Apeldoorn, een historische stad in aanbouw

Het begint al bij het station. Daar stonden ooit drie van de mooiste Jugendstil-panden in Nederland. Stonden. Want in de jaren tachtig zijn ze jammer genoeg gesloopt, om plaats te maken voor nieuwbouw.

Henriette Bonarius

De eerste aanblik op Apeldoorn is nu nog niet erg florissant. Op de hoek van Stationsplein en Stationsstraat gaapt een groot gat; ertegenover staat een onappetijtelijke groene golfplaten fietsenstalling. En even verderop is alweer kaalslag, maar hier wordt die opgefleurd met een groot bord waarop de nieuwbouwplannen worden aangekondigd, compleet met een afbeelding van een tamelijk gewoon flatgebouw, dat in project ontwikkelaarstaal wordt omschreven als: 10 stadswoningen, 24 appartementen, 4 penthouses en 6 parkvilla's. 'Deelplan Suisse' is de pittoreske naam voor dit project.

Bij de VVV schaffen we de Jugendstilroute aan. Het mag wel het geheim van Apeldoorn genoemd worden dat de stad nogal wat Jugendstilpanden heeft. Een geheim dat goed bewaard wordt omdat veel van die panden zich in de winkelstraat bevinden, waar de etalages vaak zo schreeuwerig de aandacht opeisen dat de mooie Jugendstilgevels er geheel achter (of boven) schuilgaan.

,,Kijk je in de Hoofdstraat naar boven, dan lijkt het wel of de meest fraaie gevels ergens in de lucht hangen. Er bestaat geen enkele relatie meer tussen boven en beneden. '', schreef Huub Ummels, gemeenteambtenaar monumentenzorg, op de website van de gemeente Apeldoorn.

Hoe komt Apeldoorn eigenlijk aan al die Jugendstil? Ummels, inmiddels gepensioneerd, legt uit dat Apeldoorn tot grote ontwikkeling kwam toen het in 1876 aan een spoorweg kwam te liggen. Daarvoor was het al een goede woonplek, prettig ruim en groen, maar nu werd de plaats bereikbaar voor veel meer mensen, waaronder Knil-officieren en planters uit Indië, die in het landelijke Apeldoorn en het Veluwse groen probeerden iets van de Indische sfeer terug te vinden. En verder was er nogal wat industrie, de Talens verffabriek, Sparta, kokos- en papierindustrie, en al die industriëlen wilden ook wel een mooi, in de omgeving passend woonhuis. Jugendstil, met zijn krullen en natuurmotieven was een passende stijl, en bovendien heel populair in die tijd.

Maar de grote stimulator was Hendrik Christiaan van der Houven van Oort (1837-1903), een Rotterdammer van geboorte, die in Gelderland carrière kwam maken en zich ontpopte als een projectontwikkelaar avant la lettre: hij kocht landgoederen op en verkavelde die, legde er wegen aan en verkocht de boeldan in kleinere porties.

Van der Houven van Oort was waterbouwkundige van beroep, en bedacht het in die tijd drieste plan om de Zuiderzee droog te leggen. Dertig jaar later zou ir. Lely het uitvoeren, maar toen was Van der Houven van Oort al vrijwel vergeten.

Er is een hoop gaande in de binnenstad van Apeldoorn. Veel commotie ontstond er om de nieuwbouw van het stadhuis, op het Raadhuisplein, in het hart van de stad. Het was het prestigeproject van wethouder Porringa, zijn voetafdruk staat in steen vereeuwigd op het plein. Maar het was wel een project waarmee hij zich de woede van veel Apeldoorners op de hals haalde. Wat moest zo'n modern stadhuis op hun historische Raadhuisplein? Die ambitieuze wethouder nam de hele binnenstad op de schop. Wat Asselbergs was voor Amersfoort, of Max van den Berg voor Groningen, en Adri Duivesteijn voor Den Haag, wilde Hans Porringa zijn voor Apeldoorn. De grote binnenstadvernieuwer. Maar hij stuitte op zo veel tegenstand van de bevolking dat het zijn ondergang werd, en hij sleepte wel zeven collega's mee in zijn val. Het stadhuis kwam er toch, met een opvallende 41 meter hoge toren ernaast, in 1992 zijn de ambtenaren er ingetrokken, het bevalt hen nu goed. Juist als we Porringa's voetafdruk proberen te ontdekken in het beton voor de deur van juwelier Van der Meij, loopt een Apeldoorner langs: ,,Porringa, dat was een rooie wethouder'', zegt hij met misprijzen in zijn stem en zijn blik. ,,Gelukkig wordt nou alles anders. Nu hebben we Pim.'' En weg beent hij.

Overigens is het een gezellig plein, het Raadhuisplein, met terrassen en tweemaal in de week markt aan de andere kant van het oude raadhuis, dat nu een museum is.

Niet ver van de markt ligt de bibliotheek, ook nieuw. Van dezelfde (Amsterdamse) architect als het stadhuis: Hans Ruijssenaars. Maar die heeft wat minder stof doen opwaaien. Net als het nieuwe overdekte winkelcentrum, de Oranjerie. En veel verwachtingen zijn er omtrent het nieuwe museumcomplex dat zal verrijzen bij de bibliotheek; een 3 in 1-museum, te bouwen door Herman Hertzberger: ApArt gaat het heten (van Apeldoorn en Art).

Eigenlijk is Apeldoorn een stad in aanbouw. Met alle historie die er al in zit -niet alleen de Jugendstil-huizen in de winkelstraten; op de markt zijn de contouren zichtbaar gemaakt van de middeleeuwse kerk die er heeft gestaan. Ooit liep er een beekje door de stad, de Grift, dat weer terug mag keren, we passeren het als we de binnenstad inlopen, de beek heeft hier heel modern de vorm van een brede goot, met ettelijke bruggetjes eroverheen. En ook het Apeldoorns Kanaal wordt nieuw leven ingeblazen, al is dat voorlopig alleen voor de pleziervaart. Maar dat betekent al werk genoeg: 67 bruggen moeten hersteld, vijf sluizen vergroot en het sinds 1972 gesloten kanaal moet drastisch worden uitgebaggerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden