Anti-held is blij met een zak drop

Een heel gewone man met een heel ongewone functie. Generaal Mart de Kruif trekt in Zuid-Afghanistan ten strijde tegen de taliban. Niet eerder stond een Nederlander aan het hoofd van zoveel buitenlandse troepen.

Er komt heel wat bij kijken als generaal De Kruif vanuit het hoofdkwartier van Regional command south op bezoek gaat bij zijn troepen in het zuiden van Afghanistan. De Kruif reist per Blackhawk-helikopter omdat de reis per auto te gevaarlijk en langdurig is. Zwaarbewapende persoonsbeveiligers vergezellen de generaal. Een Apache-gevechtshelikoper vliegt mee om eventuele aanvallen op de helikopter van De Kruif af te slaan. Een tweede helikopter dient als afleiding.

„Af en toe”, lacht Mart de Kruif verlegen, „krab ik mezelf weleens achter de oren waarom ze mij voor deze functie hebben uitgezocht. Ik heb nooit de ambitie gehad om generaal te worden. Dat zou ook vreselijk zijn, want het zou betekenen dat je levensvervulling pas in zou gaan als je generaal zou worden. Dat is fout.”

De 50-jarige generaal-majoor De Kruif is de commandant van een multinationale troepenmacht die binnenkort 40.000 militairen telt. Niet eerder stond een Nederlandse generaal aan het hoofd van zoveel buitenlandse en dan met name Amerikaanse troepen. Sinds legercommandant Spoor in Nederlands-Indië is De Kruif sowieso de eerste generaal die zo’n grote militaire operatie leidt.

Mart de Kruif is wars van uiterlijk vertoon, laat staan dat hij aanleiding geeft voor mythe- of legendevorming. In de eetzaal staat hij gewoon in de rij. Het oer-Nederlandse motto ’Doe maar gewoon’ is hem op het lijf geschreven. „Ik blijf dicht bij mezelf, speel geen rol. Dat is voor mij de enige manier om deze functie te kunnen uitoefenen”, zegt hij bijna verontschuldigend.

Op bezoek bij Canadese troepen in Spin Boldak, vlakbij de grens met Pakistan, is te zien hoe naturel De Kruif is. Vlak voor vertrek raadt hij zijn gezelschap als een zorgzame vader aan om nog even naar de wc te gaan, ’want we zijn nog wel een paar uur onderweg’. In de helikopter waarschuwt De Kruif om geen losse spullen in de cabine te leggen.

Het hoofdkwartier van Regional command south is ondergebracht op Kandahar airfield, de reusachtige militaire basis in het zuiden van Afghanistan. Het decor is dreigend. Jachtbommenwerpers vertrekken met veel gebulder voor hun gevechtsmissies: het beschieten of bombarderen van taliban-stellingen. Terwijl op het vliegveld een gesneuvelde Amerikaanse militair ceremonieel naar een transportvliegtuig wordt gebracht, landt een helikopter met twee gewonde militairen.

Sinds generaal De Kruif vanaf november vorig jaar het bevel heeft over de Isaf-troepen in het zuiden van Afghanistan, zijn 114 militairen uit Groot-Brittannië, Canada, Australië, de VS, Denemarken, Roemenië, Estland en Nederland om het leven gekomen. Onder het Afghaanse leger en de politie is het aantal slachtoffers drie tot vier keer zo hoog. Isaf houdt geheim hoeveel doden er onder anti-westerse strijdgroepen in Zuid-Afghanistan zijn gevallen, maar het ligt zeker fors hoger dan het aantal slachtoffers in Isaf-gelederen. „Dat is voor Nederland een raar gegeven. Daar hebben we als land jarenlang niet mee te maken gehad. Maar ik weet: als ik deze operatie laat doorgaan, dan vallen er slachtoffers. Bewust.”

De Kruif zegt zich als commandant ’niet schuldig, maar wel verantwoordelijk’ te voelen voor de dood van zoveel militairen. „Die verantwoordelijkheid kun je niet delegeren.” Hij ondertekent de condoleancebrief aan de familie, belt de commandant van de taakgroep en staat als het even kan op het vliegveld om afscheid te nemen van de omgekomen militair. „Ik ervaar de verantwoordelijkheid niet als een last, sterker nog, het leidt tot meer motivatie om dingen goed te doen. Dan is het offer van een mensenleven niet voor niets geweest.”

Aan een wand van De Kruifs kantoor op Kandahar airfield hangt – naast een gesigneerd shirt van voetbalclub Vitesse – een foto van Joep, zijn eerste kleinzoon die een half jaar geleden is geboren. Toevallig is Mart de Kruif kort geleden precies één etmaal thuis geweest in Doesburg bij zijn vrouw Esther en jongste zoon Rutger. Dat kon omdat hij in Nederland moest zijn voor de conferentie van ministers van buitenlandse zaken. „Het is leuk om even thuis te zijn, maar het feit dat je dan weer weggaat, was voor m’n zoon geen leuk moment. Ik denk dat ze beter in hun gewone ritme hadden kunnen blijven.” Volgende maand gaat hij voor de laatste keer met verlof, om de buluitreiking van zoon Tom (filosofie en geschiedenis) mee te maken. Daarna moet De Kruif vanwege de presidentsverkiezingen op 20 augustus in één ruk door tot november.

De werkdag van De Kruif begint met de prayers. „Sirs, mams, the commander!”, roept adjudant Ed Brust als de conferentieruimte gevuld is met alle geledingen van de staf. Iedereen gaat staan om twee omgekomen militairen te herdenken met een minuut stilte. In hoog tempo berichten officieren over lopende operaties en incidenten in vooral de provincies Helmand en Kandahar.

Voor De Kruif biedt de bijeenkomst nauwelijks nieuws: hij heeft de belangrijkste zaken al eerder gehoord. Dat anti-westerse strijdgroepen zich meer roeren, „was te verwachten na het einde van de papaveroogst”, stelt De Kruif vast. „Iedereen realiseert zich dat we over een paar weken een nieuwe fase van de operatie ingaan: wij nemen het initiatief.”

De troepenopbouw (zie kader) is bijna compleet. Dat geeft De Kruif een gevoel als in Engeland, mei 1944, tijdens de voorbereidingen voor D-Day. „We hebben een jaar nodig gehad om naar dit culminatiepunt toe te werken. Het is zeer motiverend om te zien hoe alles op zijn plaats valt.” Het offensief zal ’niet eenvoudig’ zijn. „Het gaat – om met Churchill te spreken – bloed, zweet en tranen kosten, maar ik ben ervan overtuigd dat het moet gebeuren. De angst van de bevolking voor de taliban moet weg; daar hebben ze recht op.”

De Kruif is protestants opgevoed, maar zei de Nederlands-Hervormde kerk vaarwel toen de vredesbeweging eind jaren zeventig fel protesteerde tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland. „Toen ben ik helemaal vervreemd van de kerk; het was mijn kerk niet meer, ik voelde me er niet meer thuis.” Hij heeft nog wel een ’religieuze inslag’. „Ik ga uit van de gedachte dat je op aarde bent om iets goeds toe te voegen aan deze wereld. In Afghanistan wonen 30 miljoen mensen die dertig jaar lang in de meest vreselijke omstandigheden hebben geleefd. Deze missie geeft je de kans om daar iets aan te doen.”

Op de basis Costell bij Spin Boldak krijgt De Kruif van de Canadese luitenant-kolonel Middleton uitleg over het grensverkeer met Pakistan en de dreiging van aanslagen met geïmproviseerde explosieven. De Kruif is volledig gefocust en is met zijn vragen Middleton regelmatig een paar stappen voor. Snel kunnen schakelen is een van De Kruifs sterke kanten. „Ik heb een redelijke harde schijf, dat helpt. En ik leer steeds selectiever te lezen.”

De Kruif gaat graag op bezoek bij zijn eenheden in het zuiden van Afghanistan. „Daar put hij heel veel energie uit en komt hij helemaal opgepept van terug”, zegt luitenant-kolonel Rob van Zanten, de rechterhand van De Kruif. Gemiddeld is de commandant vier van de zeven dagen op pad. De Kruif: „Ik ben heel visueel ingesteld; ik moet het gewoon zien zodat ik weet waar ik de troepen aan blootstel.”

In de provincies ontmoet hij de mensen om wie het echt gaat. De Kruif: „Daar ben ik heel simpel en principieel in: ik ben er voor die sergeant met die tien militairen en niet andersom. Ik word ervoor betaald om de voorwaarden te scheppen zodat hij z’n werk kan doen. Met goeie mannen en een slechte commandant kun je nog zeer succesvol zijn in operaties; andersom ben je nergens.”

Werkdagen van veertien uur zijn voor De Kruif heel gewoon. Hij is bijzonder gedreven om zijn missie tot een goed einde te brengen. „Ik weet dat de BV Nederland internationaal wordt afgerekend op wat ik hier doe. Dat ervaar ik niet als een druk, maar ik besef het wel.” De Kruifs persoonlijk assistent Marleen Flierman heeft ’veel bewondering’ voor haar baas. „Hij is hartelijk, heeft oprechte belangstelling voor zijn omgeving.” Rob van Zanten: „Hij is een absoluut topmens om voor te werken.”

Voor ontspanning is weinig tijd. Twee à drie keer per week blokt assistent Marleen een paar uur als ’PT’, physical training. Dan gaat De Kruif sporten in de fitnessruimte op Kandahar airfield. En om de zaterdagavond nodigt hij mensen uit om op zijn kamer een film te komen kijken, zoals deze zaterdag ’The reader’. Lachend: „Ja, ik ben ook verantwoordelijk voor het morele welzijn van mijn mensen.” Het volgende moment loopt een stafofficier binnen om te vertellen dat een Isaf-militair door eigen vuur gewond is geraakt.

Over wat de missie persoonlijk met hem doet, kan De Kruif de balans nog niet opmaken. „Dat moet je me over vier, vijf jaar nog maar eens vragen. Nu ben ik een beetje een marathonloper: ik heb geen tijd om terug te kijken als ik aan het lopen ben. De reflectie komt later wel.”

De Kruif is er zich terdege van bewust dat hij beslissingen neemt over leven en dood. „Dat speelt voortdurend in je hoofd mee. Als ik mijn handtekening zet om toestemming te geven voor een operatie, weet ik dat ik daarmee mensenlevens verwoest.”

In november loopt De Kruifs missie af en krijgt hij een paar maanden de tijd om in binnen- en buitenland te vertellen over zijn militaire ervaringen. „Ik besef dat ik iets unieks heb gedaan, maar ik zal de grandeur van de functie niet missen. Waardering zit voor mij in kleine dingen die los staan van mijn rang en functie: mailtjes of zakken drop die ik krijg toegestuurd. Dat vind ik veel mooier dan een onderscheiding.”

Werkdagen van veertien uur zijn voor generaal De Kruif heel gewoon. Per helikopter gaat hij op bezoek bij zijn troepen in het zuiden van Afghanistan. In zijn kantoor houdt hij het overzicht en overlegt hij met zijn persoonlijk assistent Marleen Flierman. (Trouw)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden