ARCHEOLOGIE

Tientallen heuvels op Walcheren en Zuid-Beveland bewijzen dat de Zeeuwen nog wel tegen iets anders hebben gevochten dan alleen het water. Acht eeuwen geleden was een heuvel soms de redding tegen rondtrekkend gespuis.

Dat je dan aan een afvalhoop denkt is niet zo gek. Overal in Nederland worden de volgestorte vuilnisbelten immers omgezet in kunstmatige heuvels, sommige zelfs inclusief een al even kunstmatige skipiste. Maar de meer dan veertig heuvels die verspreid over Walcheren en Zuid-Beveland liggen, zijn geen van alle ontstaan uit afgedankte vuilnisstortplaatsen.

Er zijn over de 'Zeeuwse vliedbergen' in de loop der eeuwen bijna net zo veel onzinnige en mysterieuze verhalen verteld als over de Egyptische piramides. Ze zijn beschreven als offerplaatsen van een geheimzinnige Keltische sekte. Of als de plaatsen waar de Phoenicische zeevaarders hun vuurbakens op zetten om de schepen de weg naar Engeland wijzen. Of als geheimzinnige begraafplaatsen waar het 's nachts spookt. De 'vuilnisbelttheorie' van onze toerist is wat dat betreft gewoon een van de vele misvattingen die er bestaan .

En zelfs het meest geloofwaardige verhaal dat er over deze heuvels verteld wordt, namelijk dat het plekken waren waar de Zeeuwse boeren zich in geval van hoog water konden terugtrekken, is niet waar.

Maar waarvoor hebben ze dan wel gediend, deze rare heuvels die op allerlei plaatsen op Walcheren en Zuid-Beveland oprijzen ? Een ding is zeker: ze zijn zo regelmatig van vorm dat ze door mensenhanden moeten zijn gemaakt. Maar door wie werden ze dan opgeworpen en wanneer?

Onderzoek van de Zeeuwse archeoloog dr. Trimpe Burger heeft onomstotelijk aangetoond dat alle Zeeuwse bergen oorspronkelijk een krijgskundig doel hadden. "Op de vliedbergen zocht men dus wel zijn toevlucht, maar niet tegen de krachten van de elementen. Ze waren bedoeld als bescherming tegen rondtrekkende roofridders en vijandige bendes" aldus Trimpe Burger.

Dat de vliedbergen in tegenstelling tot de terpen en wierden in het noorden van Nederland niet dienden om de burgers te beschermen tegen het water, blijkt alleen al uit hun lokaties. Alle bekende vliedbergen liggen op plekken waar, ook in de tijd waarin ze werden gebouwd, geen enkel gevaar bestond voor binnendringend zeewater. Een aantal ervan ligt zelfs vlak tegen de duinenrij aan, zoals bij voorbeeld de hoogste van allemaal: de vluchtheuvel van Boudewijnskerke.

Het archeologisch onderzoek heeft ook duidelijk gemaakt dat alle vliedbergen zijn ontstaan in de 12de en de 13de eeuw. Die periode kenmerkte zich door een grote mate van sociale en politieke onrust. Er was nauwelijks sprake van centraal gezag en overal trokken gewapende groepen rovend en plunderend rond.

De bewoners van de grotere boerderijen (hofstedes of havezates) zagen zich dan ook genoodzaakt om hun bezittingen extra te beschermen. Vlak bij hun hoeven - soms zelfs op een woonterp - of midden in een nederzetting - zoals in het geval van Biggekerke - wierpen ze een vluchtheuvel op.

Om die heuvel heen werd een gracht gegraven. De grond die daarbij vrij kwam werd gebruikt om de heuvel extra op te hogen. Aan de binnenzijde van de gracht, waar meestal een ophaalbrug overheen lag, werd een houten palissade opgetrokken. En bovenop de vluchtheuvel kwam een toren. Aanvankelijk waren die torens van hout, maar vanaf de 13de eeuw gingen de boeren steeds meer in steen bouwen.

Hoe die bebouwing er uit moet hebben gezien weten we tamelijk precies. Er is namelijk een afbeelding van een dergelijke vluchtberg bewaard gebleven: op het beroemde tapijt van Bayeux. Op dit wandkleed, dat rond 1100 werd gemaakt zien we een vliedberg afgebeeld, die door soldaten wordt belegerd.

Door de veranderende strategische inzichten - het kanon deed zijn intrede - verloren dergelijke vluchtheuvels echter al gauw hun waarde. Vanaf de 14de eeuw werden ze dan ook niet meer gebouwd. Enkele van de bestaande vluchtheuvels met een stenen toren daarop worden omgevormd tot echte kastelen.

Het mooiste voorbeeld daarvan is het fort Baarland. Opgravingen daar hebben laten zien dat de oorspronkelijke stenen toren binnen 20 jaar verbouwd werd tot een echt kasteel, dat overigens helemaal binnen de gracht van de oorspronkelijke vliedberg verrees.

De overige vliedbergen bleven, beroofd van hun functie en ontdaan van hun bebouwing, als kale heuvels in het landschap achter.

Er zijn in Zeeland veel meer vliedbergen geweest dan de 43 die er nu nog over zijn. Aan het einde van de vorige eeuw waren er nog 135 bekend. Schaalvergroting van landbouwbedrijven, dorpsuitbreiding en afgraving hebben in deze eeuw echter hun tol geeist.

Alle nu nog bestaande vliedbergen vallen onder de monumentenwet. Daardoor genieten ze volledige bescherming en kunnen de ergst beschadigde heuvels zelfs gerestaureeerd worden. Sinds enige tijd is de belangstelling voor vliedbergen als historische monumenten toegenomen. Er is zelfs een cultuurhistorische fietsroute uitgezet die langs de fraaiste exemplaren voert. De route begint en eindigt in Middelburg en de beschrijving ervan, Het geheim van de Zeeuwse bergen, is bij de VVV te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden