'Arafat is er, dat is het enige wat telt'

GAZA-STAD - Voor de meesten van de 70 000 Palestijnen die zich gisteren op het centrale plein van Gazastad hadden verzameld om PLO-voorzitter Jasser Arafat te begroeten was de historische gebeurtenis van korte duur. Urenlang hadden zij in de zinderende hitte staan wachten. Nu de Israëliërs waren vertrokken, was die hitte de vijand geworden. Iets na vijven betrad Arafat eindelijk het balkon en begon hij zijn toespraak.

INA FRIEDMAN

En toen was het ook alweer voorbij. Een mensenmassa trachtte zich weg te dringen van het plein. Met rode gezichten, glazige ogen en druipend van het zweet. In verwarring gebracht vroegen we: “Waar gaan jullie heen?” Keer op keer volgde hetzelfde antwoord. “Ik heb hem gezien. Hij is er. Dat is het enige dat telt.” De 23-jarige Mahmoed Soesi legt uit: “Tot nu toe was zijn komst alleen een droom. Nu is het werkelijkheid en meer heb ik niet nodig.”

De meesten van de tienduizenden die Jasser Arafat kwamen verwelkomen hoorden niets van zijn toespraak of reageerden niet op zijn boodschap. Voor hen was zijn komst een geloofsdaad. Net zoals hun wachten in de hitte en het verduren van het geduw een daad van heldenmoed was. Toen duidelijk werd dat hij zijn belofte was nagekomen was de rest niet meer dan een voetnoot. “We geloven niets van wat de Israëliërs zeggen”, voegde Soesi er aan toe, “maar nu Aboe Ammar er is, kunnen we er weer mee beginnen; het vredesproces kan weer voortgaan.”

Het was een merkwaardig slot van weken uitzien en uren doorbrengen in ongelooflijk moeilijke omstandigheden. Keer op keer was de wachtende menigte, die te voet, met auto's, vrachtwagens en ezelwagentjes waren gekomen, die floot, op trommels sloeg en kreten van vreugde slaakte, ervan overtuigd dat Arafat - of 'De President' of Aboe Ammar, zoals hij hier algemeen wordt genoemd - er aan kwam.

De feestgangers juichten naar boven toen drie helikopters kwamen aanvliegen en boven het gebied gingen cirkelen. Totdat ze ontdekten dat er slechts tv-ploegen aan boord waren. Ze maakten een angstaanjagende golfbeweging naar links toen een grote zwarte limousine, begeleid door vrachtwagens vol Palestijnse politiemensen langs een van de zijden van het plein reed. De auto bleek leeg te zijn.

Niemand knipperde met zijn ogen, zo leek het, toen er plotseling een aantal schoten in de lucht werden afgevuurd, als onderdeel van de 'Fantazia'. En toch hadden de organisatoren van het feest de mensen op de daken gevraagd te gaan zitten, zodat ze niet door een kogel zouden worden getroffen.

Voor het gebouw, dat Arafat zou gebruiken voor zijn toespraak - tot voor kort het hoofdkwartier van het Israëlische militaire bewind - was het gedrang zo hevig dat een aantal mensen flauwviel. Er ging ook een gerucht over het plein dat een elektriciteitsmast en een muur waren bezweken onder het gewicht van de mensen, die er op waren geklommen om het beter te kunnen zien. Het was niet verwonderlijk dat veel mensen graag weg wilden.

Eenzelfde gevoel van opwinding en droevig realisme had daarvoor al doorgeklonken. De mensen wisten dat Aboe Ammar zou komen, dat Aboe Ammar zou gaan en dat hun problemen zouden blijven bestaan.

Enkele honderden jongeren waren in alle vroegte gekomen om een plaatsje op de eerste rij te bemachtigen. Veiligheidsagenten in burger, behorend tot de Fatah-havikken, lieten met veel vertoon zien dat ze in staat waren een klein groepje mannen terug te duwen. “Vandaag is een grote overwinning voor ons”, verklaarde een van de gewapende haviken, waarop hij prompt tot de orde werd geroepen door een oudere geüniformeerde politieagent, omdat hij met de pers praatte.

Andere jongeren die doelloos op het plein rondliepen wilden juist dolgraag hun meningen ten beste geven en verzamelden zich rond elke journalist die ook maar hun kritiek en loftuitingen aan het adres van Aboe Ammar (Jasser Arafat) wilde aanhoren. De strekking van hun woorden was eensluidend: geen geld en geen verandering met vroeger, behalve dat de Israëliërs zijn vertrokken. - Vervolg op pagina 5 #

'Vandaag is het Palestijnse volk één' VERVOLG VAN PAGINA 1#

“Ik zou graag mee willen helpen mijn land op te bouwen”, zegt de 26-jarige Aziz Boelboel, een ingenieur die een jaar geleden na zijn studie in de VS naar Gaza terugkeerde en nog steeds werkloos is. “Maar daar is veel geld voor nodig.”

Djamal Hamad, een 22-jarige bouwvakker, vindt slechts af en toe een dag werk. Dan verdient hij 40 sjekel - nog geen dertig gulden. Voorheen werkte hij in de bouw in Israël voor honderd sjekel per dag. Maar hij blijft nu liever in Gaza om zich niet alle ellende op de hals te halen die gepaard gaat met het verkrijgen van een vergunning Israël in te mogen. “Insjalla zal er hier spoedig veel werk zijn, projecten, fabrieken, van alles.”

Hoe Arafat dat wonder moet verrichten? De meeste mensen verwachten niet dat hij daar op korte termijn in zal slagen, maar vroeg of laat zal het hem toch lukken.

“Aboe Ammar zal voor al die projecten geld krijgen van de Arabische landen”, weet een ander. En wat moet er gebeuren, als ze niet dokken? De conclusie van deze Palestijn laat geen twijfel: “Als hij het geld niet krijgt, gaat het vredesproces naar de bliksem.”

Abdoel Hamid Khoedari (40) is een gelukkig man. Zijn huis ligt direct aan het plein van de onbekende soldaat. Gekleed in een lange witte djaballija, een teken van zijn orthodoxe gezindheid, zegt hij dat hij aanhanger is van de islamitische Hamas-beweging. “Maar vandaag”, beklemtoont hij keer op keer, “zijn we één volk. Vandaag zijn er geen facties, partijen of wat voor verschillen ook. Vandaag is het een feestdag.”

Khoedari gelooft niet dat de steun voor Hamas af zal nemen, als een reactie op de enorme uitgelatenheid over Arafats bezoek. Ook hij beseft dat de euforie slechts van tijdelijke aard is en dat de mensen binnenkort weer met hun neus op de dagelijkse zorgen worden gedrukt. “Maar vandaag praten we niet over de politiek. Vandaag zijn we één”, herhaalt hij. En dat is de kern van dat unieke gevoel van vreugde en ongekende eensgezindheid in Gaza - tenminste voor vandaag.

Op de weg van Gaza naar Jeruzalem stonden gisteren nog her en der verspreid de grote plakkaten van de rechtse Israëlische demonstranten: 'Jesha (Judea en Samaria) is hier.' Dat is duidelijk niet langer het geval! Met Arafats komst is Gaza een ander land geworden, geheel gescheiden en vrij van Israël.

Gaza is weer Palestina geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden