Arafats vlucht voorwaarts

Jasser Arafat wil nog altijd liever de geschiedenis ingaan als leider van de Palestijnse revolutie die weigert het recht op terugkeer van het Palestijnse volk naar zijn land op te geven, dan als een politiek leider die een onooglijk lapje grond bestiert. Een profiel van de leider onder vuur.

Geef me een staat en ik zal een smoking en das dragen, beloofde Jasser Arafat negen jaar geleden aan Mira Avarech, de vrouwelijke Israëlische versie van Henk van der Meyden. Avarech was in Tunis aangeschoven aan de familiedis van Jasser en Soeha Arafat. Drie jaar waren ze getrouwd. Heeft het huwelijk iets in uw leven veranderd, vroeg Avarech aan Arafat. ,,Niets, vraag het haar maar.''

Soeha: ,,Hij is nog steeds vrijgezel. Als een man ineens op zijn zestigste besluit te trouwen verandert hij zijn gewoontes niet meer. Hij naait nog altijd zelf de knopen aan zijn jasje aan.'' Het is ook nog altijd zijn bruine militaire jasje. De smoking laat op zich wachten. Maandag trok Arafat voor het aanzien van een groep vredesactivisten het jasje wat omhoog om zijn holster met pistool te tonen. De adrenaline is weer teruggekeerd bij de man die de afgelopen jaren meer dan eens als uitgeblust en ziek is afgelegd. Onder belegering in zijn hoofdkwartier bij kaarslicht lijkt Arafat nog het best te gedijen.

Hij werd 72 jaar geleden geboren als Rahman Abdel Raoef Arafat el Oedwa el Hoesseini. Niet in Jeruzalem, zoals hij in zijn officiële biografieën laat vermelden, maar in het Egyptische Cairo, als tweede van vier kinderen. En hoewel hij mogelijk lange vakanties doorbracht bij familie in Jeruzalem, groeide hij op in Egypte. Maar Jeruzalem staat nu eenmaal veel beter in een biografie van dé Palestijnse leider.

In 1951 begint hij zijn studie voor bouwkundig ingenieur aan de universiteit van Cairo. In Egypte heerst er die jaren een revolutionaire stemming. De val van koning Faroek is nabij. Arafat is medeoprichter van de Unie van Palestijnse studenten en flirt met de moslimbroeders. Enige tijd later moet hij dat bezuren als de nieuwe Egyptische president Nasser de moslimbroeders ervan beschuldigt een aanslag op zijn leven te beramen. Arafat belandt voor korte tijd achter de tralies. Een ervaring die hem later meermalen te beurt zal vallen in verschillende Arabische landen als de leiders ook daar hem van ondermijnende activiteiten beschuldigen.

In 1957 volgt Arafats eerste verbanning als Nasser hem de deur wijst. De Egyptische president kon niet bevroeden dat hij daarmee de fundamenten legde voor de latere Palestijnse strijd. En volgens een van Arafats biografen dient Nasser zelfs als voorbeeld voor de latere Palestijnse leider, ,,zeker waar het Nassers gave tot manipulatie betreft''.

In Koeweit vinden de Palestijnse ballingen elkaar. De jonge, veelal gestudeerde Palestijnen zullen de kern vormen van de Palestijnse bevrijdingsbeweging. Arafat, die als bouwkundige goed geld verdient en prat gaat op zijn vloot aan snelle auto's ('Mijn favoriet was de Thunderbird') ontpopt zich al snel als hun natuurlijke leider, dan nog gekleed in witte sportjasjes.

In de Arabische wereld viert in die tijd het pan-Arabisme hoogtij. Voorop staat de Arabische eenheid, die uiteindelijk ook tot de bevrijding van Palestina zal leiden. Arafat hangt de omgekeerde gedachte aan: de bevrijding van Palestina moet de weg effenen naar de Arabische eenheid. Maar voor deze nationale opvatting komt pas later plaats als in 1967 de verenigde Arabische landen het onderspit delven in de strijd tegen Israël. Tot dan, maar ook daarna, dienen de Palestijnen als pionnen in de inter-Arabische intriges, zijn zij de speelbal van de Arabische leiders die uit naam van de Palestijnse zaak elkaar te lijf gaan.

Jasser Arafat heeft eind jaren vijftig al zijn eigen Fatah-beweging opgericht. De naam Fatah heeft hij naar eigen zeggen zelf gekozen. De Arabische eerste letters voor de Palestijnse nationale bevrijdingsbeweging zou 'hataf' zijn geweest, het betekent in het Arabisch 'dood'. Arafat draait de letters om en vindt er ook nog een betekenis voor in de koran. Want fatah betekent openen, het openen van de poorten voor de glorie.

De Algerijnse vrijheidsstrijd gaat zijn bron van inspiratie vormen. De Fatah mag op Algerijnse bodem zijn trainingskampen oprichten. Vanuit die tijd stammen ook de internationale revolutionaire contacten met radicale bewegingen in Azië, Europa en Latijns Amerika.

De echte strijd begint, zoals gezegd, na de zesdaagse oorlog van 1967. Niet alleen blijken de Arabische landen niet in staat Israël te verslaan, ineens leven ook een miljoen Palestijnen onder de Israëlische bezetting en is er een grens, een front met Israël, zonder dat Arafat afhankelijk is van de omringende landen -Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon. Een afhankelijkheid die immers zijn hele leven lang -ook later weer- uitdraait op een aanvaring met de heersende regimes en uitmondt in zijn uitzetting.

Arafat hoopt op een guerrilla van binnenuit. Hij dringt in hoogsteigen persoon de bezette gebieden binnen en rijdt er volgens de verhalen op zijn motor rond. Maar de massale opstand blijft uit en de Israëliërs zijn hem op het spoor. De huidige Israëlische minister van defensie, Foead ben Eliëzer, toen nog soldaat in een elite-eenheid, zit hem op de hielen en treft een nog warm bed aan. Arafats zesde zintuig redt hem.

Het volgende hoofdstuk is dat van de kapingen en spectaculaire terreuracties. Arafat weet de Palestijnse zaak op de wereldagenda te plaatsen. Het is een prestatie die hij combineert met zijn gave de Palestijnse groeperingen te bundelen en min of meer bijeen te houden. De prijs, die Arafat maar al te graag betaalt, ook in zijn latere carrière, is die van de dubbelzinnigheid. De radicalen binnen de Palestijnse beweging zetten hun terreuracties voort, terwijl de gematigden het diplomatieke pad bewandelen. Arafat beweegt zich behendig heen en weer tussen beiden.

Symbolisch is zijn eerste optreden in de VN in 1974: het holster om, de olijftak in de hand. En hoewel hij zich in de jaren tachtig schuifelend richting politieke oplossing manoeuvreert, heeft hij nooit een definitieve keuze gemaakt (of kunnen maken?) tussen beide opties. In tegendeel, hij speelt ze uit tot hij, telkens weer, geen kant meer op kan, internationaal wordt afgeschreven, en toch weer een uitweg vindt.

'Al hoeroeb ila al amam' noemt de Palestijnse politicoloog én onderhandelaar Jezid Sajigh deze beproefde strategie van de Palestijnse leider: de vlucht voorwaarts. Arafat is geen initiator noch planner, zegt Sajigh. En hoewel machiavellistische calculaties hem niet vreemd zijn, heeft hij, als hij weer eens met de rug tegen de muur stond, immer crises of andere van buiten af opgelegde dramatische gebeurtenissen weten aan te grijpen om zijn onmogelijke situatie te verdoezelen en zich eruit te redden. Als voorbeelden noemt Sajigh in zijn 'Anatomie van een rebellie' de burgeroorlog van de PLO in Libanon in 1983, waardoor hij zijn samenwerking met Jordanië en Egypte wist te herstellen, de zogeheten kampenoorlog van 1985 tot 1988 waardoor hij zijn leiderschap binnen de PLO wist te herstellen en de eerste intifada van 1987 to 1988 waardoor de PLO weer aan gezag won en Arafat zijn dialoog met de VS kon beginnen.

De huidige intifada bood Arafat eenzelfde gelegenheid. Sajigh bestrijdt de theorie dat Arafat als een schaakmeester alle zetten tevoren heeft bedacht, maar, zo zegt hij, de Palestijnse slachtoffers hebben zonder twijfel Arafats internationale standing weer opgevijzeld, nadat hij aan statuur had verloren door zijn weigering in te gaan op de vredesvoorstellen van de Israëlische premier Barak.

Dat laatste is trouwens nog een voorbeeld hoe Arafat op het moment suprème ervan terugschrok historische knopen door te hakken. Er valt heel veel aan te merken op het rooskleurige Israëlische plaatje over de vergaande concessies die Israël zou hebben aangeboden bij de vredesbesprekingen in Camp David in 2000. Toch heeft Arafat, al dan niet geleid door de gebeurtenissen, gekozen voor een terugkeer naar de gewapende strijd om verdere concessies af te dwingen. Met als gevolg dat hij zijn eeuwige tegenvoeter Ariël Sjaron aan de macht heeft geholpen, waardoor hij de kans op een doorbraak op de lange baan heeft geschoven.

De vraag is of Arafat nu opnieuw zijn 'vlucht voorwaarts' zal weten te realiseren. Zijn opties zijn als altijd beperkt. De Israëlische premier en zijn voortvarende opperbevelhebber Sjaoel Mofaz zijn openlijk uit op het verdwijnen van Arafat van het (politieke) toneel. Zij zijn hard bezig de infrastructuur van Arafats gezag, de Palestijnse autoriteit, en de veiligheidsdiensten van de Palestijnse president in puin te leggen. Bestond er met Sjarons voorganger, Ehoed Barak, nog een kans op een Israëlische terugtrekking, Sjarons heeft als doel de voorwaarden te scheppen voor een blijvende Israëlische aanwezigheid in grote delen van de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

Of hij daar ook in zal slagen, is weer een andere vraag. ,,We weten hoe we binnentrekken, maar we hebben al geleerd dat we nooit weten hoe en wanneer we weer weg trekken'', becommentarieerde verleden week op de eerste dag van Israëlische invasie in de Palestijnse gebieden de Israëlische radioverslaggeefster voor militaire zaken. En de door de aanslagen geslonken oppositie in Israël vraagt zich al vertwijfeld af of een Arafat in Ramalla toch niet te prefereren is boven een Arafat in Tunis, als op de westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook radicale islamitische groeperingen elkaar gaan beconcurreren in het uitvoeren van aanslagen, daartoe aangemoedigd door de faxen en emails uit Tunis.

Arafats hoop is op dit moment gevestigd op een nieuwe miraculeuze redding, mogelijk in de vorm van internationaal (Amerikaans) ingrijpen. Maar ook dan zal hij zich -opnieuw- geconfronteerd weten met de beperkende politieke opties. Want in feite heeft oud-president Bill Clinton twee jaar geleden al de blauwdruk voor een regeling op tafel gelegd. En die vergt concessies van alle partijen en het doorhakken van pijnlijke historische knopen.

Of het moet zijn dat Arafat nog altijd liever de geschiedenis ingaat als leider van de Palestijnse revolutie die weigert het recht op terugkeer van het Palestijnse volk naar zijn land op te geven, dan als een politiek leider die een onooglijk lapje grond bestiert. De battledress wint het dan van de smoking.

Jaren geleden legde Jasser Arafat in een interview met Die Zeit uit dat ,,Palestina niet slechts mag worden beschouwd als een van de vele lokale problemen. Het vormt het hart van het Midden-Oosten, de crux van het Arabisch-Israëlisch conflict. Het gaat ook niet om de geografie, het gaat om veel meer, om een hele beschaving. ... En in tegenstelling tot de Israëliërs, bewegen wij (Palestijnen) ons mee met de stroom van de geschiedenis. Daarom maak ik mij ook geen zorgen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden