AOW voor iedereen: ook in 2000 geen overbodige luxe

Een buitengewoon slecht idee noemt PvdA'er Jan van Zijl het pleidooi van Herman Wigbold (Podium 5 juni) voor een inkomensafhankelijke AOW. En 'grotesk' vindt hij diens verzuchting dat er onder socialisten eens een nieuwe John Galbraith zou moeten opstaan. De auteur is lid van de Tweede Kamerfractie PvdA

Bevolkingsprognoses geven aan, dat het aantal ouderen vanaf 2015 sterk gaat stijgen ten opzichte van met name de beroepsbevolking. In 2035 zal de groep 65-plussers een kwart van de gehele bevolking beslaan, hetgeen neerkomt op een verdubbeling ten opzichte van het huidige percentage. Een steeds grotere groep ouderen zal gebruik maken van de oudedagsvoorzieningen, gedeeltelijk opgebracht door een relatief en absoluut steeds kleinere beroepsbevolking. Het Centraal Planbureau heeft berekend dat de kosten voor alleen al de AOW waarschijnlijk zullen toenemen van 5,3 procent van ons bruto binnenlands product (zeg maar het bedrag, dat we met elkaar verdienen) naar ongeveer 8 procent in 2035. In guldens gerekend een toename van vele tientallen miljarden guldens per jaar.

De politiek neemt het vraagstuk van de vergrijzing inmiddels serieus en staat aan de vooravond van besluitvorming om de AOW op langere termijn veilig te stellen. Een van de voorgestelde maatregelen, en ook niet meer dan dat, betreft het instellen van een spaarrekening of spaarfonds; een idee afkomstig uit de PvdA-fractie.

In een weinig consistent artikel op de Podiumpagina van 5 juni laat Herman Wigbold weten niet veel te zien in zo'n spaarrekening. Bovendien beschouwt hij de maatregel als een sigaar uit andermans doos, want met een AOW-spaarfonds eigent de generatie van kort na de oorlog zichzelf een stijgend deel van de welvaart toe als garantie voor later, zonder dat de noodzaak daarvan is aangetoond. Wigbold bepleit (hoezo geen noodzaak?) wèl een andere draconische maatregel, namelijk een toekomstige AOW die afhankelijk is van het inkomen of beter: van het niveau van het aanvullende pensioen. Zo'n inkomensafhankelijke AOW vindt hij heel wat verstandiger dan een AOW-fonds om een deel van de toekomstige lastenstijging als gevolg van de vergrijzing op te vangen. Sterker nog, zo'n inkomensafhankelijke AOW zou pas écht getuigen van visie. Wanneer een socialist Wigbolds pleidooi zou overnemen, zou hij of zij zich volgens hem met recht en reden een nieuwe John Galbraith mogen noemen, vanwege een in dat geval eigentijdse visie op het probleem van private prosperity en public squalor.

Laat ik in dit artikel maar niet ingaan op Wigbolds groteske vergelijking met Galbraith; wel op zijn pleidooi voor een inkomensafhankelijke AOW. Een buitengewoon slecht idee dat terecht in geen enkele van de vele recente wetenschappelijke studies over de AOW als serieuze mogelijkheid is overwogen.

Een inkomensafhankelijke AOW gaat uit van de verkeerde veronderstelling, dat vanaf heden de meeste ouderen een redelijk tot goed pensioen opbouwen en dat voor steeds meer mensen de AOW een welkom, maar overigens niet zo noodzakelijk inkomensbestanddeel is. Dat is dus een misverstand. Ook tot ver in de volgende eeuw bouwt wellicht 10 procent van de ouderen géén aanvullend pensioen op, maar wat nog belangrijker is, tussen de 30 en 50 procent slechts een (zeer) bescheiden pensioen. Anders gezegd, voor alle mensen met een inkomen tussen minimum en modaal blijft de AOW veruit het belangrijkste inkomensbestanddeel. Op zichzelf hoeft dat een inkomensafhankelijke AOW niet in de weg te staan; zeker niet als er doelbewust voor gekozen wordt om het inkomensniveau voor de mensen tussen minimum en modaal toch op peil te houden.

Zo'n keuze vraagt dan wel om twee zekerheden. Ten eerste een blijvende bereidheid in de samenleving om een meer als bijstand functionerende AOW te garanderen; ook wanneer bovenmodale verdieners geen belang meer hebben bij zo'n AOW. Ik zou op deze solidariteit niet durven gokken. En ten tweede zullen mensen met een inkomen rond modaal een forse duit extra in pensioenvoorzieningen moeten steken om een redelijk inkomensresultaat, ook na de 65, veilig te stellen. Het zou leiden tot een hoeveelheid extra particuliere besparingen vergeleken waarmee de benodigde middelen voor het collectieve AOW-fonds verbleken. Daartegenover staat een omgekeerde spaarreactie van de mensen met de wat lagere inkomens. Zij zullen door een inkomensafhankelijke AOW juist ontmoedigd worden om nog zelf te sparen, immers het zelf gespaarde kleine pensioentje wordt verrekend met de AOW. Per saldo zullen echter de particuliere besparingen fors stijgen.

In het rapport 'Gespiegeld in de tijd' beschrijft de Commissie Drees onweerlegbaar wat de gevolgen voor onze economie zullen zijn als de toch al optredende verschuiving naar meer particuliere besparingen bij de oudedagsvoorzieningen nog eens aanzienlijk versterkt doorzet. Het zou betekenen dat over een reeks van jaren de loonkosten - al dan niet als gevolg van CAO-afspraken - vele procenten zullen toenemen, met alle gevolgen van dien voor de werkgelegenheid.

Voor de maatschappelijke onrust waartoe de inkomensafhankelijke 'Wigbold AOW' zou leiden, hoeft een beetje visionaire socialist niet weg te lopen, ook al blijkt uit uiteenlopend onderzoek dat 95 procent van de burgers géén inkomensafhankelijke AOW wil. Ook het gegeven dat ons pensioensysteem met een collectief AOW-fundament op omslagbasis gefinancierd en een aanvullend pensioen, gebaseerd op spaargeld en kapitaaldekking, in alle ons omringende landen wordt beschouwd als het meest solide, en zelfs als jaloersmakend systeem om de kosten van de komende vergrijzing het hoofd te bieden, is op zichzelf nog geen reden om niet over te willen stappen op het 'plan Wigbold'. Voor de PvdA zijn de genoemde overwegingen overigens al wel voldoende argument om het huidige pensioensysteem, zij het na enige aanpassingen, grosso modo in stand te houden. Misschien is Wigbold echter wel te overtuigen door de geweldige economische bezwaren die er zijn tegen de door mij geschetste veranderingen in het te voorziene spaargedrag van burgers, wanneer wordt overgestapt op een inkomensafhankelijke AOW.

Wat dan wel? Ten eerste zal door een blijvende groei van de werkgelegenheid het draagvlak voor de financiering van de AOW fors kunnen en moeten toenemen. Hoe meer mensen premie betalen hoe kansrijker het veiligstellen van de AOW wordt.

Dat betekent dat de generatie van na de oorlog, waarvan Wigbold vindt dat deze te goed voor zichzelf zorgt, in ieder geval langer zal moeten doorwerken dan de generatie van Wigbold, waarvan slechts een zéér klein gedeelte tot 65 jaar heeft gewerkt. De samenleving zal zich de komende decennia niet meer kunnen permitteren, dat grote groepen jongbejaarden tussen 55 en 60 het arbeidsproces verlaten. Een tweede maatregel betreft het fiscaliseren van de AOW. Door geleidelijk aan de AOW kosten niet meer uit premies te betalen, maar uit de belastingopbrengsten, neemt de financieringsgrondslag van de AOW ook sterk toe. Deze maatregel voorkomt, dat door forse premiestijging de arbeidskosten sterk stijgen of dat de werknemer van de toekomst alleen moet opdraaien voor een duurdere AOW.

Door de AOW uit de belasting te gaan financieren zullen welgestelde ouderen uit de na-oorlogse babyboom generatie ook een bijdrage gaan leveren voor het instandhouden van de AOW. Zo bezien versterkt deze maatregel niet alleen de solidariteit tussen toekomstige welgestelde ouderen en werknemers die de AOW moeten opbrengen, maar ook de solidariteit tussen ouderen onderling.

Volgens sommigen is toename van de werkgelegenheid en een gedeeltelijke financiering van de AOW uit de belastinggelden toereikend om de AOW tot een reeks van jaren veilig te stellen. De PvdA denkt dat alléén vertrouwen op een gunstige economische ontwlkkeling echter niet voldoende is. Daarom hebben wij gekozen voor nog een derde pijler. Deze wordt gevormd door het starten van een AOW spaarrekening, vooral te financieren uit een deel van de in de nabije toekomst vrijkomende rentebetalingen door vermindering van de staatsschuld. Door deze rentebaten niet onmiddellijk aan te wenden voor leuke dingen voor linkse mensen nu, maar voor een fatsoenlijke AOW later, worden de kosten van de vergrijzing iets meer gespreid over de tijd.

Ik durf al met al ons huidige stelsel van oudedagsvoorzieningen, inclusief de PvdA-voorstellen om ze ook in het jaar 2025 op een sociale manier overeind te houden, wel aan Galbraith voor te leggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden