Antropologie van de Na’vi

Avatar (Trouw) Beeld
Avatar (Trouw)

Diep verstopt onder deze klein verslaggever en chroniqueur, onder aardlagen van vergeelde kranten, zit nog een oude antropoloog die is grootgebracht met Boas en Benedict, Mead en Bateson, Malinowski en Evans-Pritchard, Levi-Strauss en Clifford Geertz – westerse onderzoekers en denkers die poogden het niet-westerse te begrijpen.

Wim Boevink

Ze stortten zich op andere talen en culturen, de Kwakiutls, de Trobrianders, de Samoanen, de Nuer, niet wetend dat in een niet zo verre toekomst, uit dat amalgaam van onverlichte maar dicht bij de natuur levende volkeren, een volk zou opstaan dat de Na’vi heet, van wie de leden gemiddeld drie meter lang zijn, katachtig en blauw van huid.

Er zijn beelden van en hele volksstammen zijn al uitgerukt om ze te zien, ongeveer zoals in 1774 de jonge Omai uit het Arcadië van de Stille Zuidzee als eerste ’nobele wilde’ een sensatie werd in Londense societykringen. En net als Omai spreken de Na’vi een taal met Polynesische klanken.

Het bestaat dus nog: de verwondering over de heel andere cultuur, ook in deze tijden van globalisering, waarin stammen van Riffijnen en Ambonezen elkaar bevechten in Nederlandse volkswijken.

Die cultuur moet dan wel buitenaards zijn. De antropoloog van de Na’vi, de blauwe bewoners van de planeet Pandora, heet James Cameron, wiens antropologische kennis verborgen gaat onder dikke lagen celluloid. Zijn volk is een fantasie, en die volksstammen stromen vooral toe om zich te laten betoveren door het wonder van de techniek, alsof 115 jaar na de uitvinding van de cinematograaf een nieuwe Lumière is opgestaan.

Dat wonder bestaat uit een 3D-presentatie van een magische wereld van zwevende bergen, vliegende draken, lichtgevende planten en een oerboom van driehonderd meter hoog – het paradijs van de Na’vi, die stam met spirituele verbindingen met de natuur, hun moeder en hoedster. Maar eigenlijk kijken we naar ons eigen verloren paradijs, maar in deze vertelling is de mens zelf de duivel, die de Na’vi tracht te verdrijven. Er valt in allegorische zin veel over ’Avatar’ – de film van Cameron – te zeggen, en je kunt alleen maar hopen op een mooi essay van Willem Jan Otten, over mythische vogels, over natuurverwoesting, over het hindoebegrip avatar, de goddelijke presentatie in een menselijk lichaam, de avatar in cyberspace, de avatar van mijn dochtertje op Hyves. Ja, zijn we niet allemaal avatars geworden, in schijnlichamen en schuilnamen, zwevend door het wereldwijde web?

De Na’vi wekten de antropoloog in mij, en Cameron – en dit was essentieel voor het slagen van zijn film – heeft zijn uiterste best gedaan van deze Na’vi een geloofwaardig volk te maken. Niet dat dat helemaal is gelukt: hun gezichtsmimiek heeft de charme van botox, en hun vrouwen zijn zo glad en weinig rond dat ze, las ik, nog het meest lijken op de laatste hardloopatletes van de DDR. Maar ik heb me laten vervoeren – heel graag zelfs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden