ARCHEOLOGIE

Op een computerscherm staat een Romeinse kraan afgebeeld. Wie meer wil weten, legt zijn vinger erop. Dan komt er informatie over waterleidingen en rioleringssystemen zoals die in Pompei in gebruik zijn geweest. Een ander scherm toont de plattegrond van een huis: door aanraken ervan kun je een wandeling maken door die woning, waarbij ook alle voorwerpen worden getoond die er ooit in zijn gevonden.

De ondersteuning door computersimulaties vormt een van de aantrekkelijke punten van de tentoonstelling Pompei, terug naar de bedolven stad die vandaag opent in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De bezoeker kan op 22 verschillende beeldschermen, verspreid over de hele tentoonstellingsruimte, een enorme hoeveelheid informatie oproepen.

Het speciaal voor de tentoonstelling ontwikkelde educatieve computerprogramma is een afgeleide van het grote wetenschappelijke computerprogramma 'Neapolis' dat door IBM-Italie, Fiat en de het Italiaanse ministerie van cultuur voor het archeologisch onderzoek van Pompei werd ontworpen. Neapolis is een mijlpaal voor de gegevensverwerking in de archeologie.

125 000 dingen

Een recente Nederlandse, niet al te grote opgraving als die van het laatmiddeleeuwse kloosterterrein in Susteren, leverde in twee seizoenen ongeveer 125 000 objecten op. In archeologentaal: tweehonderdvijftig dozen met in elk daarvan twintig zakken, met elk 25 items, van complete gebruiksvoorwerpen zoals vaatwerk en gereedschappen tot delen van kleding en munten.

Daarnaast produceerden de archeologen in die periode ook nog eens tientallen kilo's papier. Want niet alleen werden alle vondstomstandigheden uitgebreid gedocumenteerd, voor een juiste interpretatie zijn ook kaarten van de omgeving van de opgraving noodzakelijk. Fundamenten van gebouwen en grondsporen werden precies opgetekend. Kortom, een seizoen graven leverde zoveel gegevens dat het nog jaren kan duren voordat die allemaal zijn geordend en geinterpreteerd.

"In Pompei, waar een complete Romeinse stad verborgen lag onder een dikke laag as en lava, zijn sinds 1748 vrijwel onafgebroken opgravingen aan de gang. De hoeveelheid informatie die daarbij is ontstaan is zo gigantisch, dat niemand in de wereld dat meer kan overzien." Dr. Baldassare Conticello, die namens de Italiaanse overheid verantwoordelijk is voor al het archeologische werk in Pompei en omgeving, werd met zijn neus op dat feit gedrukt toen hij aan het begin van de jaren tachtig een aanvang wilde maken met het inventariseren van alle fresco's die in Pompei en het daar vlakbij gelegen Herculaneum ooit waren gevonden.

Grote aantallen - in totaal zijn er meer dan 10 000 fragmenten - zijn niet het enige probleem. De fresco's zijn voor een deel ook nog verspreid geraakt over musea in de hele wereld. Ook bleken delen van fresco's gestolen.

Weer andere waren, door gebrekkige restauraties in het verleden of doordat ze sinds het moment van hun opgraving voortdurend aan het zonlicht blootgesteld waren geweest, gewoon verdwenen. "En doordat lang niet alle opgravingsrapporten zijn gepubliceerd, was er ook nog eens een enorm aantal fragmenten waarvan we absoluut geen idee meer hadden waar ze ooit thuis hoorden." aldus Conticello.

Orde

Om orde in deze rijstebrijberg te kunnen scheppen, was het opbouwen van een samenhangende gegevensverzameling, met daarin alles wat over Pompei bekend is, noodzakelijk. En dat zou onmogelijk zijn zonder de inzet van computers.

Nu is het gebruik van computers in de archeologie al lang geen nieuwtje meer. Ook bij de hierboven geschetste opgraving in Susteren worden de gegevens uiteindelijk met behulp van een computer verwerkt. Het bijzondere aan het plan van Conticello waren de schaal van het geheel en de manier waarop de gegevens aan elkaar gekoppeld moesten worden.

Behalve de gedetailleerde gegevens over alle frescofragmenten en de gegevens van opgravingen uit het verleden, moesten namelijk in het geheugen van de computer ook niet-archeologische data zoals tekeningen, schilderijen, aquarellen en oude foto's worden opgeslagen.

"Ik had een database voor ogen waarin alle tot nog toe verzamelde kennis over Pompei op een voor wetenschappers toegankelijke wijze kon worden bewaard."

Meer dan honderd archeologen, kunsthistorici en antropologen zijn sinds 1987 onder leiding van dr. Stefano Bruschini, een computerdeskundige van IBM-Italie, bezig geweest om dit gigantische project te verwezenlijken.

VERVOLG OP PAGINA 21

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden