ARCHEOLOGIE

Vanaf ongeveer 500 voor Christus werd heel Midden- en WestEuropa beheerst door de cultuur van de Kelten. Het grootste deel van Nederland behoorde echter tot een overgangszone tussen deze cultuur en die van de Germanen in Noord-Europa. In Nederland woonden dan ook geen Kelten, maar wel was er sprake van 'Keltisering'. Vanaf 23 april brengt de manifestatie 'Celtica Neerlandica' de cultuur van de Kelten over het voetlicht. Dat gebeurt onder meer met een tentoonstelling van in Nederland gevonden, 'Keltische' voorwerpen in het Allard Pierson museum in Amsterdam. 'Kelten in Nederland?', van 23 juni tot en met 11 juni in het Allard Pierson museum, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur. Behalve de tentoonstelling omvat de manifestatie Celtica Neerlandica lezingen, voorstellingen en andere activiteiten. Voor informatie over het programma kan men terecht bij de Stichting Celtica Neerlandica, Tel. 030-512411.

De heersende Keltische taal en cultuur maakte via assimilatie, al dan niet onder druk, binnen twee eeuwen vrijwel overal plaats voor een mengcultuur, waarin de Romeinse invloeden in alle opzichten de boventoon voerden. Slechts aan de randen van het Romeinse Rijk wisten Keltische stammen zich zowel fysiek als cultureel nog langere tijd te handhaven. In de ontoegankelijke delen van GrootBrittannie (Schotland en Wales) en op het nog westelijker gelegen Ierland weten zij zelfs tot op de dag van vandaag hun taalkundige en culturele traditie voort te zetten. Zij het dat het oorspronkelijke meergoden-geloof in de loop der eeuwen heeft plaats gemaakt voor het christendom.

Voor informatie over de vroege, 'Europese' Kelten zijn we totaal aangewezen op wat de klassieke auteurs over hen hebben opgeschreven en op de archeologie. Die Kelten kenden namelijk zelf geen geschreven bronnen. De eerste Keltische geschriften ontstonden pas in de vierde eeuw na Christus in Ierland, nadat de bevolking daar tot het christendom was overgegaan. De oudste Keltische geschriften die bewaard zijn gebleven, stammen zelf pas uit de achtste eeuw. Behalve christelijke teksten, heilige levens, bijbelteksten etcetera zijn dat veelal de eeuwenoude mythologieen en verhalen. Daarin klinkt weliswaar nog veel van de geschiedenis en gebruiken van voor het christendom door, maar echte historische informatie is daar nauwelijks uit te destilleren.

De Grieken zijn de eersten die rond 500 voor Christus de naam Keltoi gebruiken voor bepaalde stammen in Centraal Europa. Een deel van die stammen noemen ze ook Galatai. (Deze Galaten verhuizen later naar West-Turkije en hun stamgebied daar heet nu nog Galatie)

De Romeinen noemden de bevolkingsgroepen die zij ten noorden van de Alpen tegenkwamen, Celtae of Galli. Overigens hadden de Romeinen al voordat ze de Alpen overtrokken kennis gemaakt met de Keltische cultuur. Rond 400 voor Christus waren namelijk een aantal Keltische stammen de Alpen in zuidelijke richting overgestoken. Nadat ze de Etrusken uit de vlakte van de Po hadden verdreven, stichten ze daar hun eigen cultuur. Dit gebied noemden de Romeinen dan ook Gallia cis Alpina in tegenstelling tot Gallia trans Alpina waarmee men Frankrijk bedoelde. Gallia cis Alpina werd rond de het midden van de tweede eeuw voor Christus definitief door de Romeinen verslagen en vervolgens in het Romeinse Rijk opgenomen. Gallia trans Alpina volgde in de eeuw daarna.

Het oorspronkelijke woongebied van de Kelten lag, zo is uit het archeologisch onderzoek van de laatste honderd jaar duidelijk geworden, in Midden-Europa. Een van de eerste grote Keltische centra bevond zich in de omgeving van de Oostenrijkse plaats Halstatt. Daar zijn in de loop der jaren belangrijke vondsten gedaan, waaronder nederzettingen en de graven van een aantal vorsten. Deze zogeheten Halstatt-cultuur begint rond 800 voor Christus.

De enorme en snelle groei van de culturele macht van deze 'oer-Kelten' was voornamelijk te danken aan de handel in zout, dat ze in de mijnen in de bergen bij die plaats wonnen, en de metaalbewerking. Vanuit dit eerste centrum in het midden van Europa is de Keltische cultuur langzaam in alle richtingen opgeschoven. Hoewel er ook Keltische groepen in zuidelijke en oostelijke richting trokken (zie hierboven), bewogen de meesten zich in noordelijke en westelijke richting. Vanaf zo ongeveer 500 voor Christus werd heel Midden- en West-Europa door de Keltische cultuur beheerst.

De Noordgrens van dit cultuurgebied lag, op het hoogtepunt van de bloei, ongeveer in het zuiden van Belgie. Waarschijnlijk vormde het fameuze 'Kolenbranderswoud', een ondoordringbaar bos dat zich in het zuiden van Belgie uitstrekte en waarvan de laatste restanten pas in de late Middeleeuwen werden omgehakt, voor de voornamelijk veehoudende Kelten de natuurlijke grens. In die zelfde periode (tussen 800 en 500 voor Christus) ontwikkelde zich in Noord-Europa echter ook de cultuur van de Germanen. Hun invloed reikte van Scandinavie tot ongeveer de rivier de Wezer in Duitsland.

Het gebied dat daar tussenin lag en dat grofweg het grondgebied van Belgie, Nederland en een deel van Duitsland omvatte, vormde een soort overgangszone tussen de twee culturen. Er ontwikkelden zich daar een aantal autonome culturen waarvan de noordelijke sterk onder invloed van de Germaanse cultuur en de zuidelijke van de Keltische cultuur stonden. Het grootste deel van Nederland behoorde tot het zuidelijke deel.

"Wat we dan ook zien" , aldus dr. Nico Rooymans, medewerker aan het Instituut voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam en een van de Nederlandse experts op dit terrein, "is dat in het gebied dat nu Nederland heet, een proces van 'Keltisering' optreedt. In eerste instantie kwamen de bewoners van deze streken via handelscontacten in het bezit van typisch Keltische produkten, vooral mobilia, zoals zwaarden en sieraden. Daarna zien we dat er ook ter plekke goederen vervaardigd gaan worden naar Keltisch voorbeeld. En ook komen er een aantal Keltische gebruiken op, zoals het gebruik van gouden munten. Zelfs gaan sommige stamhoofden zich tooien met duidelijk Keltische namen." Vooral namen die eindigen op de letters 'i' en 'x' zijn daarvan een typisch voorbeeld.

Op een groot aantal plaatsen in Nederland zijn tijdens opgravingen de sporen van de Keltisering aangetroffen. Onlangs nog bij de opgravingen in Empel, Noord-Brabant. Rooymans: "Bij Empel stond een lokaal heiligdom waar de bevolking op grote schaal offers heeft gebracht. Veel van die offergaven, die meestal bestonden uit zwaarden, sieraden en kostbaar vaatwerk, vertonen voor de Keltische cultuur kenmerkende ornamenten."

Een andere belangrijke bron voor 'Keltische' voorwerpen vormen de bodems van de Nederlandse rivieren, vooral de Maas en de Waal. Een zeer groot aantal Keltische zwaarden en sieraden is tijdens baggerwerkzaamheden boven water gekomen. "Ook al die vondsten in rivieren zijn cultisch van aard. Blijkbaar werd er door de hier levende stammen veel geofferd aan goden die op de een of andere manier met de rivieren te maken hadden. Het in het water (rivieren of meren) achterlaten van offers kan overigens als een typsich Keltisch gebruik worden beschouwd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden