Anton leeft bij de achterkant van nieuws

De avonturen van Anton Dingeman, die elke maandag op deze pagina staan, verschijnen in boekvorm. Tijd voor een kennismaking met de schepper van anti-held Anton, Pieter Geenen.

door Arend Evenhuis

Vrij naar de beginregel van 'Don Quichot' is er niemand die weet waar Anton Dingeman leeft. Laat staan waar hij geboren werd en wanneer hij jarig is. Een op het platteland ronddolende bijna-ridder is Anton Dingeman zeker niet. Wel zoekt hij, dwars door steeds opflakkerend en uitwaaiend gekrakeel over 'normen en waarden', steevast naar een stedelijk-ridderlijke houding. Of evenwicht, want Anton Dingeman is wankelmoedig, al streeft hij steeds het beste na. Met Don Quichot heeft Anton Dingeman onbetwist gemeen: dromen en verlangens.

Lezers van Trouw kennen Anton Dingeman al sinds 2001 en weten via zijn maandagse dagboek op deze pagina dat hij in een middelgrote stad woont, daar als ambtenaar bij algemene zaken werkt, een vriendin heeft die weinig zegt en Inez heet, een bril draagt en een paar zwarte haren op zijn kruin bezit. En nu is Antons dagboek nota bene geboekstaafd.

Om erachter te komen waar en hoe Anton Dingeman tot leven kwam, is het handig om je tot zijn geestelijke vader, de tekenaar Pieter Geenen, te wenden. Begroet je Geenen hoogstpersoonlijk, dan is het of je de tweelingbroer van Anton Dingeman de hand schudt. Maar Pieter is Anton niet, en heeft ook nooit geprobeerd om op hem te lijken. De hoofdredacteur van deze krant ging er bij de eerste ontmoeting als vanzelfsprekend van uit dat tekenaar Geenen ook bij het plaatselijke gemeentehuis werkt, zo sterk vond hij de gelijkenis met Anton. Maar eerder is het andersom: Pieter Geenen oefent het vrije beroep van tekenaar-illustrator uit waar Anton Dingeman misschien zo naarstig naar verlangt.

,,Er is wel degelijk verwantschap'', geeft Geenen toe, al was het maar qua uiterlijk. ,,Anton is, net als ik, geen held die voorop loopt in het wereldnieuws, maar zich liever aan de achterkant van nieuws begeeft. Als 'ambulant ambtenaar' op algemene zaken is hij overal inzetbaar. Hij kan naar buurtvergaderingen, ruilverkavelingen en doet bij vlagen ook wel nuttig werk door beroepsvoorlichting voor jonge asielzoekers te organiseren.''

De verschijningsvorm van Anton had Pieter Geenen al gauw ontworpen: ,,Een mannetje van middelbare leeftijd met ovale bril en drie sprietjes als haardracht. De laatste tijd heeft hij trouwens weer wat langer haar.''

Nu de naam nog. Frederik of Vincent kwamen niet eens aan de orde. De tekenaar overlegde met zijn vrouw en kinderen: Alfred Puntmans? Arnold? Nee, Dingeman moest hij heten, en Anton voor intimi. Geenen had daarvoor telefoongids noch kerkhofzerken geraadpleegd en verzon eigenhandig dat Anton een man moest wezen die nou eenmaal dingen doet, of nalaat. ,,Pas nadat Anton tot leven was gekomen, hoorde ik dat Dingeman als Zeeuwse naam bestaat.''

In tegenstelling tot Anton wist Pieter Geenen op zijn twaalfde al dat hij geen ambtenaar maar tekenaar wilde worden. Missionaris worden teneinde goed werk te verrichten bij de negers in Afrika leek hem ook wel wat. Maar zijn ouders beschouwden een kunst academie als bolwerk van losbandigheid, en zagen liever dat zoon Pieter, als die dan toch zo nodig wilde tekenen, een opleiding voor tekenleraar zou volgen. Had je tenminste een standvastige baan plus navenant pensioen. Jammerlijk werd hij 'wegens te weinig beeldend vermogen' op de lerarenopleiding afgewezen. Vervolgens in militaire dienst, waar hij als hulpadministrateur op de Harskamp verlofdagen en ziekmeldingen bijhield en mutatielijsten voor in te slaan voedsel invulde. Geenen: ,,En twee keer per jaar schieten natuurlijk, met een uzi en een keer een handgranaat gooien -brrrh.''

Na het leger werd Geenen aangenomen op de kunstacademie van Den Bosch. Hij genoot van de opleiding, van illustreren, van boekontwerpen, van letters zetten, van zijn docenten. Samen met medestudenten maakte hij de eenmalige krant 'Golden Delicious', die hij in een keurig kistje gepresenteerd bij boekhandelaren uitbaatte. Een artikel daaruit luidde: 'Hoe word je kunstenaar?' Waarmee hij zich subiet de woede van een medestudente op de hals haalde: ,,Kunstenaar wórd je niet, dat bén je!''

Tot op zekere hoogte bleek dat verwijt nog terecht ook, want toen Geenen in het najaar van 2000 bij Trouws art director Erik Terlouw aanklopte, erkende die ogenblikkelijk wezen en belang van 'Het dagboek van Anton Dingeman'.

Net als vakgenoot Peter Vos verstopt Pieter Geenen steevast een subtiel detail in zijn beeldverhaal, dat vaak langer in de herinnering blijft dan het hoofdverhaal zelf. Als Anton in zijn eigen krant -Trouw geheten- een artikel leest over de wederopstanding van de western, snellen de jeugdherinneringen over cowboytje spelen je tegemoet. Dat daarin ook de kunst van het om de wijsvinger tollen van een revolvertrekkerring hoort, begreep Geenen meteen. Alleen: hoe? Het moest een stapje verder gaan dan een klakkeloos wentelend speelgoedpistool. Opverend in bed, de nacht voor zijn deadline, wist hij het: het jongens pistooltje moest een plakbandhouder op het gemeentelijk kantoor worden, waar Anton er alsnog de blits onder vrouwelijke ambtenaren mee maken kon.

Of Anton Dingeman zijn wekelijks dagboek als louterend voor zichzelf beschouwt? Geenen: ,,Daar heeft hij nog nooit een woord over gezegd. Dat is een tegenstelling: officieel weet Anton niet dat zijn dagboek gepubliceerd wordt. Maar hij houdt wel rekening met zijn lezers, het moet niet te persoonlijk worden. Andersom is alles mij dierbaar aan Anton: zoals ie is, zoals ie schippert, zoals ie doet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden