Apps voor de armen

Clare Corthell schetste het concept van haar app Safe Mathare op de Amerikaanse Stanford Universiteit. Zo werkt het: een vrouw wil niet alleen reizen omdat het onveilig is. Daarom stuurt ze een berichtje naar de app Safe Mathare, die vrouwen begeleidt op een aantal routes. Via de app krijgt ze een aantal tijden door wanneer vrijwilligers haar kunnen oppikken.

Jonge idealistische uitvinders hopen Afrika te redden met slimme mobiele apps. De werkelijkheid is anders.

Je scoort ermee op een feestje in Silicon Valley, hét centrum voor hightech-innovatie in Californië: vertellen dat je een mobiele app hebt ontwikkeld die de armen in Afrika helpt. Je sprokkelt wat geld bij elkaar en vertrekt met je MacBook onder de arm naar Afrika. Maar de goede bedoelingen lopen vaak stuk.

"Stel, je bent iemand die 's ochtends vroeg met geld op zak naar de markt gaat. Je loopt het risico overvallen te worden door lokale bendeleden. Bedenk vooral hoe je je voelt. Go!" Op Stanford University in de Amerikaanse stad San Francisco bootst een groep studenten een gevaarlijke situatie in een Keniaanse sloppenwijk na. "Het spelen van een soort Pac-Man in de witte, haast klinische universiteitsgangen, voelt vreemd aan", vindt software-ontwikkelaar Clare Corthell (26). "Het contrast met Kenia kan niet groter zijn."

Iets veranderen
Corthell had de mobiele app Safe Mathare bedacht, die het voor vrouwen veiliger moet maken om in de Keniaanse sloppenwijk Mathare over straat te lopen. Vrouwen lieten weten wanneer ze samen wilden reizen en mannelijke vrijwilligers vergezelden hen. De app ontwikkelde ze voor het vak DLT (Designing Liberation Technologies), dat studenten opleidt te ontwerpen voor ontwikkelingslanden.

"Ik zie steeds meer jonge techtalenten die niet per se groot geld willen verdienen met technologie, maar met hun kennis iets willen veranderen in de derde wereld", vertelt professor in de computerwetenschappen Terry Winograd. Hij ontwikkelde vijf jaar geleden het vak DLT op Stanford University, dat in het hartje van Silicon Valley ligt.

Silicon Valley in Californië is de plek waar techgiganten zoals Apple en Facebook gevestigd zijn. In hun kielzog trekken duizenden (tech)startups naar de regio. "Het barst hier van de innovatie", vertelt Corthell, "maar veel techneuten weten weinig over wat mensen echt nodig hebben. Ik wilde producten ontwerpen waar mensen ver buiten Silicon Valley iets aan hebben, een product dat potentieel real world impact kon maken."

Competities
Wereldwijde impact - dat willen al deze bevlogen whizzkids. En op die wens wordt flink ingespeeld. Naast verschillende opleidingen die, net als DLT, vooral rond Silicon Valley zitten, kunnen techtalenten terecht bij zogeheten accelerators met een focus op de derde wereld. Accelerators zijn organisaties die jonge bedrijfjes in sneltreinvaart door een programma loodsen dat hen uiteindelijk startkapitaal op kan leveren voor hun startup. Ze zitten overal: in San Francisco, Amsterdam maar ook in Afrikaanse steden zoals Nairobi in Kenia.

Dan heb je ook nog app-competities en organisaties zoals D-Prize in San Francisco dat geld van rijke investeerders uitdeelt aan sociale techstartups. "Het loopt storm. Sinds we zijn begonnen in 2013 hebben we 1600 aanmeldingen binnengekregen van jonge techbedrijfjes", vertelt Nicholas Fusso, programmadirecteur van D-Prize. "Ondernemers kunnen met een goed idee tot zo'n 20.000 dollar (18.000 euro) binnenhalen."

De tech-startups ontwikkelen vaak applicaties op het gebied van zorg, onderwijs of communicatie voor derdewereldlanden. Zo is er Medic Mobile, dat met sms de gezondheidszorg wil verbeteren; Eneza Education, dat mobiele quizzes maakt voor schoolkinderen en Peek dat met een smartphone oogcontroles in afgelegen gebieden uitvoert.

Gedreven vertelt Fusso over de nieuwste start-ups waarin D-Prize investeert. Dat zijn er niet veel: tot nu toe 25. En over de startups die met dat geld succes hebben geboekt, kan hij nog weinig zeggen. Die zijn er nog niet. Want het blijk moeilijker dan gedacht om de gewenste impact te hebben.

Lokale manager
Daar weet Corthell alles van. Haar Safe Mathare-app mislukte. Faliekant. "Na onze studiereis naar Kenia van een week speelden we rollenspelen om de situatie in Kenia na te bootsen. Razendsnel, in nog geen tien weken - typisch voor een startup - lanceerden we de app. We namen een lokale manager aan van wat prijzengeld en ik zou vanuit San Francisco met gesprekken over Skype de boel in goede banen leiden."

Maar eenmaal thuis in San Francisco kreeg Corthell na een week een telefoontje. "Onze medewerkers waren het ziekenhuis ingeslagen." Via via kwam ze erachter dat de lokale manager banden bleek te hebben met lokale bendeleden. "Van het geld dat in het project was gestoken, waren mensen omgekocht en wapens aangeschaft. We waren totaal verstomd. We hadden met al onze goede bedoelingen een militie gesponsord."

Professor Winograd keek er niet van op. "Hier in Silicon Valley heerst zo'n typische cheer-leadersmentaliteit van: Ja, laten we de wereld redden, let's just do it! We zien wel of het werkt. Dat werkt goed in Silicon Valley tussen de duizenden startups, maar ontwerpen voor Afrika is andere koek. Ik probeer die naïviteit er bij studenten uit te slaan."

Leuk voor je cv
Erik Hersman, mede-oprichter van iHub, een bekende werkplek voor tech-startups in Nairobi, ziet ze vaker: rijke, westerse jongeren die naar Afrika komen met een idee voor een app die een lokaal probleem oplost. Hersman: "Daar begint het al. Je stuurt toch ook geen groep Afrikanen naar Amsterdam met een app die binnen drie maanden een lokaal probleem oplost? Ze weten niets van het land."

Zo'n 10 procent van de 150 startups die nu in iHub werken, is buitenlands. Hersman: "Sommige doen het goed, de meeste falen. Ze doen vaak veel moeite zo snel mogelijk iets voor elkaar te krijgen. En als dat niet lukt, zie je boze buitenlanders gefrustreerd over Afrika weer vertrekken."

Nicholas Barnwell, regiodirecteur van accelerator 88mph voor tech-startups in Nairobi, herkent die mentaliteit. "Je ziet vaak dat buitenlandse techjongens zich bij ons aanmelden omdat het goed staat op hun cv. Of ze willen iets doen omdat hun vriendin een half jaar in Afrika vrijwilligerswerk gaat doen. Ze zijn geïnspireerd door mooie verhalen over Nairobi: het goedkope leven, de relaxte sfeer, de berg Kilimanjaro om de hoek. En dan willen ze intussen nog even Afrika redden. Zo werkt het niet: een startup is jaren zwoegen. En dat hebben ze er niet voor over."

Corthell beseft achteraf maar al te goed dat ze na slechts een week in Kenia het probleem van de veiligheid voor vrouwen nog niet goed in kaart had gebracht. Corthell: "We waren ontzettend naïef. Onze perspectieven kwamen totaal niet overeen met die van de Kenianen. We hielden ons met Safe Mathare bezig met een ontzettend lastig onderwerp, namelijk veiligheid. De mensen daar denken direct aan wapens, terwijl wij daar fel tegen waren. Wij waren volledig over de culturele context heengewalsd." En daarbij: ze dacht het bedrijfje wel te kunnen combineren met een fulltime baan in San Francisco.

Digitaal adressenboek
De Britse productontwikkelaar Timbo Drayson pakte het anders aan. "Ik werkte jaren bij Google, nam een sabbatical en raakte zo gefascineerd door Afrika dat ik er besloot te blijven. Ik was geïnteresseerd in logistiek en heb maandenlang ondernemers geïnterviewd over waar zij tegenaan liepen. Wat bleek: het feit dat er in Afrika amper adressen zijn - verder dan 'na de tweede boom rechts' gaat het vaak niet - is een probleem." Met zijn startup OkHi ontwikkelt hij een digitaal adressenboek van Nairobi.

Drayson: "Ik woon in Nairobi en ben voorlopig niet van plan weg te gaan. Dat kan ook niet. Voordat een startup van de grond komt, ben je vijf, tien jaar verder. En je moet er meer dan fulltime mee bezig zijn: ik heb amper vrije avonden en weekenden."

Hoewel Drayson inmiddels een flink team van Afrikanen om zich heen heeft verzameld en heeft kunnen bewijzen dat er vraag is naar zijn product, is financiering het grootste probleem. Een potje geld om een paar maanden vooruit te kunnen, was snel bij elkaar gesprokkeld. Maar toen begon het pas. Toen de auteurs van dit artikel Drayson in augustus vorig jaar voor het eerst spraken, was hij al een tijdje aan het praten met investeerders. Pas dit voorjaar had hij ruim 300.000 dollar aan startkapitaal van investeerders uit Londen, Silicon Valley en Nairobi binnen.

Niet cool
Barnwell: "Het is ontzettend lastig om geld los te krijgen voor de techsector. Investeerders kijken naar tech en zeggen: dat is waar de BBC voor naar Afrika komt om een mooi item van te maken. Maar vervolgens hoor je er nooit meer iets van. Ze zien totaal geen toekomst in tech, want het levert nog geen groot geld op."

Ook ondernemers in het Westen zijn sceptisch. "Investeren in sociale ondernemingen buiten Silicon Valley wordt gezien als niet cool en veel te risicovol", vertelt John Yi, investeerder en eigenaar van een bedrijf rondom Bitcoins. "Collega-investeerders denken: zo, die is dus echt rijk, als je geld uitgeeft aan projecten waarvan je al weet dat het niets gaat opleveren." Yi geeft D-prize 15.000 dollar (ruim 13.000 euro). In Silicon Valley is dat vergeleken met miljoeneninvesteringen in andere startups een peulenschil.

Het ontmoedigt de startups niet: per programmaronde krijgt Barnwell vierhonderd aanmeldingen van Afrikaanse en westerse ondernemers. Zo'n twaalf bedrijfjes mogen door.

Continu feedback
Hoewel het nog weinig oplevert, valt er wel iets te zeggen voor de innovatieve, just-do-it-manier waarop appbedenkers te werk gaan. Drayson: "Kritiek op traditioneel ontwikkelingswerk is vaak dat ze weken afgesloten werken aan iets wat uiteindelijk niet aanslaat. Wij vragen continu feedback aan ondernemers en passen de app daaraan aan. Voorwaarde is wel dat je er volledig voor gaat. Mijn team heeft al een half jaar geen salaris gehad, maar gaat toch door. En luxe is het niet: we werken nog steeds vanuit een garage, zittend op lege kratjes."

Ook Corthell ziet toekomst. "Toen ik in Nairobi was, ging ik veel langs bij iHub en zag de wilskracht van Afrikaanse ondernemers. Zij geloven echt in de kracht van mobiele technologie - vrijwel elke Afrikaan heeft toegang tot een mobieltje. Ik denk dat zij, en niet westerlingen, de toekomst zijn. Afrikanen kennen de cultuur, hebben een netwerk en - misschien nog het belangrijkste - hun voornaamste doel is niet de armen redden, maar geld verdienen."

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden