Anthime is niet al te snugger

Tedere melancholie in een korte Franse Grote Oorlog-roman

Waarschijnlijk zullen wij hier in Nederland nooit ten volle beseffen voor welke ellende wij gespaard zijn gebleven dankzij het feit dat ons land in de Eerste Wereldoorlog neutraal kon blijven. In België werden steden als Leuven en Ieper met de grond gelijk gemaakt, op de slagvelden in Noord-Frankrijk en Rusland vielen miljoenen doden: de soldaten, merendeels analfabeten, leefden in de loopgraven temidden van ratten en luizen, hun voeten rotten weg in lekkende schoenen, honderdduizenden verloren bij gifgasaanvallen het leven of hun gezondheid.

Die gruwelen maken geen deel uit van ons collectief geheugen, maar in landen die wel aan die oorlog deelnamen bestaat er een omvangrijke, vaak bittere literatuur over, van de hand van schrijvers als Erich Maria Remarque, Ernest Hemingway en Ernst Jünger, die zijn herinneringen uitgaf onder de veelzeggende titel 'Im Stahlgewitter'.

Het was echter verrassend dat ook Jean Echenoz, een van de meest geestige en milde schrijvers van Frankrijk, kort voor het begin van de herdenkingsplechtigheden een roman uitbracht over de massale slachtpartijen van de Grote Oorlog. In eerdere boeken als 'Ik ben weg' en 'Aan de piano' had hij zich juist van een lichtvoetige kant laten zien, als een scherp observator van ontwapenende menselijke zwakheden. Toch is ook deze nieuwe roman, waarin de schrijver andere paden inslaat, wel degelijk een echte Echenoz geworden, waarin het relatief belang van elk menselijk streven met melancholieke vertedering wordt gadegeslagen.

We volgen de belevenissen van Anthime, 23 jaar oud, boekhouder op een schoenenfabriek in Nantes. Hij is verliefd op Blanche, de dochter van de fabriekseigenaar. Maar deze Blanche dingest al met de onderdirecteur van de fabriek, Charles. Een klassieke uitzichtloze driehoeksverhouding dus, zoals er tienduizenden zijn, in een ingedommelde provinciestad zoals er in Frankrijk tientallen bestaan.

Anthime is een niet al te snuggere jongen, die het beste van zijn leven probeert te maken. Maar op een warme zomermiddag, als hij een fietstochtje maakt, hoort hij in de omringende dorpen de noodklok luiden. Anthime realiseert zich dat de oorlog is verklaard. "Zoals iedereen was Anthime daar wel een beetje op voorbereid, zonder het echt serieus te nemen, maar hij had nooit gedacht dat het op een zaterdag zou gebeuren." Die laatste toevoeging is natuurlijk prachtig in haar absurditeit. Anthime's weerloosheid wordt erdoor in één keer voelbaar gemaakt.

Na hun mobilisatie reizen Anthime en Charles, samen met de cafévrienden Arcenel, Bossis en Padoleau, af naar het front. In het stadje verandert het straatbeeld: "De brasseries zijn verlaten, de obers verdwenen, de bazen moeten zelf hun stoepjes en terrassen schoonvegen. Behalve vrouwen ziet Blanche er alleen maar grijsaards en jongetjes, het geluid van hun voetstappen klinkt hol in een te ruim zittend pak." Charles, die zich persoonlijk niet zo in de wieg gelegd acht voor kanonnenvoer en voor het rondzeulen met een ransel van 35 kilo, slaagt er via relaties in om een gematst baantje bij de vliegdienst te krijgen. Het onbedreigd uitvoeren van verkenningsvluchten, hoog boven het krijgsgewoel, dat is net iets voor hem. Het zal hem nog zuur opbreken.

Maar de verdierlijking in de loopgraven waaraan Charles weet te ontsnappen is ook niet mis, en wordt in een paar gruwelijke trekken raak geschetst. "Het gebeurde zelfs dat Arcenel en Bossis, technisch bijgestaan door Padoleau, die weer plezier begon te hebben in het volgen van zijn slagersroeping, een paar ribben direct uit een levend rund sneden, dat ze vervolgens aan zijn lot overlieten."

Het knapst is Echenoz echter opnieuw wanneer hij te midden van al dit oorlogsgeweld grote gebeurtenissen in het leven van een man (en kleine voor de mensheid) heel terloops laat plaatsvinden in een bijzin. Zodat de lezer zich pas met enige vertraging, en met een kleine schok, realiseert dat het verhaal een nieuwe wending heeft genomen.

Geen van de vijf mannen komt ongeschonden uit de oorlog. Blanche blijft zitten met het kind van een gesneuvelde vader. Maar aan het slot van het boek gaat het leven door. Dat de lezer dit niet ervaart als een cliché, maar ondergaat als een troostend besef, is te danken aan het subtiele formuleringsvermogen en de doseerkunst van deze heel bijzondere schrijver.

Jean Echenoz: 14. Uit het Frans vertaald door Martin de Haan. De Geus; 121 blz. euro 15,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden