Anti-apartheid: voor trots is geen reden

Nu hervormden en gereformeerden grotendeels zijn opgegaan in de nieuwe protestantse eenheidskerk is dit het moment om even terug te kijken. Bijvoorbeeld naar de tijd toen de discussie over apartheid in Zuid-Afrika beide kerkelijke groeperingen heftig beroerde. Heeft men reden om trots te zijn? 'Amper', luidt het oordeel. Een interview met theologe Erica Meijers.

Voor gereformeerd theologe en voormalig Ikon-medewerkster Erica Meijers staat het vast: de gereformeerde en hervormde kerken in ons land hebben geen voorhoedefunctie vervuld wat betreft de acties tegen apartheid in Zuid-Afrika. ,,Integendeel. Ze moesten steeds door anderen worden opgepept.”Meijers – studie theologie en 'een beetje geschiedenis' aan de universiteiten van Amsterdam en Straatsburg – weet waarover ze het heeft. In haar jonge jaren – ze is nu 38 – pikte ze binnen Kairos, de in 2002 opgeheven werkgroep voor Zuidelijk Afrika, nog net het staartje van de anti-apartheidsstrijd mee. Thans onderzoekt ze, nog op verzoek van Kairos en van de Theologische Universiteit Kampen, het debat over apartheid zoals dat zich tussen 1948 en 1972 afspeelde binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Die studie vindt haar weerslag in een bijna voltooid proefschrift. Ooit hoopt ze ook de periode van 1972 tot 1994 wetenschappelijk in kaart te brengen.

Volgens Meijers kun je de discussie onder gereformeerden en hervormden grofweg in twee fases verdelen: een witte (vóór 1970) en een zwarte (daarna) periode. In de eerste liepen bij beide Nederlandse kerkgenootschappen alle contacten met Zuid-Afrika uitsluitend via de blanke kerken, de Nederduitse Gereformeerde (NG) Kerk – 'de (regerende) Nationale Partij in gebed'

– voorop. En voorzover er contacten met anti-apartheidsorganisaties waren, dan ook hier alleen met blanke, zoals het Christelijk Instituut van Beyers Naudé. Men zag, aldus Meijers, Zuid-Afrika ,,als een wit land met een zwart probleem”.

Meijers: ,,Bij de gereformeerden waren de contacten met Zuid-Afrika sterk persoonlijk van aard. Onder hervormden bestond er meer afstand. Die kenden niet de gewoonte elkaars synodes te bezoeken en hadden evenmin het systeem van partnerkerken met wie men in nauwe correspondentie stond. Dat was bij de gereformeerden wel het geval. Hierdoor hadden zij aanvankelijk de neiging zich te identificeren met de broeders en zusters in Zuid-Afrika. Overigens namen ook de hervormden in het begin bepaald niet resoluut stelling tegen apartheid. Wel stelden beide kerkgenootschappen van het begin af aan – hoewel voorzichtig geformuleerd – dat het systeem van apartheid bijbels niet te verantwoorden viel.”

,,Theologisch gezien was de race hiermee al gelopen voordat ze goed en wel begon. Maar praktisch vonden ook in ons land hervormden en gereformeerden apartheid voorlopig nog wel aanvaardbaar. 'Voordat het verantwoord is de zwarten stemrecht te geven, moet men ze eerst de nodige ontwikkeling bijbrengen', redeneerde men bevoogdend. Gescheiden optrekken was daartoe misschien wel de beste manier. Dit lokte ook toen al (geïsodeVerdiepingleerde) kritiek uit binnen de eigen gelederen. Bijvoorbeeld van de kant van de hervormde predikant ds. J. J. Buskes (1955).

De eerste breuklijn, aldus Erica Meijers, ontstond in 1960, na het bloedbad van Sharpeville op 21 maart. Tijdens een betoging van duizenden zwarten tegen de beruchte pasjeswetten schoot de politie 69 demonstranten dood, 180 raakten gewond. Voor het eerst kwam het zwarte verzet op de publieke agenda van de Nederlandse protestantse kerken.

Toch heeft, signaleert Meijers, de daarop gevolgde befaamde bijeenkomst te Cottesloe, voorstad van Johannesburg, in ons land geen opzien gebaard. Onder auspiciën van de Wereldraad van Kerken vergaderden in december van dat jaar afgevaardigden van acht Zuid-Afrikaanse lidkerken – ook de zwarte en de kleurlingenkerken. De conclusie luidde eensgezind: rassenscheiding binnen en buiten de kerk was uit den boze. Maar de blanke NG Kerk distantieerde zich van haar eigen delegatie en stapte uit de Wereldraad.

Meijers benadrukt dat in Nederland het kerkelijk debat over apartheid van meet af aan was ingebed in een bredere discussie over de rol van de kerk in de wereld. Daarbij constateert ze een groot verschil tussen hervormden en gereformeerden. ,,Binnen de hervormde kerk zag je direct na de oorlog een nieuw elan. In brede kring vond men daar dat de kerk de maatschappij echt wat te zeggen had. Apartheid was zo'n fenomeen. En dus ging men erover in discussie. Eerst nog vrij voorzichtig, later veel openlijker. Men raakte gefrustreerd door de starheid van de blanke kerken in Zuid-Afrika, met name de NG Kerk. De relaties verslechterden daardoor al gauw.”

,,Daar kwam bij dat de hervormden vanaf het begin (1948) lid waren van de Wereldraad. Die onderhield sinds de jaren vijftig contacten met de kleurlingen-en zwarte kerken in Zuid-Afrika en stond op grond daarvan al snel kritisch tegenover apartheid.

Bij de gereformeerden was het een ander verhaal. Die kwamen uit de Tweede Wereldoorlog met de kersverse wonden van een kerkscheuring – in 1944 scheidden de vrijgemaakten zich af – en hadden behoefte aan orde en rust. Praten over apartheid was taboe. Gereformeerden die het onderwerp desondanks op de agenda wilden zetten, beargumenteerden dit door te zeggen dat apartheid een kerkelijke aangelegenheid was. De blanke zusterkerken in Zuid-Afrika probeerden rassenscheiding immers op theologische gronden goed te praten.”

De meeste gereformeerden wilden echter de banden met hun stamverwante in Zuid-Afrika niet loslaten. Dit leidde tot veel geschipper. Toch dreef men in de loop der jaren theologisch en politiek steeds verder uit elkaar. De NG Kerk verweet de Nederlandse gereformeerden dat zij almaar liberaler werden, terwijl deze op hun beurt steeds meer moeite kregen met de steun van de blanke geloofsgenoten aan het apartheidsregime.

Meijers legt uit waarom het zolang toch niet tot een breuk kwam: ,,De Nederlanders hoopten de NG Kerk af te brengen van haar dwaling en dat kon alleen als de relatie bleef bestaan. Zo liet men in 1968 de blanke Afrikaners wegkomen met hun verklaring dat apartheid geen vorm van discriminatie was. Omgekeerd wilde de internationaal geïsoleerde NG Kerk het contact evenmin verbreken.”

In 1971 sloten de Gereformeerde Kerken in Nederland, na veel interne discussie, zich aan bij de Wereldraad. Hierdoor kregen ze voor het eerst direct contact met zwarte christenen. Men ging nu ook relaties aan met de niet-blanke kerken in Zuid-Afrika: de NG Sendingkerk (kleurlingen) en de NG Kerk in Afrika (zwarten). Binnen de Wereldraad werden de gereformeerdengeconfronteerd met het 'programma ter bestrijding van het racisme' dat humanitaire steun verleende aan bevrijdingsbewegingen in Zuidelijk Afrika.

Meyers: ,,Hoezeer de Nederlandse gereformeerden hiermee in hun maag zaten en hoe groot de druk vanuit de Afrikaner hoek wel was bleek op hun synode van 1972. Daar besloot men achter het programma te gaan staan, maar geen geld over te maken aan een hiermee verbonden speciaal fonds voor financiële hulp aan zwarte verzetsbewegingen. Dit om het indirect steunen van geweld te vermijden. Jongerenbrachten daar tegen in dat de dialoog met de blanke NG Kerk niets had opgeleverd. In hun opvatting werd het hoog tijd om aan de kant van de onderdrukten te gaan staan en het zwarte gewapende verzet te steunen. Naar verzoening streven was mooi, maar niet los van gerechtigheid.”

,,Zo golfden de discussies heen en weer. Twee jaar later wilde de synode wél geld aan het fonds geven, maar dit besluit werd in 1976, na hernieuwd protest uit de Afrikaner hoek, opgeschort. Vervolgens waren er de banning van Beyers Naudé en het bloedig neerslaan van het scholierenverzet in Soweto. Pas na veel intern geharrewar stelde de synode zich in 1978 definitief achter het fonds. Prompt verbraken de blanke Zuid-Afrikaanse kerken alle contacten met de Nederlandse zusterkerken. De gereformeerden (en hervormden) richtten hun aandacht nu exclusief op de zwarte en de kleurlingenkerken in Zuid-Afrika.”

In de hervormde kerk, benadrukt Meijers, werd eveneens fel gediscussieerd, ondanks het feit dat de synode zich in 1971 achter het anti-racismefonds van de Wereldraad had geschaard. Individuele leden vroegen zich af of het wel op de weg van de kerk lag om buitenkerkelijke organisaties als het ANC te steunen. Sommige ergerden zich over het feit dat de zwarten nu van de weeromstuit vaak heilig werden verklaard. Maar eind jaren zeventig waren beide grote protestantse kerkgenootschappen in ons land 'om'.

De gevolgen bleven niet uit. In 1982 verklaarde de Warc, de Wereldbond van hervormde en gereformeerde kerken, op Nederlands verzoek, de theologische rechtvaardiging van apartheid tot ketterij. De blanke NG kerk en de dito Nederduitsch Hervormde Kerk werden als lid geschorst.

Meijers: ,,In de jaren tachtig gingen andere onderwerpen het kerkelijk debat over apartheid beheersen. Kwesties als het oproepen tot sancties tegen Zuid-Afrika en het schonen van de eigen investeringen daar. Plus de vraag of de Belydenis van Belhar – in 1986 door de NG Sendingkerk aanvaard, sprak die zich uit tegen elke scheiding naar ras of kleur – ook deel moest uitmaken van de eigen belijdenissengeschriften. Anders dan in België is dat hier nooit gebeurd; het is aan de orde geweest, maar de Belydenis is niet opgenomen in de kerkorde van de nieuwe PKN.”

Meijers denkt dat de Nederlandse kerken van de discussie rond apartheid meer hebben geprofiteerd dan de Zuid-Afrikaanse. ,,Men deed nieuwe inzichten op wat betreft begrippen als 'verzoening' en 'gerechtigheid'.”

Inmiddels is de kerkelijke belangstelling in ons land voor Zuid-Afrika sterk afgenomen. Speelt hierbij de huiver mee om, na alles wat er gebeurd is, kritiek te leveren op de zwarte zusterkerken die zich wel heel erg in hun eigen hok terugtrekken en er weinig blijk van geven de regering kritisch te volgen? Meijers denkt van wel. Maar: ,,Het is daarom nog geen excuus. Door te zwijgen laten we de zwarten in Zuid-Afrika opnieuw in de kou staan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden