arbeidsmarkt interview / ’Migrant en vrouw verwaarloosd’

Turken, Marokkanen en Nederlandse vrouwen die (tijdelijk) stoppen met werken, dreigen op de veranderende arbeidsmarkt buiten de boot te vallen.

door Wilma van Meteren

De overheid moet ingrijpen om uitsluiting te voorkomen.

Dat stelt Justus Veenman, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam die een onderzoek leidde naar ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Aan het project in het kader van het NWO-programma ’Sociale cohesie’ werkten onderzoekers mee van de Universiteiten van Rotterdam, Maastricht, Malmö en CBS.

De hoogleraar economische sociologie waarschuwt voor een te rooskleurig beeld van de flexibele arbeidsmarkt in de nabije toekomst. Zonder maatregelen wordt het een markt met nieuwe ongelijkheden. Dat de moderne werknemer vaker van baan zal wisselen en werk afwisselt met scholing, zorg en werkloosheid, staat wel vast.

Economische adviseurs, werkgevers en de Nederlandse overheid sturen volgens Veenman ook op deze ’transitionele’ arbeidsmarkt aan, zonder zich bewust te zijn van de risico’s. „Het vereist vaardigheden waarover niet iedereen gelijkelijk beschikt. Veel meer dan voorheen moeten mensen zelfredzaam zijn, kansen benutten en gevaren overwinnen.”

Migrantengroepen, met name Turken en Marokkanen (ook hoogopgeleiden), en Nederlandse vrouwen die hun baan opgeven om te zorgen voor het gezin, zijn kwetsbaar. „Zelfs al is er groeiende behoefte aan personeel door vergrijzing, dan voorzie ik nog problemen”, zegt Veenman. „Werkgevers hebben het over hogere productiviteit, langer doorwerken en het aantrekken van Polen. Ze verwaarlozen de talenten bij deze groepen.”

Uit het onderzoek komt naar voren dat migranten bij een overgang – van school naar werk , van baan naar werkloosheid of WAO – veel moeilijker (weer) aan de slag komen dan autochtonen. Ze zijn vaker werkloos en komen in lagere functies terecht. Bovendien werken ze vaker in bedrijven waar werknemers uitwisselbaar zijn. „Het is een vicieuze cirkel en ze komen daar moeilijk uit. Ze zitten in het instabiele deel van de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben geen belang om deze werknemers te behouden en zullen niet in hen investeren. Soms gaan werknemers zich daarnaar gedragen”, beschrijft Veenman.

Terwijl werkloze en arbeidsongeschikte migranten in leeftijd en arbeidservaring zich gunstig onderscheiden van autochtonen, staan ze er toch slechter voor. Dat komt volgens Veenman doordat andere factoren een grotere rol spelen bij hun kansen. Naast taalvaardigheid is dat een beperkter kennis van de arbeidsmarkt, minder netwerken en een andere houding ten opzichte van arbeid. Maar er zijn ook selectieprocessen die slecht uitpakken voor hen. „Het gaat lang niet altijd om harde discriminatie. Niet de technische maar sociale vaardigheden worden steeds belangrijker. Daarin tellen subtiele criteria die mensen met een andere culturele achtergrond op achterstand kunnen zetten. Dat geldt zelfs voor Belgen.”

Veenman doet een oproep aan de overheid, werkgevers en bonden om de ogen te openen en voorzieningen te treffen. „Er heerst een heel optimistisch beeld van de arbeidsmarkt en dat werkgevers en werknemers dezelfde belangen hebben. Maar het is een arena waar belangen vaak tegengesteld zijn. De werkgever zal alleen geld steken in werknemers als dat hem rendement oplevert. Als we tussentijdse scholing belangrijk vinden voor onze economie, moet de overheid dat stimuleren. Misschien met fiscale kortingen voor werkgevers of, als dat niet werkt, het desnoods opleggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden