Archief: Jan Blokker en de Tien Geboden

Jan Blokker (Amsterdam, 1927) is schrijver en journalist. In 1950 kreeg hij de Reina Prinsen Geerligs-prijs voor zijn debuut 'Sejour'. Daarna schreef hij, onder andere, nog twee romans, cabaretteksten, filmkritieken en scenario's, maar berucht en beroemd werd de 'grootinquisiteur van de nationale hypocrisie' vooral door zijn vlijmscherpe columns in de Volkskrant.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Ik vind het interessant dat er filosofen en theologen zijn geweest die zich hebben afgevraagd of God bestaat, maar ik heb het zelf nooit nodig gevonden om daar een antwoord op te vinden. Ik ben door een gemeenschap van mijn ouders op aarde gekomen. Op een dag ben ik dood en dan is het afgelopen. Het tobberige 'waarom?', de vraag of ik mij in een voortzetting mag verheugen - ik hou mij er niet mee bezig. Je leeft voort zo lang er mensen zijn die zich jou herinneren. Dat vind ik zo mooi aan het leven; dat er mensen zijn die twee, misschien wel driemaal hun eigen leeftijd hebben, qua ouderdom.

Ik zal het je uitleggen. Ik ben geboren in een gezin dat redelijk belezen, maar niet outstanding van afkomst is. Geen adel, maar keurige middenstanders met een sterke neiging tot overdracht. Ik ben mij al heel jong bewust geworden van het feit dat er voor mijn tijd, de tijd van mijn ouders en die van mijn grootouders ligt. Daar begint mijn herinnering; aangespoeld uit het verleden. Ik heb de Eerste Wereldoorlog meegemaakt. Daar weet ik zo veel van - niet alleen uit gelezen boeken, maar ook uit overgedragen sentimenten, verhalen en emoties. Ik hoop en verwacht dat mijn kinderen en kleinkinderen niet alleen mijn boeken - verder valt er niets te erven - maar ook mijn ideeën, mijn herinneringen, mijn grappen en mijn pestbuien zullen overnemen.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,In de oorlog voelde ik mij zeer aangetrokken tot een begerenswaardig buurmeisje dat van roomse huize was. Alles in de katholieke kerk aan de Postjesweg - de stank, de muziek, de beelden - droeg bij aan die verliefdheid, maar het had niets met mystiek te maken. Het was op haar gerichte erotiek. Zij was de basis. Je kent dat toch? Als je bepaalde dingen hebt die geassocieerd kunnen worden met een mooie vrouw, dan heb je, om daar erotische genoegens aan te ontlenen, het beeld van die vrouw niet meer nodig. Ik weet niet wat er was gebeurd als zij gereformeerd was geweest; het instrumentarium van de gereformeerde kerk is in dat opzicht toch veel beperkter. Ik ben, vooral door mijn vader, antipapistisch geïndoctrineerd, maar gelijktijdig had ik dus dat buurmeisje... Er zijn momenten geweest waarop ik dacht Paris vaut bien une messe; als ik de pastoor nodig heb om de hand van dat mooie vrouwtje te kunnen krijgen, dan moet dat maar. Gewetenloos. Zo ver is het niet gekomen.''

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Joop Doorman, oud-directeur van de VPRO, had een mooie theorie over 'contact behoudende' en 'contact verstorende' vormen van communicatie. Die theorie viel bij mij in een gespreid bedje. Wat zal je nou vloeken als - wat zeg je? Christenhondenkop? Ja... Ik ben eerlijk gezegd de context vergeten, maar ik kan mij nog wel herinneren dat ik zoiets heb geschreven over het hoofd van Aart Zeeman.

Maar hij hééft ook een christenhondenkop! Er is niet één omroep waar ik zo'n hekel aan heb als de NCRV. Dat wegpikkende, tussen alle klippen door zwemmende... het is een vorm van christelijkheid die mij vreselijk tegen de borst stuit. Ik zal het je sterker vertellen, mijn arrogantie gaat veel verder dan je nu misschien vermoedt: ik beschuldig types als Aart Zeeman, maar ook Fons de Poel en Aad van den Heuvel ervan dat ze op een schandelijke manier het christendom tot eer en meerdere glorie van hun eigen roem misbruiken. Zet de televisie maar aan: ze verkwanselen de hele dag door, op allerlei manieren, dat wat volgens mijn gevoel het christendom zou moeten zijn. Ik vind het goed dat er nog steeds gereformeerden zijn - helaas zijn het er steeds minder - die volhouden dat de slang om de dooie dood gesproken heeft! En die vinden dat homoseksualiteit zondig is. Kan niet, mag niet, fout! Dat vind ik een aardiger en begrijpelijker slag mensen dan al die NCRV-types. Ik weet niet of mijn column daar over ging - ik denk het niet - maar zo zou ik hem hebben verdedigd.''

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Als ik terugdenk aan de tamelijk slordige, slonzige manier waarop ik heb geleefd en gewerkt, dan ben ik wel eens verbaasd, verbijsterd, maar ook jaloers. Onbegrijpelijke hoeveelheden werk! Ik blijk het niet meer te kunnen. Zo simpel is het. Of het mij bang maakt? Ach, angst voor morgen, dat vind ik altijd een beetje onzin. Ik zie wel. Maar als ik er, gedwongen door de interviewer, over moet nadenken... natuurlijk, dit proces gaat almaar verder. Ik moet steeds langer nadenken over woorden, synoniemen, vanzelfsprekende kennisvragen. Als ik naar zo'n quiz op televisie kijk, ben ik nog altijd een genie vergeleken met de kandidaten, maar toch... ik ben een fase ingegaan die onherroepelijk tot de totale aftakeling leidt.''

,,Toen ik hoorde dat er iets verkeerds in mijn pens zat, heb ik heel lang geprobeerd dat te verdringen. Ik heb een groot verdringtalent. Een van de dingen die mij daarbij waanzinnig heeft geholpen, was dat ik kon blijven werken. Stukjes schrijven, boeken schrijven. Dat waren ook de enige momenten waarop ik er niet aan dacht dat er ook nog iets vervelends gaande was. Tot er móest worden ingegrepen. Kennelijk - en dat heeft mij zelf ook een beetje verbaasd - weet ik dan toch iets in mezelf om te schakelen: dan moet het maar. Niet zeuren. Ik weet niet hoeveel procent, maar ze hebben een flinke hap uit mijn longen genomen. Maar ik vind eigenlijk dat dit niemand een bal aangaat. Laat mij maar gewoon werken. Het klinkt ontzettend pathetisch, maar toch: als dat niet meer lukt, stop me dan maar in een zak en gooi mij in de gracht.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn vader was in heel veel opzichten een loser. Hij heeft - ver voor mijn tijd, in 1911, 1912 - tbc gehad en gekuurd in Davos. Hij is op jonge leeftijd bij een bank gaan werken, had absoluut door kunnen stoten, maar de sukkel heeft bekend gekuurd te hebben voor tbc en dat was meteen het einde van zijn promotiekansen. Hij heeft ook zijn hele leven een beetje gegokt op de beurs, maar de aandelen die hij gisteren kocht, kelderden de volgende ochtend en ze rezen de pan uit zodra hij ze weer de deur uit had gedaan.''

,,Ik denk dat ik, van jongs af aan, een soort tweede gezicht had voor hoe de wereld eigenlijk in elkaar zat. Het was een sceptisch beeld, tegen het cynische aan. Zo keek ik ook naar mijn ouders, al stond dat mijn liefde, mijn genegenheid voor hen op geen enkele manier in de weg. Maar ik zag voortdurend dingen waarvan ik dacht: wat raar is dat. Wat dan? Weet ik veel. Kleinigheden. Mijn vader had een sikje en als ik met hem ging wandelen waren er altijd wel een paar van die rotjochies die mekkerden als we voorbij kwamen. Ik herinner me dat er tijdens één van onze wandelingen over het paardenpad dat parallel liep aan het Vondelpark, weer een groepje achter ons aan kwam lopen, een zo'n jongen tegen mij opbotste onder het uitspreken van de ongelooflijke tekst: 'Hee bul, heb jij een paardenlul?' Dat is toch om in te lijsten? Ik weet nog dat ik dacht: 'Ja, waarom loop ik hier eigenlijk?' We hadden niet eens een paard. Misschien liepen we daar wel omdat mijn vader een paard had willen hebben. Hij had ook een kast vol boeken met reisverhalen. Tibet, het Dak Van De Wereld - allemaal plekken waar hij nooit was geweest en ook nooit zou komen. Want: tbc. Die ziekte heeft ons jarenlang in haar greep gehad. We moesten vet eten, veel jus en pap. Er moest een vetlaag op onze longen komen, want anders kregen wij het ook. Tocht! Pas op voor tocht. Ook als de mussen van het dak vielen. Als ik een deur niet achter mij had dichtgetrokken, kon ik van mijn moeder op mijn lazer krijgen, omdat vader bij een open raam zat en ik een aanslag op zijn leven had gepleegd. Maar mijn moeders meest interessante zorg gold de avondlucht. Het hele gezin liep, zomer en winter, met stevige dassen om. Want voor je het wist, had de avondlucht je te pakken. Ik heb daar zeker tot mijn zesde, zevende jaar echt in geloofd. Tot een uur of zes, als het een beetje donker aan het worden was, hing er nog een gezellige lucht boven ons hoofd, maar die werd op den duur weggehaald en vervangen door een buitengemeen gevaarlijke en smerige avondlucht.''

,,Mijn moeder zat er als een waakhond bovenop; haar man was ernstig ziek geweest, hij mocht beslist niet doodgaan. Om de zoveel tijd hing er een begrafenisstemming in huis: vader had weer bloed opgegeven. Dan moest de dokter gebeld en kreeg hij een beetje morfine toegediend. Ik ben dus opgegroeid met de vrolijkste man van de wereld, met wie ik op zondagochtend lange wandelingen maakte naar Durgerdam en Holysloot, die tegelijkertijd een kwetsbare patiënt was, een man die 's avonds moest worden ingepakt, rijstebrij en vette jus at en door het minste zuchtje wind dood voor mijn ogen neer kon vallen. Deze dubbelheid ontgaat een kind dat goed uit z'n doppen kijkt - en dat deed ik toevallig - natuurlijk niet, maar toen ik in de gaten kreeg dat het verhaal van die avondlucht flauwekul was en die pap niet om te vreten, was het vooral mijn gevoel voor scepsis dat de overhand kreeg: ja zeg, zo erg is het toch allemaal niet? Moet deze vrolijke, gezellige man nu voortdurend met zijn ziekte worden geconfronteerd? Nee, ik neem mijn moeder niets kwalijk. Het is haar ook maar overkomen: net getrouwd, zwanger, werd haar man ernstig ziek. Ze was een echte moederkloek, een mooie, struise vrouw. Mijn moeder kon hooghartig en arrogant zijn. Als zij in een winkel iets had gekocht dat later bij ons moest worden afgeleverd en zo'n handenwrijvende bediende vroeg: 'En de naam was mevrouw?', dan zei mijn moeder altijd: 'De naam was, is en zal blijven Blokker.' Ja, daar heb ik mij voor geschaamd, net zoals voor al die andere 'rare dingen' van mijn ouders. Maar ik ben het uiteindelijk ook leuk gaan vinden, er misschien zelfs trots op geweest. Al gold dat meer voor mijn moeder dan voor mijn vader. Mijn vader liep met zijn sikje over het paardenpad en dat was per definitie lullig.''

,,Het beeld van die twee werelden - knus en gevaarlijk - werd met het uitbreken van de oorlog enorm versterkt. De ene werkelijkheid was: dreiging, donkere wolken pakken samen boven Nederland, Wilhelmina op de radio: 'Ik richt hierbij een vlammend protest' en de andere werkelijkheid was het beeld van mijn vader die na het nieuws zijn demi aantrekt - want het was mei en op 1 juli ging de jas pas uit - mijn moeder kust en het pand verlaat want: om twee minuten voor halfnegen stond op het Surinameplein lijn 17 klaar om hem naar kantoor te brengen. En ik ging even later op mijn fietsje naar school, op de Keizersgracht. Hoezo: de maatschappij werd ontwricht? Het leven ging gewoon door. Ik heb nog een foto, genomen van mijn eindexamenklas, in 1944. Daar staan we, met z'n allen, op de Keizersgracht. Op de achtergrond zie je het huis van Anne Frank. Ze kon zo op ons neerkijken. Daar kan ik met schaamte aan terugdenken. We wisten dat er vreselijke dingen in onze samenleving gebeurden, maar daarnaast was er het kleine geluk van de Bonairestraat. Gezellig, onder ons, de gordijnen dicht. Als de buitenwereld ons te na komt, hebben we altijd elkaar nog. Dat gevoel heb ik nog steeds. Als ik mijn kinderen en kleinkinderen om mij heen zie, denk ik: zo hoort het. Home, sweet home. Mijn vader zei altijd: 'Het gezin is een bolwerk' en dat vind ik eigenlijk ook.''

6. Gij zult niet doodslaan

,,De laatste column die ik echt op de man heb gespeeld, schreef ik naar aanleiding van het optreden van Van Agt als Zomergast bij de VPRO. Die man is de belichaming van alles wat ik in mijn leven heb gehaat en zal blijven haten. Veel mensen zagen hem als een malloot op een racefiets, maar hij was wel de baas van Nederland die iedere beslissing nam alsof het een komisch nummer was. Ik vond het een schande dat deze man tot de Heerlijkheid van Zomergast werd bevorderd en drie uur lang het woord mocht voeren. Ik ben in opkruipende mate woedend geweest over het feit dat niets van wat hij zei waar was. En dat hij ermee wegkwam? Wat heet! Hij werd door Zwagerman als Onze Lieve Heer zelf de studio uitgedragen! Maar hoe scherp ik daar ook over zou schrijven: ik geloof niet dat de pen, of het gesproken woord, kan 'maken en breken'. Neem dat akkefietje van Paul de Leeuw, die in iedere televisie-uitzending over het drankprobleem van Anneke Grönloh begon. Wie heeft die zaak vooralsnog verloren? Paul de Leeuw. En Anneke Grönloh drinkt vrolijk door.''

7. Gij zult niet echtbreken

,,Ik heb relaties onderhouden met vrouwen die mij niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk aanstonden, maar ik heb er geen enkele behoefte aan gehad om van partner te wisselen. Je hebt mensen - en ik denk dat ik daartoe behoor - die vooral in de richting van het overspel neigen omdat het zo'n aangename gewaarwording is. Lust? Nee, het is die prikkel van... er is iemand op wie je verkikkerd bent en dan onstaat er zo'n gevoel van: kan ik haar krijgen of niet? Dat ken je toch wel? Nou goed, en dan zijn er dus mensen, meer mannen dan vrouwen, die deze sensatie bij herhaling willen herbeleven. Maar zodra die verliefdheid zich doorzette - ik probeer je een zo eerlijk mogelijk antwoord te geven - heb ik toch een ontknoping geforceerd. Want: als het niet ophoudt, loopt het mis. Dan moet ik de deur uit. Dan ben ik de kinderen kwijt. Anneke kwijt. En hoe moet het met mijn boeken? Ik wil helemaal niet met een andere vrouw het leven door. Ik ben al meer dan vijftig jaar met haar getrouwd. Ik zeg wel eens tegen haar: het wordt bijna onsmakelijk.''

8. Gij zult niet stelen

,,Jaren geleden riepen Kees Fens en Michaël Zeeman de Volkskrantlezers op een gedicht à la Achterberg, maar ook een column à la Blokker te schrijven. De uitkomst van dit prijsvraagje was, volgens Zeeman en Fens althans, dat het niemand was gelukt een Blokker na te doen. Dat vond ik wel leuk. Tot de gedachte in mij opkwam dat ik waarschijnlijk zo lullig schrijf dat geen hond het voor elkaar krijgt om zoiets na te doen.''

9. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Als ik een goede bekende zou moeten ontmaskeren als een leugenaar of een oplichter, zou ik voor mijn journalistieke geweten kiezen. Zoiets is mij nog nooit gebeurd, maar ik ben, door mijn werk, wel vrienden kwijtgeraakt. Ik heb, onbewust, om mij daartegen te beschermen, iets wat meer is dan een zakelijke relatie altijd behoorlijk op afstand gehouden. Het is een distantie die de journalistiek van mij vereist. Ik houd mij bezig met de actualiteiten, without fear or favour. Als ik zie dat een of ander nulliteitje, genaamd Balkenende, ineens de macht overneemt en vervolgens in de krant schrijf dat ie een onzienlijk, incompetent meneertje is, vind ik niet dat ik daar een consequentie aan moet verbinden en mij vervolgens aan de zijde van Wouter Bos moet scharen, of een eigen partij moet oprichten. Nee. Ik zit in een boom met mijn mitrailleur en af en toe schiet ik. Dat is genoeg.''

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik kan uit het diepst van mijn eerlijke hart verklaren dat ik nooit een ambitie heb gehad om hogerop te komen. Ik ben overal gevraagd, er liggen geen lijken op mijn weg. Niks voetlicht, niks roem. Ik denk dat ik over tien jaar alleen nog door een paar pershistorici zal worden gememoreerd. Misschien dat mijn stukken over boeken iets langer leesbaar blijven, maar columns zijn per definitie gedateerd. Over een tijdje zijn ze verloren, weg. Nee hoor, dat kan mij niets schelen. Het ligt voor de hand. Dit is wat er van mij overblijft: een mannetje in de krant.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden