ANTROPOSOFISCHE SCHOLEN

De antroposofen kunnen de klok erop gelijk zetten: om de tien jaar welt in Nederland de vraag op, of het onderwijs op hun Vrije Scholen wel of geen racistische trekken heeft. De Inspectie vindt overigens dat dat reuze meevalt. Hoewel de Vrije scholen regelmatig met de kwestie van doen hebben, zijn ze er niet bepaald handig in geworden hun critici te woord te staan. Twee leerlingen van de Vrije School in Eindhoven moeten hemel en aarde bewegen om een open discussie los te peuteren.

Was Steiner een racist?'', schilderden Wout en Tim op hun T-shirts. Dat was toen de school carnaval vierde. Ze hadden een sketch voorbereid. Beiden droegen ze een neger-masker. Aldus verkleed lazen ze citaten voor van Rudolf Steiner (1861-1925), de grondlegger van de antroposofie. Op die levensbeschouwing zijn Vrije scholen gebaseerd.

Halverwege hun sketch trokken ze het masker van hun gezicht. Weer als Wout en Tim vroegen ze om uitleg. Of iemand van de schoolleiding nou eens kon zeggen wat de school vond van Steiners gedachtengoed over de rassen, waarover de laatste tijd zulke rare citaten in de kranten hadden gestaan? “Prikkelend bedoeld, natuurlijk”, zegt Wout, wiens gezicht allerminst op cabaret staat. Het lachen is hem inmiddels vergaan: hij staat onder druk.

Hoe de school dan precies reageerde? “De leraren voelden zich persoonlijk aangevallen. Steiners eventuele racisme bleek een taboe-onderwerp te zijn. Je betreedt heilige grond.” Zo ongeveer als wanneer je het op een strenge christelijke school zou wagen te betwijfelen dat de wereld in zes dagen is geschapen.

Betreft: “Beschuldigingen van racisme”, staat in vette letters boven een brief die de school half maart aan alle ouders en leerlingen stuurde. Daarin geven de leraren van de Eindhovense school hun mening. Dat het leven en de geschriften van Rudolf Steiner niet racistisch van aard zijn. Dat ze géén afstand nemen van het gedachtengoed van Steiner, en het ook niet klakkeloos overnemen. Dat de 'in de media geciteerde fragmenten' alleen in hun context begrepen kunnen worden. Dat ze in een hoek gedrukt worden waar ze niet horen. Dat Steiner zich niet meer kan verantwoorden. Dat zijzelf aangesproken willen worden op hun eigen daden.

Ophef over het racistische gehalte van de woorden van Rudolf Steiner - en wat daarvan terug te vinden is op de huidige Vrije scholen - is een periodiek terugkerende evergreen. Begin februari ging het over de manier waarop er, in 1993, Rassenkunde (tegenwoordig: Volkenkunde) was gegeven op één Vrije school in Zutphen, De Berkel. Het zwarte ras hoort bij de nacht, het gele bij de ochtend, de blanken bij de dag, had de kleine Juliette Oprinsen in haar schoolschriftje genoteerd, tot ontzetting van haar moeder.

Elke vijf jaar is er wel iets, met Steiners gedachtengoed. Dan slaat iemand bij voorbeeld De Volkszielen op, en vindt een tekst als: “Hoe meer de blonde rassen uitsterven, hoe meer ook de instinctieve wijsheid van de mensen verloren gaat.”

Of, Steiner over negers: “Er komen trouwens toch al steeds meer neger-invloeden in de Europese cultuur. Overal zie je negerdansen, zie je mensen negerdansen hopsen. Maar nu hebben we ook al de negerroman. Hij is oersaai, afgrijselijk saai, maar hij wordt verslonden.”

Of, iemand slaat Steiners toespraak tot bouwvakkers op die het hoofdkwartier Goetheanum in het Zwitserse Dornach bouwden: “Het blanke ras is het ras van de toekomst, het ras dat scheppend met de geest bezig is,” zei Steiner daar.

Publicist Bram Moerland zette dergelijke citaten bij zo'n eerdere eruptie, in 1986, al eens op een rijtje in Rassenleer met charisma. Moerland vindt zulk racisme pas echt gevaarlijk. “Over platvloerse racisten zoals Janmaat of Le Pen maak ik me maar betrekkelijk zorgen, want het is zichtbaar in zijn platheid. Heel anders wordt het als racisme zich verschuilt achter de banier van iets anders, iets moois, iets waar je als mens warm voor kunt lopen.”

Dat Hitler de antroposofie in de jaren dertig verbood en in Steiner (op wie hij in 1920 een aanslag arrangeerde, volgens auteur J. van der Meulen) de grote man zag achter 'het joodse complot', vermeldt Moerlands verhaal niet. Zo min als de keerzijde van de medaille: dat de antroposofen in de jaren dertig en veertig niet immuun bleken tegen het nationaal-socialisme.

Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs had er dit voorjaar haast mee: de Onderwijsinspectie te laten uitzoeken hoe het toch zit met het racistisch gehalte van het Vrije scholen-onderwijs. Eind maart kopte de voorlichter boven zijn persbericht geruststellend: “Geen racisme bij Vrije scholen.” In tegendeel: de scholen doen veel aan “bewustzijnsontwikkeling” bij de leerlingen, en dat zou juist leiden tot de bestrijding van racisme. Maar openbaar is het rapport niet.

“Fijn dat de Inspectie terugkomt met zo'n kalmerend geluid, hoor”, zegt J. Lahaise, woordvoerder van het Anti Discriminatie Overleg (ADO) in Utrecht, “maar ze zijn wel snel met hun conclusies. Want eerlijk gezegd: wat zij hebben gedaan, dat kan ik ook. Even langsgaan, en vragen of ze racistisch zijn. Ik beweer niet dat er op èlke Vrije school iets aan de hand is. Maar de Inspectie kan evenmin het omgekeerde beweren: dat ze allemaal vrij zijn van racisme.”

Met bijna zestig basis- en elf scholen voor voortgezet onderwijs die samen zo'n veertienduizend leerlingen tellen, horen de Vrije scholen in Nederland tot de vier grotere pedagogische richtingen. Montessori is de grootste, Dalton en Freinet zijn de kleinste. Op een Vrije school haal je doorgaans tegen je achttiende (na de 'twaalfde klas') een ivo-mavo diploma plus een Vrije school-certificaat.

Vrije scholen trekken niet alleen kinderen van antroposofische ouders. Ze hebben ook aantrekkingskracht op de “bewustzijns-elite” van Nederland, zoals het antroposofenblad Jonas het noemt. Of, om concreter te zijn: op de bevolkingsgroep die liever groente eet waaraan geen bestrijdingsmiddelen te pas kwamen, en die bij griep liever druppelt met Echinaforce dan antibiotica te slikken.

Bewustzijns-elite of niet, de regelmatige golven publiciteit over Steiners veronderstelde racisme hebben de Vrije scholen er niet handiger in gemaakt om critici adequaat te woord te staan. Ze wekken de indruk van alles te zijn, maar niet vrij.

Steiners citaten zijn “uit de context gelicht”, of de criticus is behept met “vooroordelen”, betogen de stukkenschrijvers van dit voorjaar in Jonas bij voorbeeld. En in Eindhoven staan Wout en Tim bij het docentencorps van hun school zo onderhand bekend als drammers, sfeerbedervers, relschoppers. Omdat ze bleven vragen om opheldering, toen de school die niet snel en niet royaal gaf. Omdat ze dus die T-shirts bleven dragen. Omdat ze liefst met de hele school bijeengekomen waren, teneinde het er met z'n allen over te kunnen hebben. Dus liever geen uitleg-per-klas, en een brief alleen aan hen, en verder een pleister op de mond - of anders van school af.

“Ook leraren hebben hun Achilleshiel”, zegt Ernst Terpstra, voorzitter van het dagelijks bestuur, op de vraag of zijn school niet een béétje krampachtig reageert op toch vrij begrijpelijke vragen. “De ene leraar is wat sneller op z'n ziel getrapt dan de andere. Die proefden geen vraag, maar een beschuldiging in het optreden van Wout en Tim. En ik moet zeggen: ze stonden ook wel héél erg op de barricaden. Ze wisten niet meer hoe ze er van af moesten komen. Als lessen niet meer mogelijk zijn, als er een oorlogstoestand ontstaat, als er een sfeer van stemmingmakerij komt, dan moet je als school toch zeggen: wordt het niet eens tijd voor een andere school? Maar ik heb niet het gevoel dat we zo krampachtig reageren.”

De directeur van de begeleidingsdienst voor Vrije scholen in Driebergen, Jaap de Boer, vindt Wouts en Tims vragen “heel terecht”. “Het zou de antroposofische beweging geen kwaad doen om een open discussie te voeren, en om ook maar eens afstand te doen van uitspraken die vóór 1925 misschien wel konden, maar nu toch echt niet meer”, vindt hij.

Tim Zeedijk: “De school heeft acht weken na carnaval op ons gereageerd, met een betoog over de integriteit van Steiner. Op de citaten zijn ze nog altijd niet ingegaan. Terwijl het er allemaal toch gewoon stáát, zwart op wit. Maar wij schijnen iets héél moeilijks te vragen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden