Archis, tijdschrift voor architectuur, stedebouw ...

Archis, tijdschrift voor architectuur, stedebouw en beeldende kunst, febr. 1992. Los nr. 17,50, abb. 174, per jaar, via Intermedia bv, Postbus 4, 2400 MA Alphen ad Rijn. De Revisor 1992 / 1. Querido, los nummer 16 " abonnement 6 nummers, .82,50.

DIEUWKE VAN OOIJ; T. VAN DEEL

Bij Rotterdam bijvoorbeeld: "Misschien gaat het om een architectuur die, zelf voortgebracht door de stad, op haar beurt echter geen stad verwekt. De stad blijft de grote afwezige, eigenlijk een onbekende" . Om te vervolgen met: "Onzin natuurlijk, de stad is wel degelijk aanwezig, als beeld, als bouwwerk" .

Het essay over Den Haag begint met de treffende zin: 'Kent u het Madurodam-gevoel?' Het stuk draagt als kop: 'Over de noodzaak van tuinieren in de Hofstad'. En ook met Groningen kan het beter, volgens de schrijvers van het essay over de noordelijke stad die zich kenmerkt door een prestigieuze architectuurwoede waar enige samenhang ontbreekt.

Deze artikelen, waarin de auteurs in vrijheid een probleem lokaliseren en attaqueren, mogen dan voor sommigen gevuld zijn met prietpraat maar zulke gedachtenprikkels zijn, zoals hoofdredacteur Geert Bekaert schrijft, 'voor de architectuur levensnoodzakelijk'.

DE REVISOR opent met een onstuimig en pakkend verhaal van Robert Vacher, 'De negende Ring', dat maar liefst zo begint: "Ik ben een vergissing. Af en toe ga ik in de goot liggen. Ik oefen vast. Wie ben ik, wat wil ik, wat heb ik gedaan en nagelaten, valt er nog iets te redden?" In een Antwerpse kroeg gezeten gutst dit personage een lange, ongealinieerde stroom overwegingen en bekentenissen uit.

Van een geheel andere aard is het gewikte en gewogen proza van Dirk Ayelt Kooiman, waarin zinnen kunnen voorkomen als de volgende: "Via een omweg, zijn koffer af en toe wisselend van de ene naar de andere hand, en naderend vanuit een andere richting dan gebruikelijk, bereikte hij het kleine, rechthoekige plantsoen, waar het voormalige, in het midden van een van hoek tot hoek eenvormige huizenrij gesitueerde schoolgebouw, op uitkeek."

Het kan dus op veel verschillende manieren in De Revisor, wat ook wel blijkt uit de diversiteit aan dichters, die aan dit nummer bijdragen: Brouwers, Tellegen, Backer, Haft, Ter Balkt, Ekkers, Honingh, Tempelman, Schouwenaar. Tellegens verzen beginnen steeds met "Een man...": "Een man koesterde een smeulende haat tegen zichzelf / en dikwijls legde hij zich in een hinderlaag / om voorgoed / met zichzelf af te rekenen - / dan spitste hij zijn oren, / hoorde hij zijn hart woedend bonzen, / wachtte uren, dagenlang, doodstil in het struikgewas - // maar hij nam altijd een andere weg."

Bijzondere aandacht verdient een vertaling, door Graa Boomsma, van het beroemde essay van Henry James, 'The Art of Fiction', uit 1884. Het destijds geruchtmakende stuk geeft James' ideeen weer over zulke belangrijke kwesties als vorm en inhoud, de vrijheid van de romancier en de 'waarheid' van een roman. Niet minder boeiend is de subtiele analyse die W. Bronzwaer maakt van enkele vertalingen van Rilke's sonnet 'Ein Frauen-Schicksal'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden