Anouk van Dijk toont de mensheid als kermis

Peter Cseri and Birgit Gunzl in Wowwowwonders in me?. (Trouw) Beeld
Peter Cseri and Birgit Gunzl in Wowwowwonders in me?. (Trouw)

’Wowwowwonders in me’ van anouk van dijk dc. Gezien 5/3 Frascati Amsterdam. Tournee t/m 25/5, zie anoukvandijk.nl

Sander Hiskemuller

In de compositie van Dirk Haubrich regent het pijpenstelen. Er is weinig verbeelding nodig om daarmee de verzameling aluminium emmers op het podium tot aan de randtoe te vullen. Een danser plooit zich ertussen alsof hij nog enige controle denkt te hebben over het denkbeeldige waterballet; tegen beter weten in, want de zondvloed is niet te stoppen.

In ’Wowwowwonders in me’ van het Amsterdamse moderne dansgezelschap anouk van dijk dc kijken de dansers in dezelfde apocalyptische afgrond als de figuren inde zwart-wittekeningen van beeldend kunstenaar Nik Christensen, inspiratiebron voor de voorstelling.

Christensens landschappen – grauwe wolken aan de hemel, sluierregens, eenzame figuren – zijn toneel voor de mens als speelbal van krachten, op de drempel naar iets verschrikkelijks. Of zijn ze er zojuist doorheen gegaan, waarop er iets nieuws aan de horizon gloort?

Grimmig of juist hoopvol: in de stilte vóór of ná de storm ligt de beklemming. Die beklemming vangt choreografe Anouk van Dijk op toneel als monochroom wit canvas, waarin zij met dans en licht een fraaie schemerwereld weet te suggereren.

Vier dansers richten draagbare theaterspots op elkaar, hun schaduwen plegen op de witte achterwand een macaber dansje. De spots dienen in het leeuwendeel van de voorstelling als enige lichtbron, wat de zelfbediening van de dansers iets gejaagds en onontkoombaars geeft. Van Dijk, niet wars van theatrale paardenkracht, voegt daar donkerslagen tussen, alsof ze als strenge meesteres zweepslagen aan de onmachtige wezens op toneel uitdeelt, en tegelijk aan onze perceptie.

Tussen terloops en acuut, hulpeloos en actiebereid, volgen de dansers een dolend pad. In gefragmenteerde beweging trillen ze als spinnen, onzeker of ze prooi hebben of ten prooi vallen. Solitair, behoeftig naar samen, toenadering wordt een choreografie van huiveringen. Actie en reactie raken gaandeweg inwisselbaar, zoals ook de rollen, uitmondend in een verstilde apotheose van plenair gespiegelde bewegingen. Toch zien we onder de grijze kostuums een rood hemdje of een kekke onderbroek uitpoppen: iets eigens in een wereld waarover geen controle uit te oefenen is.

In de Christensen-tentoonstelling in het aanpalend zaaltje wordt duidelijk dat het vooral de kalmte is die de doem in Chrisensens landschappen onafwendbaar maakt. Die belangrijke toon is in ’Wowwowwonders’ niet aangeslagen. Naar het einde toe wordt de beklemming ingeruild door vervreemding, wanneer Haubrichs jagende en hijgende muzikale score wordt overstemd door seventies disco. Een circusact, een glitterbal – hier toont Van Dijk de mensheid als kermis,dansend op de rand van de vulkaan. Ecce homo: dat is een boodschap die we al hadden gekregen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden