpijnen bij, een soort fantoompijnen. Die kunnen heftig zijn en er is weinig tegen te doen.

“Cognitief had ik ook een tik gekregen, merkte ik al snel. Ik kon de snelheid en dynamiek op kantoor niet meer bijbenen. Voor het ongeluk draaide ik werkweken van 50, 60 uur. Nu kom ik nog maar aan 25 tot 30 uur. Deels doordat mijn energie dan op is, maar vooral door de uitval door zenuwpijn. Ik heb mijn aandeel in Heren 5 verkocht en ben voor mezelf begonnen.” 

Op zijn site presenteert hij zich als specialist in ‘rolstoelarchitectuur’. Daaronder verstaat hij ontwerpen voor mensen met een beperking die behalve functioneel ook mooi zijn. Daarnaast ontwerpt hij woonarken. Die wat wonderlijke combinatie komt voort uit zijn eerste project na het ongeluk: het aanpassen van zijn eigen woonark die hij kort ervoor had ontworpen en waarvan de bouw in de week na het ongeval zou beginnen. “Daar heb ik heel veel van geleerd.”

Functioneel én esthetisch

Die ervaring kwam van pas toen zijn eerste opdrachtgever zich aandiende, een jonge vrouw, hardhorend en spastisch, die een appartement had gekocht. Bijman: “Pauline zit in een elektrische rolstoel die veel ruimte vraagt, en heeft veel zorg nodig. Hierdoor moest het appartement worden aangepast. Maar het mocht er, was haar uitdrukkelijke wens, niet uitzien als een ziekenhuiskamer. Ze wilde zich er echt thuis voelen. In aangepaste ­woningen waar alles functioneel moet zijn, is vaak ook alle esthetiek weg.”

Door wanden weg te halen en alle deuren te verwijderen, uitgezonderd die van het bezoekerstoilet, werd het appartement veel ruimer en hoeft ze geen bochten te maken met de rolstoel. Er kwam één grote ruimte voor slapen, studeren en sanitair en daarnaast een kamer om te wonen en te eten.

Ook kleine hulpmiddelen kunnen van grote betekenis zijn, ontdekte Bijman, zoals een wasmand op schoothoogte in een kast waardoor Pauline zelfstandig de was kan doen; vaste plekken voor spullen zodat haar team van verzorgers weet waar ze iets kunnen vinden; en borden die rechtop staan, zodat ze die met haar ene, nog goed functionerende arm kan pakken en opbergen. Door het appartement te ontwerpen ‘op haar lijf’, heeft Pauline nog drie keer per dag hulp nodig. Voorheen was dat negen of tien keer. Bijman: “Ze houdt niet alleen de regie over haar leven, het scheelt ook aanzienlijk in de zorgkosten, doordat zij minder de hulp van derden hoeft in te roepen.” 

Inmiddels heeft hij al meer dan honderd opdrachten gehad. Vaak zijn het aanpassingen in woningen die voortvloeien uit letselschadezaken. Nu werkt hij in opdracht van stichting GewoonWonen aan het ontwerp van het interieur van een nieuw te bouwen huis in het centrum van Leiden, waar vier studio’s komen voor jonge mensen met de ziekte van Duchenne. Voor mensen in elektrische rolstoelen zijn het maar kleine appartementen van 58 m2, waarin de slaapkamer en badkamer met tillift naar verhouding veel ruimte innemen.

Met een verrolbare kastenwand tussen slaap- en woonkamer, die elektrisch te bedienen is, kan overdag de woonruimte groter worden gemaakt. Bijman: “Dan hebben de bewoners niet meer het gevoel in een zorgwoning te zitten”. 

Andere ontwerphouding

Een krap bouwbudget wordt vaak aangevoerd als excuus voor een slecht toegankelijk gebouw. Bijman: “Slimme oplossingen hoeven niet duurder te zijn. Ook hoeft niet heel Nederland drempelvrij te zijn. Ik zag laatst dat een bakker een bordje in de etalage had gezet dat hij voor ­rolstoelers een rijplank beschikbaar heeft. Als ze op het raam kloppen, legt hij die neer. Zo simpel kan het zijn om uit te dragen dat iedereen welkom is.

“Het zou al zoveel uitmaken als opdrachtgevers en architecten in plaats van alleen maar te doen wat minimaal voorgeschreven is, beseffen wat het betekent om met een beperking te moeten leven, en met compassie en creativiteit naar oplossingen zouden zoeken.”

Om ze te triggeren zou er een centraal punt moeten komen met voorbeelden van de beste toegankelijke gebouwen en slimme oplossingen. “Laat zien waarom rolstoelers zich prettig voelen in Het Concertgebouw in Amsterdam, het Muziekgebouw aan ’t IJ, de Beurs van Berlage en het Gemeentemuseum Den Haag, om er maar een paar te noemen.”

De missers mogen ook niet onvermeld blijven, vindt hij. Zo zijn de tourniquets bij de entree van het Stedelijk Museum Amsterdam te smal voor een rolstoel en moet de portier op verzoek een zijdeur opendoen. “Dan voel ik me zo niet welkom.” Ook in de opleidingen moet dit thema meer aandacht krijgen, zodat toegankelijk ontwerpen vanzelfsprekend wordt. “Je bent er niet door studenten bouwkunde een dagje in een rolstoel te laten rijden. Er moet een besef ontstaan wat het betekent om afhankelijk te zijn van derden. Dan ontstaat er vanzelf een andere ontwerphouding.”

Zelf mag hij ook niet blijven toekijken. “Ik geef af en toe lezingen en hoorcolleges. Dat kost me veel energie. Ik wil vaker naar buiten te treden met het verhaal wat de rolstoel met mij heeft gedaan als architect.” 

Nederland is onvriendelijk voor de rolstoel

Nederland loopt achter bij andere landen als het gaat om barrièrevrij bouwen voor rolstoelers, minder mobiele senioren en slechtzienden. Toegankelijk bouwen moet een vanzelfsprekendheid worden, vindt de BNA, de branchevereniging van architectenbureaus. “We moedigen architecten aan om hun creativiteit in te zetten en hiervoor slimme oplossingen te bedenken”, zegt beleidsmedewerker Alexander Pastoors. Daarom kijkt de jury van de ‘BNA-prijs voor het beste gebouw van het jaar’ dit jaar voor het eerst ook naar de toegankelijkheid. “Door dit criterium toe te voegen kunnen architecten en opdrachtgevers er niet meer omheen dat dit net zo belangrijk is als bijvoorbeeld energiezuinigheid.”

Het ligt niet alleen aan de ­architecten dat Nederland een rolstoelonvriendelijk land is, zegt Pastoors. “Maar wij vinden het hoog tijd om een signaal af te geven.”

Zo komt er ook een cursus voor architecten over toegankelijk (ver)bouwen. De BNA ziet verder in architect Ed. Bijman, die zelf in een rolstoel zit en gespecialiseerd is in rolstoelarchitectuur (zie het ­interview hiernaast), een belangrijke pleitbezorger voor toegankelijke gebouwen. 

Geen regels

Veelzeggend is volgens de BNA dat Nederland pas in 2016 als een van de laatste landen het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van de Verenigde Naties uit 2006 heeft geratificeerd. Daarmee verplichten landen zich om de positie van mensen met een beperking te verbeteren, zodat ze volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.

Minister Ollongren van binnenlandse zaken heeft een Actieplan Toegankelijkheid naar de Tweede Kamer gestuurd met maatregelen. Het plan is opgesteld in overleg met belangenorganisaties van mensen met een beperking, opdrachtgevers in de bouw en eigenaren van gebouwen. Uitgangspunt is dat op basis van ­vrijwilligheid geleidelijk aan wordt toegewerkt naar een brede toegankelijkheid van openbare ­gebouwen en woningen.

Pas als dat geen effect heeft, wordt mogelijk ook gekeken naar regelgeving. Er komt onder meer een website met informatie voor iedereen die met dit onderwerp aan de slag gaat. Ook zullen de opleidingen meer aandacht moeten geven aan toegankelijk (ver)bouwen.

Minimum is maximaal

De BNA en de belangenorganisaties van mensen met een beperking hadden liever gezien dat de bouwregels ook worden ­aangescherpt. Maar de overheid wil daar, onder druk van opdrachtgevers die extra kosten vrezen, niet aan. Pastoors: “Veel andere landen, waaronder de Verenigde Staten, stellen veel hogere eisen aan de toegankelijkheid van openbare gebouwen. In Nederland zijn de minimumeisen vaak meteen het maximum. Het blijft karig en vrijblijvend wat hier gebeurt.”

De overheid moet zich realiseren, vindt de BNA, dat het belang van toegankelijkheid alleen maar groter wordt als gevolg van de vergrijzing en het streven dat mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig blijven. 

Lees ook:

In Ommen rij je met je rolstoel zo de Vecht op 

In Ommen kunnen rolstoelgebruikers een fluisterboot besturen. Waar kunnen gehandicapte reizigers verder terecht?

Rolstoelers komen vaak de bus niet in

Sinds 2012 moet 98 procent van de bussen toegankelijk zijn voor gehandicapten, maar dat streven halen de vervoerders niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden