Arbeidsvitaminen bij het vlastrekken, garnalenpellen en aardappelrooien

(\N)

Met negen cd’s, een dvd en boek biedt ’Onder de groene linde’ een fascinerende luister-, lees- en kijkervaring ineen. Authentieker kan haast niet vergeleken met de nostalgie-hausse op radio en televisie. Als een tijdmachine brengt deze box je in direct contact met een Nederlandse samenleving zonder radio, elektriciteit, tractor of auto; een tijd ook vol armoede, ongeletterdheid, vrees en (bij)geloof.

Alle opgenomen zangers en zangeressen werden rond 1900 geboren. Daardoor stonden ze nog in verbinding met een orale traditie, die zelfs tot de zestiende eeuw teruggaat. In hun mondeling overgeleverde balladen verhalen ze over gebeurtenissen van weleer. Hun liedjes functioneerden als arbeidsvitaminen bij het maaien, garnalenpellen, vlastrekken en aardappelrooien. Of dienden als sociaal vermaak in huiselijke kring tijdens het invallen van de schemer.

De samenstellers van de box konden putten uit de 7000 liederen tellende schat die op het Meertens Instituut ligt opgeslagen. Bij de selectie hielden ze de indeling van Ate Doornbosch aan, elk van de negen cd’s kreeg een eigen thema. Onder ’Misdaad’ kom je – als vergeelde reportages van Peter R. de Vries – de moorden ’Te Raamsdonk’ en ’Te Ruinerwold’ tegen. Bij ’Magische gebeurtenissen’ vind je ’Het vrouwtje van Stavoren’ en ’Heer Halewijn’, een ballade die tot de late Middeleeuwen terugvoert. Onder ’Familieleed’ gaat het over slechte stiefmoeders, maar ook over een soldaat in dienst van Napoleon die berooid terugkeert uit Moskou.

Sommige nummers (’Daar was laatst een meisje loos’, ’Drie schuintamboers’) herkennen we nog van school, andere van de hitparade. Zo baseerde De Zangeres Zonder Naam ’Het soldaatje’ (nr 5, okt 1971) op de negentiende-eeuwse ballade ’De vier raadsels’; Fungus haalde met ’Een boer ging naar de wei’ de tipparade (okt 1975). Bij ’Religieuze liederen’ vind je enkele ’wilde vespers’, scabreuze variaties op litaniëen uit de katholieke kerk, naast het zestiende-eeuwse ’Sultansdochtertje’ dat gaat over: „Een heidens meisje dat zich tot het christendom bekeert”.

De dvd bevat twee tv-documentaires (uit 1964 en 1984) die illustreren hoe Doornbosch te werk ging. Met een bandrecorder – als ware het een botaniseertrommel – trok hij het land in om verdwijnend cultuurgoed te verzamelen. Je maakt kennis met zingende vissers, boerinnen en buitenlui die in huiselijke ambiance als laatsten onze orale geschiedenis doorgeven. Daarnaast bevat de dvd (in audio) de allerlaatste radio-uitzending van ’Onder de groene linde’ (okt 1993). Voorwaar een monument.

Niet als zodanig opgemerkt en daarom een saillante ontdekking, is de melodie van ’Daar was eens een meisje vroeger opgestaan’ (cd 6). Deze in 1967 opgenomen ballade wordt gezongen door ene Laurentius Scheenen (geb. 1903 in Heythuysen, Limburg). De samenstellers: „Dit verhaal kennen we in de Nederlanden als het lied van de twee koningskinderen”, en: „Het gaat terug op twee aan elkaar verwante zestiende-eeuwse liederen.” Over de melodie merken ze op dat er meerdere in omloop zijn. Inderdaad, de gezongen eerste twee regels van elk couplet vertonen sterke gelijkenis met fragmenten uit ’Where Have All the Flowers Gone’, dat in 1956 door de Amerikaanse folkzanger Pete Seeger onder die titel op plaat werd vastgelegd; daarna onder anderen door het Kingston Trio en The Searchers. In 1965 werd het als ’Sag mir wo die Blumen sind’ een hit voor Marlene Dietrich. In zijn standaardwerk ’The Originals, de herkomst van de hits’ meldt Arnold Rypens: „De melodie is gebaseerd op een Iers-Amerikaans houthakkerstune.” Wie is hier vroeger opgestaan?

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden