ARCHEOLOGIE

Vierhonderd jaar nadat Willem Barentsz zijn laatste reis aanving, wordt het Behouden Huys, zijn noodverblijf op Nova Zembla, op twee plaatsen gereconstrueerd. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is nog bezig, op Terschelling zijn medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen net klaar. Er is kritiek, maar: niemand weet hoe het eruit heeft gezien, zegt de hoogleraar. Het blijft natuurlijk giswerk, beaamt de timmerman. De replica van het Behouden Huys bij Oosterend op Terschelling is dagelijks, behalve op maandag, te bezoeken van 10.30-17.00 uur.

Zou Willem Barentsz vreemd opkijken, als hij hier de grendel van de deur zou openschuiven en naar buiten zou stappen - zoals hij vier eeuwen geleden tijdens de overwintering in zíjn Behouden Huys op Nova Zembla deed? Zou hij, achteromkijkend, de blokhut herkennen die hij met z'n expeditiegenoten had gebouwd, nadat hun schip op zoek naar een noordelijke doortocht naar Indië in het ijs was vastgeraakt en gekraakt?

Er zijn mensen die zich die vragen stellen, nu er op het waddeneiland een reconstructie van het Behouden Huys is gemaakt en er, in oktober, een tweede wordt getimmerd voor de grote Barentsz-tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Hoe waarheidsgetrouw is de kopie op Terschelling? Kloppen de feiten of is het fantasie?

De laatste weken heeft de fysisch geograaf Jan Jaap Zeeberg zich in Elsevier en de Leeuwarder Courant nogal negatief uitgelaten over het bouwwerk in de duinen. Zeeberg, die in 1995 met een Nederlands-Russische expeditie namens de Universiteit van Amsterdam op Nova Zembla onderzoek deed, riep dat de replica 'achterhaald' is. Het huis is te groot, er heeft nooit een portaal buiten de blokhut gezeten, het dak is te steil en de planken van de wanden zijn overnaads getimmerd: niet tegen maar over elkaar. 'Jammer voor Terschelling, maar het juiste huis wordt in Amsterdam gebouwd', aldus Zeeberg, die overigens nog nooit op Oosterend is geweest.

“Niemand weet hoe het Behouden Huys eruit gezien heeft”, zegt dr. Louwrens Hacquebord, hoogleraar en directeur van het Arctisch centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. “Je kunt dan ook beter praten over een reconstructie in plaats van een replica.” Hij was in 1992 op Nova Zembla met een Russisch-Nederlandse expeditie en stelde daar vast dat er bitter weinig meer over was van de schuilplaats van Barentsz en de zijnen. Hij kon niet veel meer doen dan een veldtekening maken van het terrein. Er lagen nog vier grondbalken, boomstammen uit Siberie die voor de overwinteraars als een geschenk uit de hemel op het strand waren aangespoeld.

Die balken vormen de basis voor de reconstructie op Terschelling, waar Barentsz is geboren, al doen sommigen daar aarzelend over omdat er niet meer is dan een zinnetje uit 1594 dat hij 'van der Schelling' kwam.

Maar op het eiland wordt er niet aan getwijfeld. Logisch dan ook dat Terschelling, vierhonderd jaar na de overwintering, een replica van het Behouden Huys wilde. Een speciaal Barentsz-comité zette de bouw in gang, Staatsbosbeheer leverde voor een zacht prijsje het hout. Zes zaterdagen werd er door vrijwilligers van het eiland gesjouwd en getimmerd. Nog voordat het huisje onlangs officieel werd opengesteld, trokken toeristen al massaal naar Paal 18 en kropen in het spaarzaam verlichte gebouw.

De veldtekening die Hacquebord in '92 maakte, bracht het grondpatroon van het huis in beeld en gaf de plek aan waar de zestien overwinteraars dag en nacht hun vuur brandend hielden. Daarnaast werd de informatie gebruikt van de Noorse pelsjager Elling Carlsen, die het Behouden Huys in 1871 terugvond. Het huis was ingestort, de onderste vier balken lagen nog op hun plaats en binnen zag Carlsen langs een wand vijf kooien met elk een scheepskist ervoor. Ook raadpleegde Hacquebord de bekendste bron van het overwinteringsverhaal, het dagboek van Gerrit de Veer, overlevende van de expeditie. Diens relaas, dat in 1598 verscheen en meteen een internationale bestseller werd, bevatte illustraties die pas na de terugkeer in Nederland op aanwijzingen van De Veer zijn gemaakt.

Hacquebord: “We hebben de veldtekening van het grondvlak in de computer gebracht en daarop de reconstructie-tekening van Carlsen en de illustraties uit het dagboek van De Veer gezet. Daar is een een driedimensionale prent van gemaakt en die is aan de mensen op Terschelling gegeven.” Op Skylge verwerkte bouwkundig tekenaar Sil Roos de schets tot een bouwtekening. Kennis van de bouw en gezond verstand schoten hem te hulp, toen hij de computerprent onder ogen kreeg: “De uitdraai klopte niet. Volgens De Veer lag de vuurplaats niet in het midden. De tekening gaf vier overspanningen en drie muurvlakken aan, maar dat kon nooit. Dan had de vuurplaats precies onder een overspanning gelegen. Er moeten vijf overspanningen zijn geweest.”

Hacquebord liet zich door Roos overtuigen. Ook bij de hoogte van het huis liet de laatste zijn verstand spreken. “Het blijft natuurlijk giswerk. Het was in elk geval niet hoog, want dat was nergens voor nodig: zoveel hout was er nu ook weer niet voor handen. Bovendien vangt een hoog gebouw veel wind, waarvoor een zware constructie nodig is.”

Dat het Terschellinger model in grootte veel afwijkt van wat er in Amsterdam komt, moet Hacquebord nog zien: “Wij baseren ons allebei op de maten die Carlsen in 1871 heeft opgegeven. Er is discussie of het de binnen- of buitenmaten waren. Maar dat kan nooit veel verschillen.”

Roos pakte het dagboek van De Veer erbij en las het als een bestek voor de Schellinger blokhut. “Ik heb geteld dat de mannen van Barentsz zo'n twintig keer met sleeën naar het strand gingen om hout te halen, met ongeveer vier stammen per vracht. Je bouwt geen huis waarbij iedereen steeds z'n kop stoot. Ik ben er dus van uit gegaan dat ze rechtop konden staan, met een klein beetje speling. De planken van de zijwanden hebben we overnaads getimmerd. We weten niet of ze die ook aan de zijkanten recht afzaagden. Ik denk het niet, want dat nam heel wat hout en gaf meer problemen bij het breeuwen: het dichtmaken met pek van de kieren. En als je nagaat dat wij al veel moeite hadden om rechte bomen uit te zoeken, dan hadden zij dat zeker.”

De dakconstructie was een probleem apart. “Hacquebord had eerst het idee dat ook de dakplanken overnaads getimmerd waren, en dat wilde ik overnemen. De Veer schrijft dat er op een gegeven moment een ijsbeer op het dak rondscharrelt. Zo'n beest weegt nog al wat: dat zegt mij iets over de constructie van het dak. Overnaads timmeren geeft een dubbele houtdikte. Uiteindelijk zijn de dakplanken toch tegen elkaar aan geplaatst, omdat er volgens De Veer stenen op gelegd moesten worden en omdat zijn dagboek vermeldt dat ze geen tijd meer hadden om het dak te breeuwen.”

Bij de hoogte van het dak heeft Roos zich verrekend, geeft hij ruiterlijk toe. “Ik zag onder het bouwen meteen dat het te steil was en ik heb dat ook gezegd. Maar het was zo'n natte zaterdag en er was al zo hard gewerkt door iedereen. Ik kon niet meer terug. Ik heb er de mensen die in Amsterdam gaan bouwen ook op geattendeerd, nog voordat Zeeberg met zijn kritiek kwam.”

De illustraties in het dagboek van De Veer waren niet even duidelijk voor de herbouwers. “Bij iedere prent heeft de tekenaar moeite gehad met het dak”, zegt Hacquebord. “Het is elke keer anders.” En onlogisch, stelt Sil Roos vast. “Als je de tekening van het geraamte bekijkt, zit er een hele klein schoor, een schuin geplaatste steun, tussen de hoekpalen en de dakbalken. Dat doet niks. Als je echt zo bouwt, kun je wachten tot het instort.”

Het Behouden Huys op Terschelling heeft een voorportaal (met drie deuren) en daar gaan de bouwers volgens Zeeberg de mist in. De prenten in het dagboek maken daar geen melding van - afgezien van een kleine afplatting, maar dat moet volgens Zeeberg een vertekening zijn. De Amsterdammer debiteert de stelling dat de timmerman van Barentsz op de hoogte was van de Noorse boerderijbouw en op Nova Zembla op zijn sterfbed zo'n soort huis met een binnenportaal bedacht.

Hacquebord: “Ieder die in de Arctis is geweest, weet dat eerst een huis wordt gebouwd en dan het portaal er tegenaan. Een portaal bouw je om de kou op te vangen. Uit tekeningen van het interieur van Carlsen blijkt dat er nog een zesde kooi was op de korte zijde; dat doe je niet als daar ook de buitendeur zit. Bovendien schrijft De Veer dat ze tien dagen na het dichten van het dak, de sneeuw wegschepten op de plaats waar ze het portaal wilden maken. Dat doe je niet in het huis maar erbuiten.”

Conservator Gerald de Weerdt van het museum Het Behouden Huys in West-Terschelling, ondersteunt het idee van het voorportaal. Hij heeft jarenlang een bureau gehad dat perspectieftekeningen maakte en beziet vanuit die achtergrond hoe de tekenaar van De Veer met het perspectief heeft gemodderd. “Hij kwam er niet uit, maar hij had wel een uitbouwtje in zijn hoofd. Het is steeds een beetje scheef, met een vreemde knik. Als er geen voorportaal was geweest, had hij daar nooit zo zitten knoeien.”

Hacquebord is benieuwd naar het Behouden Huys dat in Amsterdam komt. Hij is ook bij die bouw betrokken, voert er overleg over met de leider van de Amsterdamse Nova Zembla-expeditie uit 1995, de archeoloog dr. Jerzy Gawronski. Ze hebben zich intussen gedistantieerd van de opmerkingen van Zeeberg, die de verschillen ziet in het licht van een 'prestigestrijd' tussen Amsterdam en Groningen.

Hacquebord: “Ik wil graag discussieren, maar dan over de verschillende wetenschappelijke interpretaties. Als ze mij kunnen overtuigen, prima. Maar ik heb van de Amsterdamse expeditie nog geen grondkaart of wetenschappelijke publicatie gezien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden