Anonymus Bramati verslaat geamuseerde Groenendaal

HEERLEN - Vorig jaar werd Richard Groenendaal in grote veldritten een keer of acht voorbij gefietst en gebanjerd door al jarenlang gevestigde grootheden als Paul Herijgers, Daniele Pontoni en Dieter Runkel. In dit prille seizoen heeft de Brabantse crosser al wel een wedstrijdje gewonnen (in het Tsjechische Tabor), maar reikte hij in de twee wereldbekersessies niet verder dan de langzamerhand vermaledijde tweede plaats.

JOHAN WOLDENDORP

Zowel in het Zwitserse Wangen, twee weken geleden, als gisteren in Heerlen moest hij een volstrekte outsider voor laten gaan: Luca Bramati, het afgelopen seizoen nog een anonymus in het veldritpeloton, tegenwoordig een winnaar. Woonachtig in Bergamo, 26 jaar jong en naar zijn zeggen mentaal en fysiek sterk geworden door een wereldbekeroverwinning op de mountain bike. Veldrijden is zijn voornaamste passie, maar in 1996 ruilt hij die sportieve religie in voor het ATB-fietsen. De Olympische Spelen in Atlanta zijn dan heilig voor hem. Groenendaal kent de Italiaan nauwelijks. Zo gefrustreerd als hij zich de vorige jaargang voelde als hij weer eens op of ruim voor de streep werd geklopt, zo amusant vond hij zijn tweede plaats op het fraaie, maar door het even fraaie weer niet al te lastige parcours in Heerlen. “Mijn tijd komt nog wel”, luidde het cliché. Hij kwam tot de uitspraak, nadat Bramati, aan dezelfde tafel gezeten, een ander cliché de wereld had ingeslingerd: “Ik ben nu in topvorm, maar het zal moeilijk zijn die tot februari vast te houden.”

Groenendaal vond zijn verlies daarom draaglijk omdat er eindelijk een renner is opgestaan die de dodelijke monotonie van steeds weer dezelfde winnaars doorbreekt. Hoewel, van de tien wedstrijden die oud-wereldkampioen Herijgers dit seizoen reed, schreef hij er al zeven (allen in België) op zijn naam.

Bramati staat model voor het nieuwe imago waarnaar cyclocross al een paar jaar amechtig op zoek is. Speed, coulour and danger, werd indertijd met een vette knipoog richting televisie en sponsors als marketingkreet gelanceerd. Met de tv-coverage lijkt het per 1 januari goed te komen, maar voor het overige zucht de wielerwereld zelf nog onder de investeringen die door voorzitter Gerrie van Gerwen van de Aioccross (de club van veldritorganisatoren) op meer dan een miljoen gulden worden getaxeerd en gekapitaliseerd. Ruim drie ton komt er van de UCI. De zeven organisatoren in het wereldbekercircuit moeten ieder vijftig mille aan prijzengeld ophoesten, terwijl de materiële inbreng van de nationale wielerbonden (die de landsploegen op de been moeten brengen) door Van Gerwen op 20 000 gulden per lidstaat worden geschat.

Een optimistische kijk op het leven kan deze Brabander niet worden ontzegd. Op de seizoenkalender is ruimte gemaakt voor acht wereldbekerwedstrijden (vorig jaar waren het er vijf, nu zeven), maar het grote geld schijnt gek genoeg alleen in Praag in een kluis te liggen. “Dat komt omdat cyclocross in Tsjechië het imago heeft van het langebaanschaatsen hier. Het lijkt wel alsof het geld daar met scheppen tegelijk voor het oprapen ligt”, uit Van Gerwen zijn blijde verwondering. Knarsetandend las hij daarentegen de rapportage over Wangen. “Het budget was net te krap om er mooie kanten aan te maken. Het was daar de onderkant van het wereldbekerniverau. Maar ik moet niet gaan vitten. We hebben nu een behoorlijk evenement op poten gezet.”

Heerlen stak zijn nek uit voor een bedrag tussen de anderhalf en twee ton. Als gastheer mocht de KNWU twee nationale ploegen inschrijven, maar van de twaalf thuisrijders hadden slechts vijf zich in het oranje bondstenue gehuld. Tot innige tevredenheid van KNWU-praeses Joop Atsma, die nu een hoop geld 'verdiende' door de gesponsorde crossers in de gelegenheid te stellen gewoon publiciteit voor hun eigen broodheer te maken. “Bovendien hebben mensen als Van der Poel en Groenendaal drie verzorgers bij zich. Voor ons zou dat onbetaalbaar zijn.” Met andere woorden: alle mooie kreten van Van Gerwen ten spijt zou de KNWU niet het geld kunnen ophoesten om zeven wedstrijden lang een volwaardige selectie af te vaardigen.

Echt veel rust heerst er trouwens ook niet in de tent. De animositeit tussen de UCI (wereldbeker) en de particuliere organisatie achter het minstens zo prestigieuze Super Prestige-circuit laaide ook bij de aanvang van dit seizoen weer op. Voorzitter Gevaert van de SP beschuldigt Van Gerwen cs er van zijn wedstrijdcyclus opzettelijk te dwarsbomen door data van hem af te pikken en het seizoen in te korten tot half februari, waardoor de heren crossers zodanig over de kling worden gejaagd dat buiten de wereldbeker en de SP veel organisatoren afhaken. Puur omdat niet iedere crosser Groenendaal heet, die tot januari overal aan de start verschijnt waar een parcours is afgezet. “Het is fout geweest om ons zo zachthandig op te stellen”, vertelt Van Gerwen. “We hadden vanaf het begin moeten zeggen: we hebben acht zondagen nodig, ook al konden we er aanvankelijk maar vijf opvullen. We hebben nagelaten erbij te vermelden dat we de drie resterende zondagen binnen drie jaar nodig zouden hebben.”

De jammerklacht over het te korte seizoen onderschrijft Van Gerwen volledig. Hij vindt het waanzin om het crossen in de paar loze maanden van het wegseizoen te proppen. “Er zijn intussen zoveel wereldkampioenschappen in de diverse disciplines van de wielersport dat je niet bang moet zijn voor overlappingen. Cyclocross trekt een specifiek publiek. We moeten ons afvragen of we niet meer een eigen koers moeten gaan varen.”

Eén van de weinige multifunctionele renners in het circuit is Adri van der Poel. Een val in de Beach Classic, de ATB-wedstrijd op het strand tussen Scheveningen en Zandvoort, kwetste zijn in de Tour de France voor mountainbikers toch al toegetakelde schouder zodanig dat er in Heerlen niet meer overschoot dan de twaalfde plaats. De routinier doet volgend jaar nog drie pogingen (wereldbekerwedstrijden, ATB wel te verstaan) om kwalificatie voor Atlanta af te dwingen. Daarvóór rijdt hij als lid van de nieuwe ploeg van Jan Raas op de weg de Omloop Het Volk, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Amstel Gold Race. Of de 'oude man' verbaasd was door Raas gecontracteerd te worden? “Nee. Hij wilde me al een paar jaar hebben, maar mocht van Novell geen renner nemen die positief is geweest.” Dat is een wat andere uitleg dan Jan Raas in de afgelopen Tour de France gaf, toen hij kenbaar maakte op het laatste moment van het aantrekken van (later tweevoudig ritwinnaar) Erik Zabel te hebben afgezien. “Dan hoef ik zo'n jongen niet”, sprak de Zeeuw, nadat hij had vernomen dat de Duitser in Veenendaal-Veenendaal verboden stimulerende middelen had gebruikt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden