Anrotzooien deed Karel Appel niet

De expositie over Karel Appel in het Gemeentemuseum haalt clichés onderuit.

Het is misschien wel één van de grootste clichés uit de Nederlandse kunstgeschiedenis. Het beeld dat we ook collectief op ons netvlies hebben van een schilder die dikke klodders verf op het doek smijt onder het motto: "Ik rotzooi maar een beetje an". Al decennialang heeft Karel Appel de reputatie van een primitief schilderbeest dat zonder vooropgezet plan de verftubes direct op het doek leeg kneep.

Dit jaar is het tien jaar geleden dat Karel Appel (1921-2006) overleed. Aanleiding voor een retrospectief, maar ook het moment om eens goed naar zijn nalatenschap te kijken. Want klopt het stereotiepe beeld wel dat deze Amsterdamse kapperszoon uit de Dapperbuurt puur vanuit zijn instinct schilderde? Dat vroeg Franz W. Kaiser, conservator van het Gemeentemuseum Den Haag en bestuurslid van de Appel Foundation, zich af. "Etiketten zijn ook belangrijke marketinginstrumenten. Als een stereotiepe kunstenaarsreputatie goed verkoopt, houdt de kunstwereld die graag in stand."

Het viel Kaiser op in contacten met musea in Parijs, München en Washington, die ook aandacht besteden aan Appel, dat diens imago internationaal anders is dan in Nederland. Hier geldt hij als het icoon van de Cobragroep (1948-1951) die de kunstwereld opschudde met felle kleuren, sterke contourlijnen en primitieve voorstellingen van kinderen en dieren. "Maar die beweging heeft kort bestaan en Appel is de enige van die groep die internationaal is doorgebroken, en niet eens als Cobrakunstenaar."

Toen de Cobraschilders in 1950 naar Parijs gingen, destijds het internationale kunstmekka, viel alleen Appel daar op met zijn brute, expressieve manier van schilderen. Asger Jorn, Christian Dotremont, Corneille en Constant verkochten nauwelijks iets en keerden onverrichterzake terug. Dat Appel wel werd opgemerkt, kwam volgens Kaiser vooral doordat kunstcriticus Michel Tapié zijn werk betitelde als 'art autre': een radicale breuk met de oude schilderkunst. Daar was na de oorlog een enorme behoefte aan. De volksjongen Appel, die de grenzen opzocht van de schilderkunst, paste perfect in dat tijdsgewricht. De andere Cobraschilders behoorden meer tot de intellectuele avantgarde.

Niet vastroestents

Ook Willem Sandberg, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, speelde een belangrijke rol bij de doorbraak van Appel, met wie hij bevriend was. Hij attendeerde directeur Sweeney van het Guggenheim Museum in New York op het jonge talent. Ook na zijn snelle, internationale doorbraak - in 1954 had hij zijn eerste expositie in New York - bleef Appel voortdurend en tot op hoge leeftijd zijn grenzen verleggen. Hij wilde volgens Kaiser niet 'vastroesten in routine'. Daarom had hij op meerdere plekken in de wereld ateliers en werkte hij samen met dichters, muzikanten en choreografen.

Conclusie van Kaiser: We doen Appel tekort door hem als Cobrakunstenaar te positioneren.

Nog een ander cliché wil Kaiser onderuithalen. Het imago van de kunstenaar die maar wat 'anrotzooit' moet ook op de helling. Appel heeft profijt gehad van die reputatie, maar hij heeft ook een andere kant, die altijd onderbelicht is gebleven. Kaiser ontdekte dat hij talloze tekeningen maakte, als voorstudies voor zijn schilderijen. Kaiser: "Ongetwijfeld heeft hij ook heel expressief en spontaan geschilderd. Maar hij kiest zijn verf en onderwerpen met zorg, maakt vooraf schetsen, bestudeert het werk van Rembrandt, Van Gogh, Picasso en Mondriaan en kiest klassieke thema's als het naakt, het landschap en het portret."

Het zijn opmerkelijke dingen die Kaiser heeft ontdekt over Karel Appel. Worden die nieuwe inzichten ook gestaafd op de tentoonstelling? Dat Appel een bredere, bijna klassieke schilder is, en dus niet die eeuwige clichékunstenaar van Cobra, laat Kaiser zien door de tentoonstelling te groeperen rond zijn favoriete, klassieke thema's: het naakt, het landschap en het portret. Met werken uit verschillende periodes laat hij zien dat Appel zijn hele leven experimenteert met materiaal en stijl: van zijn vroege kinderlijke voorstellingen tot het combineren van schilderkunst met gevonden voorwerpen. Hij maakt geïnspireerd door Van Gogh zelfs schilderijen met strepen en stippels, zoals 'Venster' (1980) en 'De val' (1981). Wel blijft zijn beeldtaal met sterke lijnen en grote felle kleurvlakken altijd heel herkenbaar.

De ontdekking dat Appel vooraf tekeningen maakte, en dus niet 'maar anrotzooit' zoals hij in de documentaire van Jan Vrijman uit 1961 wordt neergezet, geeft de tentoonstelling niet meteen prijs. Er zijn twee uitzonderingen: tekeningen uit de jaren vijftig die direct naast de schilderijen hangen waarvoor ze als voorstudie dienden. Eén ervan is 'Negerkoning' uit 1952, waar in 1962 het schilderij 'Gevleugelde man' uit voortkwam. Je ziet dat Appel de tekening bijna één op één in verf heeft omgezet.

Er zijn meer voorbeelden, maar daarvoor moet de bezoeker zelf op speurtocht. Sommige combinaties knallen eruit, zoals de tekening van een naakt uit 1998 dat diende als basis voor het monumentale doek 'Staand naakt' (2000). Waarmee ook de stelling van Kaiser wordt bewezen dat Karel Appel niet alleen in het begin maar zijn hele loopbaan vooraf schetsen maakte.

Het speelse idee - in de geest ook van Karel Appel - om bezoekers zelf de combinaties te laten ontdekken, maakt deze tentoonstelling helemaal compleet.

*****

Karel Appel. Retrospectief, t/m 16 mei in Gemeentemuseum Den Haag.

Naast de catalogus van Uitgeverij Vantilt verschijnt bij deze expositie ook het kinderkunstboek 'Karel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat' van Imme Dros en Harrie Geelen. Het kleurrijke prentenboek is het vijftiende deel uit de serie kinderkunstboeken die het Gemeentemuseum Den Haag uitgeeft met Uitgeverij Leopold.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden