Apaches worden volop ingezet in Afghanistan

door George Marlet

Ooit aangeschaft om te beveiligen en te verkennen, blijken de Apache-gevechtshelikopters nu in Afghanistan onmisbaar. ’Een vliegende tank’, wordt de helikopter genoemd.

De gezagvoerder van de Nederlandse Apache was zondag de held van de dag in Kamp Holland. Met twee Hellfire-raketten beschoot hij een qala waar vermoedelijk zo’n twintig vijandelijke strijdgroepen zaten. Van de uit leem opgetrokken hoeve bleef weinig over, net zomin als van de circa twintig aanwezige talibanstrijders. Hellfire-raketten zijn bedoeld om pantservoertuigen, tanks en betonnen bunkers te doorboren.

De inzet van de Apache lijkt daardoor op het met een kanon schieten op een mug. Effectief is de ’vliegende tank’ in elk geval wel. Sinds de Nederlandse missie in Uruzgan vorig jaar april begon, zijn de helikopters zeer frequent ingezet. In Afghanistan zijn gevechtshelikopters een gevreesd wapen. De Russische luchtmacht maakte er tijdens de bezetting van Afghanistan (1979-1989) veelvuldig gebruik van. Alleen al het geluid van de rotorbladen was vaak voldoende om schrik aan te jagen.

Die functie hebben de zes Nederlandse Apaches in het zuiden van Afghanistan ook, maar ze zijn ook daadwerkelijk tegen strijdgroepen ingezet. Met de Hellfire-raketten en de 30 millimeter anti-tankgranaten zijn er weinig doelen waartegen de Apaches niet zijn opgewassen. Nederlandse, Britse en Canadese eenheden in Zuid-Afghanistan zijn meerdere keren door de gevechtshelikopters ontzet. Daarbij zijn tientallen vijandelijke strijders gedood.

De bemanning moet van zulke acties verslag uitbrengen aan de marechaussee, die weer rapporteert aan het openbaar ministerie. Ook vliegers moeten zich houden aan de geweldsinstructie, die onder meer voorschrijft dat het toepassen van geweld in verhouding moet staan tot de dreiging. „We zijn er absoluut niet op uit om slachtoffers te maken”, aldus een Apache-gezagvoerder na een eerdere actie. „Maar als het nodig is, zullen we ook niet aarzelen om op te treden.”

De Apache-helikopters waren bij de aanschaf in 1995 vooral bedoeld als beveiliging voor verplaatsingen van de luchtmobiele brigade, maar hun taak is gaandeweg veranderd. In Bosnië voerden Apaches verkenningsvluchten uit en in Eritrea hadden de ’parlementaire gevechtshelikopters’ weinig te doen. In Irak daarentegen bleken de helikopters van groot belang om de Sfir-missie te beveiligen. Aanvankelijk gingen er geen Apaches mee naar Irak omdat er al een detachement naar Afghanistan moest. Dat veranderde snel na de eerste dodelijke aanslag in Irak, in mei 2004. In allerijl werden Apaches ingevlogen die twee jaar lang in Irak bleven. Bij het voorbereiden van de missie in Uruzgan stond al vast dat Apaches mee moesten om konvooien te beschermen en troepen te hulp te schieten.

De belasting van het personeel is groot. Vliegers worden tijdens de dertig maanden vier of vijf keer uitgezonden voor telkens twee maanden. Technisch personeel gaat meerdere keren voor periodes van drie maanden naar Uruzgan. De onmisbaarheid van de helikopters heeft voor de luchtmacht ook een gunstig gevolg. Van de dertig Apaches zouden er vanwege bezuinigingen zes worden verkocht, maar dat is waarschijnlijk van de baan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden