Antropoloog hielp met 'ontjoodsen'

Door uitgerekend gebruik te maken van de Duitse rassenleer heeft fysisch antropoloog Arie de Froe tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden Joden het leven gered. Vandaag is er een symposium over. 'De Froe wist dat je de vijand het beste met zijn eigen theorieën kon bestrijden.'

Met de kennis van nu zouden we zeggen dat Arie de Froe een griezelige fascinatie had. Voor de Tweede Wereldoorlog was deze Amstelveense huisarts een specialist op het gebied van rassenkunde, het indelen van volkeren op basis van lichamelijke eigenschappen. Het was de tijd dat rassenkunde een geaccepteerde tak van wetenschap was binnen de antropologie.

De Froe (1907-1992) promoveerde op de omvang van menselijke schedels. Hij was geïnteresseerd in zuivere rassen en daarom liet hij in 1940 de skeletten opgraven van bewoners van Schokland, een verdwenen eiland in de toenmalige Zuiderzee. Hij geloofde dat de Schokkers het Nederlandse oertype vertegenwoordigden dat verwant was met Neanderthalers. Hij wilde dit met bot en schedelmetingen bewijzen.

Dat hij in 2006 postuum werd geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding, bestemd voor mensen die met gevaar voor eigen leven Joden hebben gered, had hij te danken aan hetgeen hij met die kennis tijdens de bezettingsjaren deed. Toen de Duitse bezetters in 1942 begonnen met hun acties om Nederland te 'zuiveren' van Joden, klopten velen van hen bij hem aan. Zij wilden zich door De Froe laten 'ontjoodsen'.

Als een Jood bij de Duitse machthebbers kon aantonen dat een van zijn ouders een niet-Jood was, kon hij ontkomen aan vervolging. Zogeheten half-Joden werden vrijgesteld van deportaties naar concentratiekampen. Fysisch antropoloog De Froe kon hen helpen door uitgerekend gebruik te maken van de Duitse rassenleer.

Volgens Niod-onderzoeker Jaap Cohen trok De Froe, die altijd zijn hulp toezegde, daarbij alles uit de kast. Vaak koos hij voor het verhaal dat de betreffende persoon het product was van een buitenechtelijke verhouding van zijn moeder met een niet-Jood. "Hij sloeg dan aan het meten. De Froe zocht pakweg twintig punten waarbij de wettelijke vader en het kind niet op elkaar leken. Op welke punten vader en kind wel op elkaar leken, liet hij natuurlijk weg. Er werden liefdesbrieven gefabriceerd die de moeder aan haar minnaar zou hebben geschreven. Het was je reinste Schwindel."

De rapporten van De Froe hebben naar schatting enige honderden Joden het leven gered, onder wie fotografe Emmie Andriesse en Philips-uitvinder Alexandre Horowitz. Volgens Cohen was het werk niet zonder gevaar. Soms zaten er twintig sterdragers in zijn kantoor van het Anatomisch Embryologisch Laboratorium te wachten, terwijl aan de overkant de Grüne Polizei een kantoor had.

Jaap Cohen stuitte op het werk van De Froe tijdens zijn promotieonderzoek naar de geschiedenis van de Portugese Joden in Nederland in de late negentiende en twintigste eeuw. Mensen uit deze groep hoorden van de hulp van De Froe aan Joden en zij vroegen zich af of hij ook iets kon betekenen voor hen als groep. De Froe dacht van wel. Hij wilde aantonen dat er een verschil zat tussen de zogeheten Asjkenazische Joden, die afkomstig waren uit Oost- en Midden-Europa, en Sefardische Joden. Laatstgenoemde groep kwam uit Spanje en Portugal. In die landen stonden Joden in de late middeleeuwen voor de keuze: christen worden of het land verlaten. Velen kozen voor het eerste hoewel zij niet altijd afstand deden van hun Joodse rituelen.

De Froe herinnerde zich een grafiek uit het werk van een collega waaruit bleek dat Portugese Joden een langwerpige schedel hadden. "Dit werk had een volkomen ander karakter dan die leugentjes die hij opschreef voor individuele Joden", zegt Cohen. "Hij begon een grondig onderzoek naar de 375 Sefardische joden door lichamen op te meten. Per persoon nam hij ruim dertig maten op. Lip- pen, neusbreedte, stand van de oren, afstand tussen de ogen, lengte van armen; noem maar op. Het onderzoek was diepgaand."

De conclusie van het onderzoek was dat er fysiek een verschil was tussen Asjkenazische en Sefardische Joden. "De 'zogenaamde' Portugese Joden behoorden tot het mediterrane ras en moesten als niet-Joden worden beschouwd. Zelfs Nederlanders leken volgens hem rastechnisch meer op Joden. Daar geloofde hij zelf heilig in. Dat heeft hij in 1949 erkend. In zijn rapport verwijst hij veelvuldig naar Duitse wetenschappers. Dat is heel vreemd om te lezen, maar De Froe wist dat je de vijand het beste met zijn eigen theorieën kon bestrijden."

De Froe beweerde ook dat er verschillen waren in het gedrag van die twee groepen. Portugese Joden gedroegen zich rustiger en waardiger. "Vrouwen van de Sefardim noemde hij gracieus en statig. Zij maakten geen wilde gebaren en konden lang in dezelfde houding staan. Die kwalificaties stonden diametraal tegenover de stereotypen die op dat moment over Joden gangbaar waren."

Aanvankelijk leek de opzet van De Froe te slagen, omdat de Duitsers zich geen raad wisten met de groep 'zuivere' Portugese Joden. Begin februari 1944 werd de groep bij een van de laatste razzia's toch opgepakt en naar Westerbork vervoerd. De nazi's in dat kamp waren niet onder de indruk van de rapporten van de antropoloog. "SS'er Aust oordeelde dat Portugese Joden behoorden tot het 'rassisches Untermenschentum'. Ze werden op transport gezet naar Theresienstadt en Auschwitz."

De Froe werd in de jaren zeventig rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, schreef filosofische essays en was redacteur van De Gids. Over zijn verzetswerk zou hij zich bijna niet meer uitlaten, ook niet over de vraag of het manipuleren van wetenschappelijke onderzoeksgegevens voor het goede doel gelegitimeerd is. Het symposium van vandaag gaat ook over de vraag of het praten over rassen nu 'waan of werkelijkheid' is. "Na de oorlog is rassenonderzoek als 'fout' bestempeld", zegt Cohen, "maar vóór 1940 en zelfs nog een tijdje daarna, was het gewoon. Zoals antropologen ook dialecten van volken bestudeerden. Het rubriceren van lichaamsmaten vinden velen nu eng, maar De Froe dacht als wetenschapper: meten is weten. Heel essentieel is dat hij nooit een kwalitatief onderscheid maakte tussen volkeren. Het woord Arisch heeft hij nooit gebruikt."

Volgens Cohen heeft De Froe zich na de oorlog één keer over zijn verzetswerk uitgelaten. Dat was toen de Jewish Chronicle schreef hoe 'shameful' de Nederlandse Sefardim hun eigen wortels hadden verloochend door de hulp van De Froe in te schakelen. Hij reageerde woedend dat de Portugese Joden hiermee 'zeer veel tijd' hadden gewonnen. "Dat deze tijd niet voldoende was, doet niet ter zake."

Het symposium van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen over het werk van De Froe is vandaag in Het Trippenhuis in A'dam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden