Arbeidsconflict / Getreiterd door collega’s en de baas

Pesten op het werk komt schrikbarend vaak voor - meer dan tien procent van de beroepsbevolking in Nederland meldt pesterij. Het overkwam ook Anneke Hettinga, die bij niemand terecht kon. De Arbodienst zei: „Er zal wel een kern van waarheid in zitten.”

Ze zit sinds begin deze zomer thuis, maar ze is druk aan het solliciteren. Een werkgever vroeg haar al voor een tweede gesprek. Het leven ziet er voor Anneke Hettinga (33) dus niet uitzichtloos uit. Maar de periode dat ze op haar werk werd gepest is haar niet in de koude kleren gaan zitten.

Ja, waar begint het verhaal. Misschien net niet op de eerste werkdag, toen ze als receptioniste/telefoniste begon in een ziekenhuis. Maar wel al tijdens de eerste werkweek. In de lunchpauze was het in dat ziekenhuis de gewoonte dat het ondersteunend personeel van haar afdeling samen at en dat een van de collega’s uit de keuken meebracht wat iedereen bij de boterham dronk. Voor de één een beker karnemelk, in zo’n plastic beker met een deksel van folie dat je moet lostrekken. Voor de ander yoghurtdrank. Melk voor een derde.

Zij dronk sinaasappelsap bij de boterham – als enige. Maar die werd dus voortdurend vergeten. Twee, drie keer in de week gebeurde het dat iedereen iets te drinken had, behalve zij. En werd het niet vergeten, dan werden er wel geintjes mee uitgehaald. Dan prikte iemand gaatjes in de bodem van de beker en bracht die op z’n kop mee uit de keuken. „Als ik ’m omdraaide en het deksel lostrok, kon ik kiezen: als ik ’m op tafel neerzette werd het daar vies, en als ik ’m vasthield zaten m’n kleren onder.’’

Of, ander geintje, de collega’s belden tijdens de lunchpauze met hun mobiele telefoons onder de tafel op naar haar balie. Zodat ze haar pauze moest onderbreken – voor niets, want als ze de telefoon opnam werd er telkens neergelegd.

De eerste maand dacht ze: nou ja, ik ben nieuw. Maar de ontgroening duurde wel lang, vond ze. Haar leidinggevende zat er bij, maar deed er nooit iets tegen. Boosheid kwam pas na na twee maanden, toen iemand port door haar sap had gedaan. „Ik drink heel sporadisch alcohol. Wat als ik medicijnen had geslikt waarbij je geen alcohol mag drinken?”

Ze ging ermee naar haar leidinggevende. „Je zag hem denken: ’mens, waar maak je je druk over’.’’

Wel stuurde hij de collega’s naar haar toe om excuus te maken. Drie van de vier boosdoeners kwamen inderdaad – maar ze waren lacherig en het klonk niet gemeend.

Anneke: „Er was bij mij iets geknapt; ik vroeg me af: wat voor collega’s heb ik eigenlijk?’’ De lolligheid met de beker sinaasappelsap ging bovendien door.

Een paar maanden later kreeg ze een vast contract. Daarbij hoorde een gesprek met de directie en haar leidinggevende. De avond tevoren overlegde ze met een vriendin: zou ze vertellen over de drank in haar sap, of de pesterij met de sinaasappelsap? Alleen dat laatste, adviseerde de vriendin: voor het andere was immers geëxcuseerd.

Toen ze de directeur van de sinaasappelsap-pesterij vertelde, zei hij tegen haar leidinggevende dat het binnen de kortste keren afgelopen moest zijn. Een maand of drie, tot de jaarwisseling, was dat ook inderdaad het geval. „Maar in januari begon het geklier weer. Op een dag ijzelde het. Ik kreeg de instructie dat ik tegen opbellende patiënten moest zeggen dat zij toch moesten komen. Een van hen nam daar geen genoegen mee en vroeg naar de manager van de afdeling. Dat gesprek met hem liep kennelijk niet zo soepel. Daarvoor gaf hij mij op m’n kop: ik zou ’niet vriendelijk’ zijn geweest. Terwijl ik met die mevrouw helemaal geen probleem had gehad! Die manager vond dat ik maar naar een cursus klantvriendelijkheid moest. Mijn leidinggevende bemoeide zich er ook mee en zei: „dan kun je meteen je sinaasappelsap-probleem oplossen.’’

De volgende dag ging ik ermee naar de manager: moet ik nu vanwege klantvriendelijkheid naar die cursus, of vanwege wrijving over die sinaasappelsap? Mijn leidinggevende wilde ook bij het gesprek aanwezig zijn, dus hij kwam erbij zitten. Samen besloten ze: Ik moest inderdaad contact opnemen met de Arbodienst.

Die contactpersoon van de Arbo heeft twee keer een gesprek belegd met al m’n collega’s. De eerste keer zeiden ze allemaal dat ze best met me konden werken. De tweede keer beweerden mijn leidinggevende en een van de collega’s dat er een hele stapel klaagbrieven was binnengekomen van mensen die vonden dat ik aan de telefoon onvriendelijk was. Die brieven wil ik dan graag eens zien, zei ik.

Van dat tweede gesprek bracht de Arbodienst rapport uit aan de manager van de afdeling. De Arbodienst zei „Als bijna alle collega’s zeggen dat ze niet met je kunnen samenwerken, dan zal er wel een kern van waarheid in zitten.”

De manager vond dat ik zelf de sfeer op de werkvloer moest zien te verbeteren. Het was toen vlak voor de vakantie. De laatste zaterdag van die vakantie belde hij ’s avonds op en zei dat ik maandag om 8 uur aanwezig moest zijn voor een gesprek. Toen ik daar kwam, was mijn leidinggevende er ook. Die verweet me dat ik tijdens de vakantie geen poging had ondernomen om de sfeer te verbeteren. Om tien voor half negen stond ik weer buiten. Ontslagen.’’

Sindsdien schakelde ze niet alleen haar vakbond in, maar schreef ze ook een brief aan premier Balkenende. Om er zeker van te zijn dat hij die zou lezen gaf ze die hem persoonlijk in handen toen hij een keer in de buurt was. „Ik heb het beknopt gehouden, één A4’tje, maar toen ik hem de brief gaf overvielen de emoties me toen ik zei: ’u moet die ontslagbescherming echt niet verminderen, dat is verkeerd’. Ik moet zeggen, hij nam alle tijd voor me.

Half juli schreef hij dat de Arbeidsinspectie contact met me zou opnemen. Toen zijn er hier twee vertrouwenspersonen een hele ochtend op bezoek geweest. Die vielen er met name over dat de Arbodienst zonder enig bewijs overneemt dat er ’een kern van waarheid’ in de verhalen van de collega’s zat. En de vakbond valt erover dat het ziekenhuis nooit iets gedaan heeft met het drank-incident – die collega’s hadden op z’n minst een berisping moeten krijgen, mondeling en schriftelijk. Ook wilde de bond die zogenaamde stapel klaagbrieven weleens zien. Daar zijn ze nooit mee op de proppen gekomen.” Onder druk van de bond ging het ziekenhuis akkoord met een gunstige afvloeiingsregeling.

Nee, ze heeft in november niet op Balkenende gestemd, maar net als altijd op de ChristenUnie. Toch staat op de schoorsteenmantel wel de foto waarop ze naast Balkenende staat. „Met Prinsjesdag ben ik naar Den Haag geweest en toen zag ’ie me. Een vriendin heeft toen gauw een foto gemaakt.”

Haar laatste werkdag is inmiddels ruim een half jaar geleden. Terugkijkend is ze blij dat ze weg is. „Ik wilde er onderhand niet meer werken, natuurlijk. Waarom ik daar zo gepest werd – terwijl ik toch ben opgegroeid met vier broers, ik kan dus echt wel iets hebben – weet ik nog altijd niet. Al zie ik wel dat ik ’anders’ was. Ze hadden voortdurend op iedereen op het werk iets aan te merken. Daar ging ik niet in mee.”

Met het oog op de privacy is Anneke Hettinga een gefingeerde naam. Ook haar werkomgeving is geanonimiseerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden