APARTHEID VAN DE DODEN

De populairste man van Frankrijk, abbé Pierre, is al wekenlang in opspraak, omdat hij steun heeft betuigd aan zijn oude vriend Roger Garaudy. Deze filosoof zou het bestaan van gaskamers hebben ontkend. Maar er is geen enkele krant, radio of televisie die Garaudy aan het woord laat, er is niemand die het boek heeft gelezen dat de commotie veroorzaakte: Les mythes fondateurs de la politique israélienne (de basismythen van de Israëlische politiek). Inmiddels is abbé Pierre gevlucht naar een Benedictijnenklooster in Italië en heeft Garaudy een brochure geschreven over deze 'mediale' lynchpartij. Een interview met Roger Garaudy in Parijs.

Op een verzoek tot een interview ging Garaudy graag in. Hij had nog geen gelegenheid gekregen in het openbaar zijn standpunten uit te leggen. De enkele keren dat iemand van de pers hem het woord gaf, is het interview niet geplaatst; in drie gevallen heeft het geleid tot ontslag voor de betreffende journalist. Alle, al ver voor de verschijning van zijn boek vastgelegde afspraken voor lezingen, fora en conferenties, werden door de organisatoren afgezegd. Garaudy - een internationaal veelgevraagd spreker - wordt doodgezwegen: “Dit land heeft opgehouden een land van recht te zijn. Men was hier vrij om te spreken, maar nu sturen ze de politie op mij af. Het is inmiddels zo ver gekomen dat ik zelf maar het woord neem en een antwoord heb geschreven.”

Garaudy legt me een proefdruk voor van een brochure waaraan hij zojuist de laatste hand heeft gelegd: Droit de réponse; Réponse au lynchage médiatique de l'abbé Pierre et Roger Garaudy (Recht op weerwoord; antwoord op de 'mediale' lynchpartij van abbé Pierre en Roger Garaudy). Het zal verschijnen op dezelfde manier als zijn boek: een uitgave voor eigen rekening met behulp van een uitgeverijtje - Samizdat - dat wordt gerund door enkele Roemenen die onder Ceaucescu hadden geleerd tegen de verdrukking in te publiceren.

Wie de moeite neemt Les Mythes fondateurs de la politique israélienne te lezen zal merken dat het bestaat uit een aaneenrijging van citaten, onderzoeksconclusies en vragen van specialisten. Alle voorzien van bronvermelding. Dat maakt het boek moeilijk leesbaar, omdat de lezer steeds moet vaststellen wie er nu aan het woord is, Garaudy of een van zijn bronnen, en het maakt ook het achterhalen van de bedoeling van het boek lastig.

Garaudy brengt inzichten van exegeten van het Oude Testament samen met die van historici op het terrein van de Tweede Wereldoorlog. Op geen van beide terreinen is hij specialist, maar de combinatie van beide disciplines brengt volgens hem een politiek feit boven tafel: de stelselmatige uitbuiting van wat er in de oorlog met de joden gebeurde, door de leiders van Israël en zijn bondgenoten, vooral Amerika. Volgens Garaudy overdrijven de leiders van Israël de slachtofferrol van de joden. Dat heeft tot gevolg dat Israël zich nu bedreigd voelt door zijn omgeving en zich daar agressief tegenover stelt. Die opstelling ontwricht de verhouding van het Westen ten opzichte van de Arabische culturen fundamenteel: het maakt een vredig samengaan van joden, moslims en christenen onmogelijk. “Het corrigeren van deze misvatting wordt verhinderd door machtige internationale lobby's.”

Zoals zo veel van zijn werken verschijnt ook dit boek op een karakteristiek moment. In Israël zijn vervroegde verkiezingen aangekondigd - op de dag van ons gesprek blijkt Netanjahoe die te hebben gewonnen - en juist op het moment dat in de pers de hel losbreekt over Garaudy en abbé Pierre, begint Israël vergeldingsbombardementen. Daarbij maakt Israël een dramatische fout in Kana, waar veel burgers de dood vinden.

De felheid waarmee Garaudy schrijft heeft ook van doen met de aanname in Frankrijk van de wet Gayssot-Fabius (1990). Deze wet bedoelt de ontkenningen van de misdaden tegen de mensheid strafbaar te stellen. Het gevolg is dat het wetenschappelijk onderzoek, juist ook dat naar de toedracht van de Tweede Wereldoorlog en de verwerking daarvan, wordt gefixeerd tot de stand van zaken zoals die in de Neurenbergse processen is vastgelegd. Wie, op welke manier dan ook, probeert te nuanceren, vindt deze wet tegenover zich. Ook tegenstanders van Garaudy, onder wie de historicus Vidal-Naquet, zijn van mening dat deze wet het historisch-wetenschappelijk onderzoek aanzienlijk belemmert: “De wet legt de waarheid op voorhand vast en verlaagt zowel de onderzoekers als de martelaars tot nullen”, verklaarde Vidal-Naquet in Le Monde. Felle protesten van nagenoeg heel historisch-wetenschappelijk Frankrijk, tot op de dag van vandaag, halen niets uit. Het is op basis van deze wet dat Garaudy inmiddels vanwege zijn boek een proces is aangedaan. Abbé Pierre heeft toegezegd daarbij als getuige op te treden.

Garaudy: “In mijn boek analyseer ik hoe er een beeldvorming is ontstaan door de theologie en door de Tweede Wereldoorlog. De letterlijke, zeg fundamentalistische, uitleg van bijbelse teksten, die voorbijgaat aan modern exegetisch onderzoek, heeft tot gevolg dat de huidige staat Israël wordt aangezien voor het Beloofde Land.” Hij komt met tal van exegeten die aantonen hoe deze bijbelse teksten ooit geconstrueerd zijn met een voor die tijd specifieke bedoeling. “Deze teksten dienen niet gelezen te worden als beschrijving van historische feiten, maar als religieuze mythen, niet meer, maar zeker ook niet minder. God belooft aanwezig te zijn in de geschiedenis, wanneer mensen in rechtschapenheid en hoop van Hem getuigen.”

Wat verstaat u onder een mythe?

“Voor mij heeft het woord 'mythe' geen ongunstige betekenis: alle volkeren hebben, zelfs voordat het schrift ontstond, mondelinge tradities uitgewerkt, meestal gebaseerd op reële gebeurtenissen. Deze tradities geven een doorgaans poëtische verklaring voor de herkomst van die volkeren, hun sociale organisatie, hun cultuur, de bronnen van de macht van hun leiders, en ze bevatten ook vaak een projectie van hun toekomst. Deze tradities worden mythen. Ze drukken het moment uit dat een mens of een volk zich bewust wordt van zijn mogelijkheden en zijn plichten, van zijn roeping over zijn huidige situatie heen. Mythen bevatten geen historisch verslag van de feiten.”

Wat betekent dat voor de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog?

“Veel verhalen van ooggetuigen en slachtoffers hebben een mythisch karakter. Dat wil zeggen, voorstellingen die wel de betekenis die de gebeurtenissen hadden voor die mensen beschrijven, maar die niet de historische werkelijkheid beschrijven. Dat mensen systematisch op verschrikkelijke wijze zijn vernederd, verminkt en omgebracht, staat vast. Ook staat vast dat daarbij het joodse volk niet het enige, maar wel een bijzonder slachtoffer is geweest. Maar de invloed die de gebeurtenissen van toen spelen in de huidige politiek van Israël, en in de mondiale legitimering daarvan, staan in geen verhouding tot de wetenschappelijke bewijzen die er voor die gebeurtenissen geleverd zijn. Nu is dat niet zo erg. De betekenis van de gebeurtenissen is ook duidelijk zonder dat de precieze gang van zaken is vastgesteld. Het gaat er echter om dat het niet mogelijk is openlijk helderheid te verkrijgen over hetgeen is gebeurd. Dus ook niet over de beeldvorming die is ontstaan mede door de Neurenbergse processen, die vaak omschreven worden als 'de laatste oorlogshandeling'. De werkelijkheid die daar toen is vastgelegd is nu gecanoniseerd door de wet Gayssot-Fabius.”

“Integere wetenschappers die zich met het onderwerp inlaten, worden bespot, carrières gebroken, onderzoek onmogelijk gemaakt. Ondertussen wordt het leed dat joden is aangedaan uit zijn verband gelicht, zelfs gesacraliseerd, alsof God daarmee een bedoeling zou hebben gehad. Dat gebeurt bijvoorbeeld door er een religieus begrip als holocaust (brandoffer) aan te hechten. Dat is inmiddels gewoon geworden.”

Waarom begint u aan zo'n discussie, als de ware toedracht niets afdoet aan de betekenis van die verschrikking?

“Omdat het niet openlijk bespreken zulke geweldige politieke gevolgen heeft:

- Extreem rechtse groeperingen maken misbruik van de wetenschappelijk nog niet opgeloste vragen. Van twijfel maken zij ontkenning.

VERVOLG OP PAGINA 18

VERVOLG VAN PAGINA 17

- Iedereen neemt als vanzelfsprekend de gesacraliseerde beelden over, waardoor onder meer Hitlers politiek wordt teruggebracht tot jacht op joden. Deze vanzelfsprekendheden worden gedoceerd op scholen. Kritische, openbare discussie wordt verhinderd. Dat alles heeft de vorm aangenomen van een hersenspoeling waarin het jodendom als religie wordt verward met een menselijk ras en een staat. Ook worden anti-zionisme, anti-semitisme, racisme, fascisme en nazisme op die manier op één hoop geveegd.

- Israëls politiek kan ongestoord voortgaan, omdat het een religieuze bekrachting heeft gekregen, beschermd door machtige lobby's. Israël kan als enig land ter wereld straffeloos tegen VN-resoluties in handelen en gesteund blijven door 's werelds meest dominante macht.''

Was het werkelijk nodig om Israëls politiek te bekritiseren door u te mengen in het uiterst gevoelige debat rond de verwerking van de Tweede Wereldoorlog?

“Ja. En wel om politieke redenen. Mijn boek is puur politiek. Het plaatst de politiek van Israël in mondiaal perspectief. Juist nu zie je hoe in Israël de gevoelens van bedreiging worden aangewakkerd. De uitslag van de zojuist gehouden verkiezingen bevestigen dat. De rol die Israël op het wereldtoneel speelt wordt pregnanter. Die rol is een produkt van de Amerikaanse dominantie. Israël is een kolonie van Amerika. Sinds het wegvallen van het communisme heeft Amerika een nieuwe duivel nodig. Die wordt nu gevonden in de vijanden van de staat Israël. De overbewapening van Amerika en zijn wereldwijde dominantie worden gerechtvaardigd door het creëren van deze nieuwe duivel. Niets is te bar om die dominantie te verzekeren, ook niet het gebruik van het lijden dat mensen is aangedaan tussen 1935 en 1945. En ook niet het verhinderen van behoorlijk onderzoek.”

“Ik vertel niets nieuws. Alles wat ik doe is verzamelen wat mensen van naam, mensen met gerespecteerde en op het gebied adequate functies, reeds hebben onderzocht.”

“Er is een mechanisme aan het werk dat het lijden van de joden in de oorlog, hoe erg het ook geweest is, in een verkeerd licht plaatst en het overdrijft. Dat komt duidelijk aan het licht bij het vaststellen van het aantal slachtoffers. Het aandeel van joden in de oorlogsellende wordt overtrokken, ten voordele van de staat Israël en ten nadele van andere groepen slachtoffers. Dat blijkt ook uit het fenomeen van de gaskamers: er is nog steeds geen bewijs dat die technisch de hoeveelheid slachtoffers hebben kunnen bewerkstelligen als algemeen wordt aangenomen. Men heeft verzuimd op tijd de waarheid aan het licht te brengen, verblind als men was door overwinningsroes of politiek belang. Nu is het zover dat er niet meer open over gesproken kan worden. Het is duidelijk wie daar voordeel bij behalen: de leiders van Israël en extreem rechts. De recente verkiezingen in Israël maken dat weer eens duidelijk.”

Waarom komt er dan geen open debat?

“Dat vraag ik me ook af. Ik zou wensen dat iemand mij antwoord geeft op de vragen die ik in mijn boek stel: is het waar of niet dat de slachtofferrol van Israël wordt overdreven? Is het waar of niet dat joodse leiders ten tijde van de Tweede Wereldoorlog verregaand medeschuldig zijn geweest aan de gebeurtenissen? Is het waar of niet dat jonge soldaten die in Israël aan hun dienstplicht beginnen een exemplaar van het bijbelboek Jozua meekrijgen? Als ik fouten maak, toon mij die, discussieer met me. Nu word ik doodgezwegen, of wordt de discussie afgeleid, bijvoorbeeld naar de opstelling van abbé Pierre. Men is bang een openlijk debat met me te voeren, wellicht omdat het rechts in de kaart speelt. Maar dat doet het niet-voeren van het debat ook.

Zijn u reacties bekend van politiek rechts?

“Le Pen heeft gezegd dat ik politiek asiel in het buitenland moet vragen. Maar van de andere kant ben ik al lang blij dat Le Pen zich er niet mee bemoeit. Ik zit niet op zijn steun te wachten.”

Garaudy heeft zijn boek in eerste instantie laten uitgeven door La Vieille Taupe (De oude mol). Aanvankelijk was dit een ultra-linkse uitgeverij die in de jaren zeventig de strijd tussen fascisme en anti-fascisme als onbelangrijk naar de achtergrond schoof, omdat het eigenlijk om de klassenstrijd gaat. Deze uitgeverij heeft vanuit dat idee de geschiedenis willen herschrijven en daarom enkele jaren geleden het werk van Robert Faurisson gepubliceerd. Faurisson probeerde op historische gronden te bewijzen dat de 'holocaust' nooit heeft plaatsgevonden. Door deze publicaties heeft de uitgeverij het negationisme (ontkenning van het stelselmatig vermoorden van joden in de Tweede Wereldoorlog) helpen verspreiden. La Vieille Taupe heeft zich altijd fel verzet tegen de wet Gayssot-Fabius.

Waarom ging u met deze uitgever in zee?

“Dat was geen keuze, maar noodzaak. Ik heb het aan alle serieuze uitgevers voorgelegd, maar niemand wilde het uitgeven. La Vieille Taupe was wel bereid. Behalve dat La Vieille Taupe het boek erg onnauwkeurig heeft uitgegeven, had het ook een obscure verspreidingswijze ontwikkeld, via een abonnementsysteem, waardoor het niet vrij werd verspreid. Ik heb toen het boek onmiddellijk teruggetrokken. Verder heb ik geen enkele relatie met La Vieille Taupe. En ik heb ook geen affiniteit met La Vieille Taupe.”

“Men wees mij er op dat het boek inmiddels op Internet was verschenen, hoe weet ik niet precies. Voor zover ik kan nagaan is dat via Zweden gebeurd. Ik ben blij dat het toegankelijk is gemaakt, al betreur ik dat het de versie is van La Vieille Taupe. Daar zitten veel fouten in.”

Inmiddels wordt het boek in zes talen vertaald. Om de verspreiding te vergemakkelijken heeft Garaudy van alle inkomsten van het boek afgezien. “Die opmerkingen over de uitgever zijn een onderdeel van de afleiding die men organiseert. Het moet niet gaan om de uitgever, maar om het boek, om de inhoud. Al had ik het via Osservatore Romano gepubliceerd, dat doet aan de inhoud toch niets af?”

Men beschuldigt u ervan dat u een anti-zionist en antisemiet bent die de Holocaust ontkent.

“Het zionisme is een joodse ketterij. Ik ben een fel anti-zionist, maar geen antisemiet. Trouwens: ook arabieren zijn semieten. Het zionisme, zoals Herzl dat verwoordde, heeft van de joodse religie een menselijk ras gemaakt en vervolgens een staat: die verwarring heeft fundamentele gevolgen voor de wijze waarop wordt aangekeken tegen Israël en tegen de joodse slachtoffers van de oorlog. Zonder ook maar iets te ontkennen van de uitgebreidheid en de verschrikking van het bloedbad dat het Hitler-regime onder de joden aanrichtte, verwerp ik toch deze 'Apartheid van de doden', die onder de theologische term 'holocaust' de plaats van de joodse slachtoffers temidden van de miljoenen slachtoffers van de oorlog sacraliseert.”

U wordt er ook van beschuldigd een negationist te zijn.

“Ik ontken niets van hetgeen heeft plaatsgevonden. Ook niet de gaskamers. En ik wil op geen enkele manier de misdaden van Hitler verzachten. Ik voer alleen maar aan, en daarin ben ik beslist niet de enige, dat er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs is geleverd voor de werking van de gaskamers en de omvang van het gebruik dat er van is gemaakt, en dat dat niet openlijk bespreekbaar is.”

U vindt dus dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de verwerking ervan moet worden herschreven?

“Als je wilt ontsnappen aan intellectuele terreur en aan prediking van de haat zul je voortdurend de geschiedenis moeten herzien. Dat kan als je onderling open discussieert. Wie daartoe niet bereid is, schept propaganda en verhult die tegelijk. Hetzelfde geldt voor mijn kritiek op de mythe van de 'holocaust'. Dat is geen macaber spelletje met het aantal slachtoffers. Al is er maar één enkel mens vervolgd om zijn geloof of zijn etnische verschijning, dan is dat niet minder dan een misdaad tegen de mensheid. Het gaat mij om de politieke uitbuiting van de onduidelijkheden, daar moet tegen worden geprotesteerd. Alleen al het feit dat er van de andere slachtoffers (miljoenen Slaven bijvoorbeeld) nauwelijks nog melding wordt gemaakt, moet toch te denken geven. De misdaden van het Hitler-regime kunnen niet worden overschat, noch het onuitsprekelijke lijden van de slachtoffers. Er is daarom geen enkele reden om iets toe te voegen, te overdrijven of te sacraliseren. De historische waarheid is een krachtiger beschuldiger dan de overdrijving.”

Wordt over Garaudy gezwegen, des te meer valt te lezen over abbé Pierre. De vermoeienissen van de laatste maanden hebben zijn broze gezondheid zwaar onder druk gezet en daarom is hij een maand lang naar een benedictijns klooster in Italië geweest om uit te rusten. Garaudy is nog maar net terug van een bezoek aan abbé Pierre in Italië. Nog voor ik goed en wel binnen ben, verzekert Garaudy me dat abbé Pierre hem volledig is blijven steunen. Dit in tegenstelling tot wat in de pers is verschenen. Abbé Pierre weet waarover hij praat: als goede vrienden hebben hij en Garaudy de laatste vijftig jaar veel gesprekken gevoerd. Daarbij waren ze het lang niet altijd eens, zoals abbé Pierre in een van zijn laatste televisie-optredens, nog vóór de affaire, vertelde. Maar steeds is abbé Pierre overtuigd geweest van Garaudy's goede bedoelingen. Van nabij heeft hij gevolgd hoe Garaudy meer dan vijftien jaar aan dit boek heeft gewerkt.

Toen het boek af was ontbrak het de oude religieus aan krachten om de inhoud snel in zijn geheel te verwerken. Dat schrijft hij aan Garaudy in de brief die het begin was van de grote commotie en die integraal in Garaudy's Droit de réponse staat afgedrukt. Toch werd abbé Pierre al direct om commentaar gevraagd. Op basis van wat hij wel had kunnen lezen bleef hij onverkort achter Garaudy staan.

In al de berichten wordt een verwarring zichtbaar. Men lijkt aldus te redeneren: als abbé Pierre Garaudy steunt zou hij zelf ook negationistisch moeten zijn. Maar abbé Pierre minimaliseert nergens de gebeurtenissen in de oorlog. Als hij daarop wijst wordt dat uitgelegd als een afstand nemen van Garaudy, maar abbé Pierre verklaart steeds zijn steun aan de schrijver.

De oplossing van het schijnbare zwalken van abbé Pierre is dat Garaudy in de publiciteit grondig wordt misverstaan. Hij is geen negationist. Abbé Pierre is al sinds jaar en dag duidelijk in zijn stellingname ten opzichte van Israël: “Een land waar zoveel doden vallen, hetzij omdat ze voor zijn, hetzij omdat ze tegen zijn, kan het beloofde land niet wezen”. Daarom is Abbé Pierre het eens met Garaudy.

Nog voor ik heb plaatsgenomen laat Garaudy, niet zonder trots, een knipsel zien uit de Corriere della Sera van diezelfde ochtend. Daarin antwoordt abbé Pierre op de vraag of hij het niet erg vindt dat hij zijn enorme populariteit riskeert: “Dat kan me niets schelen. Als ik dadelijk voor Gods troon sta zal hij me niet vragen of ik Frankrijks populairste man ben geweest, maar of ik een rechtschapen mens was.”

over ROGER GARAUDY

Roger Garaudy (Marseille, 1913) kon als jonge filosofiestudent een studiebeurs krijgen in Straatsburg. Daar werd hij gegrepen door de Deense filosoof Sören Kierkegaard. Een ontmoeting met Karl Barth en met het werk van Karl Marx doen hem in de jaren dertig besluiten communist en christen te worden. Wanneer in de Tweede Wereldoorlog de Duitsers Frankrijk bezetten, voeren zij Garaudy af naar een concentratiekamp in Algerije. Daar maakt Garaudy kennis, tijdens het lezen en bediscussiëren van bijbelse teksten van profeten, met Bernard Lecache, de man die later de LICA oprichtte, de voorloper van de LICRA (Ligue Internationale Contre le Racisme et l'Antisémitisme). Deze stichting zou Garaudy tot twee keer toe een proces aandoen.

Na de oorlog krijgt de communistische partij grote aanhang vanwege haar rol in het verzet en komt ze in de regering. Ook Garaudy ontvangt de nodige eretekenen en bekleedt even de functie van vice-voorzitter van de Assemblée Générale. In diezelfde periode promoveert hij op een these bij Gaston Bachelard. Halverwege de jaren vijftig verbiedt Garaudy zelf de herdruk van zijn proefschrift omdat hij zijn eigen werk te dogmatisch (lees stalinistisch) vindt. Garaudy ontwikkelde zich tot een belangrijk adviseur van Maurice Thorez, de toenmalige leider van de communisten.

Na een bezoek aan Moskou begint Garaudy in Frankrijk te werken aan een vernieuwing van de marxistische theorie. Hij staat een socialisme voor met een menselijk gezicht. Samen met zijn vriend Jean-Paul Sartre begint hij aan een samenspraak tussen marxisme en existentialisme. Wanneer het debat wat is uitgewoed, blijft Garaudy de filosoof die het meest op de zojuist geïntroduceerde televisie is. Ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie breidt Garaudy de dialoog uit naar de christelijke kerken. In 1974 schrijft hij hoe hij ook voor zichzelf herontdekt heeft christen te zijn. Hij is dan een van Frankrijks leidende intellectuelen.

In augustus 1968 protesteert Garaudy fel tegen de inval van het Russische leger in Tsjecho-Slowakije. Drie jaar later wordt hij uit de communistische partij gestoten. Hij ervaart dan voor de eerste keer hoe het is volledig te worden doodgezwegen, en tegelijkertijd door de media op de hielen te worden gezeten. In zijn ongetwijfeld meest gelezen boek Parole d'Homme (vert. 'Het hart op de tong', uitg. Ten Have, 1976) beschrijft hij de dodelijke stilte van de tweeduizend kameraden na zijn rede op het Negentiende Congres. Hij verlaat de zaal, achtervolgd door een horde fotografen. Een uur lang rijdt hij kriskras door Parijs om zijn achtervolgers kwijt te raken. “Het was ongeveer twee uur in de middag. Machinaal reed ik weer voort en zonder eigenlijk te weten wat mij dreef, stond ik stil voor het huis van mijn eerste vrouw, met wie ik in 1937 was getrouwd en die ik in 1945, een kwart eeuw geleden, toen ik terugkwam van de deportatie, had verlaten. Ik ging de trap op als een slaapwandelaar. En nauwelijks had ik geklopt of de deur ging open, alsof men mij met de hand aan de kruk reeds verwachtte. Ik zag een tafel, gedekt voor twee personen en plotseling realiseerde ik me de enorme blunder die ik stond te begaan. Ik deed een stap achteruit: 'Pardon, je verwacht misschien iemand?' 'Ja, ik verwachtte iemand: jou. Ik heb je toespraak zojuist voor de radio gehoord. En ook die moordende stilte. En ik wist dat je nergens anders naar toe zou komen dan naar hier. Kom binnen en kijk eens: ik geloof dat ik net de wijn heb waar je vroeger zo van hield en ook je roggebrood.”

Vanaf het begin van de jaren zeventig verdiept Garaudy zich in de islam en in de Arabische cultuur. Hij richt in Cordoba een ontmoetingscentrum op voor moslims, joden en christenen. Daarmee probeert hij gestalte te geven aan een van zijn diepste overtuigingen: het bijeenbrengen van deze drie religies, die alle onder het vaderschap van Abraham staan. Daarvoor is nodig, stelt Garaudy, dat ieder van deze drie religies werkt aan een bevrijdingstheologie.

Tot de eerste aanzetten van een christelijke bevrijdingstheologie had Garaudy inmiddels veel bijgedragen, zoals later Leonardo Boff schrijft in zijn voorwoord op Garaudy's boek Vers un guerre de religion? (Naar een godsdienstoorlog?).

In de jaren tachtig begint Garaudy aan een bevrijdingstheologie binnen de islam. In 1983 spreekt hij een geloofsbelijdenis uit ten overstaan van een imam en vanaf dan rekent hij zichzelf ook tot de moslims. Hij ziet zijn moslim-zijn niet als een reactie op zijn christen-zijn, maar als een logisch vervolg daar op. In de visie van Garaudy pakt de islam een draad op die het christendom heeft laten liggen. Zoals jodendom en christendom in elkaars verlengde liggen, zo liggen christendom en islam in elkars verlengde, is een van zijn geliefde uitspraken. Hij wordt een veel door moslims gevraagd deskundige over islam-spiritualiteit en ontvangt daar eredoctoraten en prijzen voor.

Waar Garaudy zich in al zijn werken uiteindelijk op richt is op het ongedaan maken van vastgeroeste beelden, gedachten en overtuigingen, en het ontmaskeren van dogma's. Volgens hem is de mens geroepen om zichzelf steeds te overstijgen, zijn zelfgenoegzaamheid te doorbreken. Waar mensen dat niet opbrengen en zonder zelfkritiek zichzelf beter dan anderen achten, gebeuren afgrijselijke dingen: in de communistische partij, in kerken, onder politici, tussen volkeren.

Wanneer Garaudy in 1982 een studie publiceert over de politiek in Israël en daarin probeert dogma's en verstarde opvattingen te doorbreken, krijgt hij een sterke lobby tegenover zich, waarvan de LICRA in Frankrijk de woordvoerder is. Het komt tot een proces dat hij wint.

Vanaf dat moment begint hij aan een verdere studie over het beeld van de staat Israël. Garaudy stelt dat rond Israël politiek, religie en geschiedenis met elkaar worden verward. Een leidende rol daarin vervult volgens hem een krachtige joods-Amerikaanse lobby. Dat alles resulteerde in het nu zo gewraakte Les mythes fondateurs de la politique israélienne, zijn vijfenvijftigste boek.

Aanvankelijk werd er weinig op het werk gereageerd, totdat abbé Pierre naar aanleiding van negatieve kritieken in de bladen La Croix en L'Humanité aan Garaudy een open brief schreef waarin hij verklaart hem te steunen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden