Anoniempje wordt steeds zichtbaarder

Het internet als riool voor meningen, die steeds minder anoniem worden geventileerd. Beeld Censuur

Dat mensen hun gal spuwen op internet is niet nieuw. Alleen doen ze dat lang niet altijd meer anoniem, maar onder eigen naam. De schaamte voorbij?

"Nou en laat ze allemaal maar doodgaan." De jongen die dit bericht typte poseert op zijn profielfoto lachend naast een zwarte auto. Volgens zijn Facebookpagina houdt hij van BMW, Flodder en van Nederland.

De reactie schreef hij onder een bericht van RTL Nieuws over de honderden bootvluchtelingen die vorig weekend verdronken in de Middellandse Zee. Hij was niet de enige die juichend reageerde op de gebeurtenissen. "Olé Olé", schrijft een andere man, gekleed in een zwart hemd, zijn haren in een kuif omhoog gekamd.

Niet nieuw
RTL schrok zo van de reacties op het nieuws van het bootongeluk, dat werd besloten de reactiemogelijkheid op de eigen site uit te zetten. Nieuwslezer Roelof Hemmen schreef er vol walging een blog over. De reacties die hem schokten: "Dat scheelt weer 700 uitkeringen, maal 50 jaar. Kassa." En: "Jammer van die 28 overlevenden, worden weer uitvreters en mogen hier op onze kosten in therapie vanwege hun trauma's. Ik vind het een tegenvallend einde van een heel vrolijk artikel."

Dat mensen hun gal spuwen op internet is niet nieuw. Internet is een uitlaatklep, waar je vanachter je computer of via je telefoon razendsnel kunt reageren. Dat is het altijd al geweest. Het idee is vaak dat vooral de anonimiteit de scheldpartijen in de hand werkt. Want het is makkelijk je ongefundeerde mening te ventileren als je er toch nooit op aangesproken kunt worden. Mede om die reden hebben veel nieuwssites - zoals The Huffington Post en de Leeuwarder Courant - de mogelijkheid om anoniem te reageren op hun websites al eerder definitief uitgeschakeld.

Maar deze mensen die juichen om honderden verdronken vluchtelingen zijn niet anoniem. Hun voor- en achternaam, profielfoto - soms met kinderen en al - het is allemaal zichtbaar. Van de jongen naast de snelle auto is het eenvoudig te vinden waar hij woont, werkt, studeert, wie zijn vrienden zijn, naar welke muziek hij luistert en wat hij in zijn vrije tijd graag doet.

Strafbaar
Het idee dat als je mensen op internet uit de anonimiteit haalt, ze zullen intomen, gaat dus niet altijd op. Dat bleek al eerder. Eind vorig jaar zette voetballer Leroy Fer de selfie van Memphis Depay en acht andere, donkere spelers van het Nederlands elftal op Instagram en Facebook. Er verschenen veel reacties, waaronder een rits aan racistische opmerkingen. Naast dat je dat onfatsoenlijk kunt noemen, waren het ook strafbare opmerkingen. Justitie greep in. Drie mensen werden opgespoord en moesten een boete van 360 euro betalen.

Beeld Censuur

Hoe is dit zo openlijke riool op internet te verklaren? Zijn mensen de schaamte voorbij en kan er steeds meer op het web? Of hebben gebruikers niet door dat iets op Facebook of Twitter zetten eigenlijk net zo openbaar is als met een megafoon op een druk marktplein een scheldkanonnade starten?

Het laatste moet zeker niet worden onderschat, zegt Rense Corten, universitair docent sociologie aan de Universiteit van Utrecht en gespecialieerd in online sociale netwerken. "Mensen onderschatten de reikwijdte van een bericht op Facebook en Twitter. Ze denken dat wat ze daar zeggen terechtkomt bij een relatief besloten kring van eigen vrienden en volgers."

Meelezen
Op Facebook is het ook best lastig te overzien hoe ver informatie kan dragen, vindt Corten. Als een vriend van jou iets liket op je pagina, dan kunnen zijn vrienden dat ook zien. Als die daar weer op reageren, komen daar weer vrienden bij. En voor je het weet, is de kring lezers wel erg groot. Corten: "Mensen lijken qua opvattingen vaak op hun vrienden. Ze zijn gewend binnen hun eigen kring allerlei dingen te kunnen roepen. Dat idee is één op één vertaald naar sociale media. Ze schrijven wat ze altijd al zeggen, alleen nu op Facebook of Twitter en beseffen niet dat veel mensen kunnen meelezen."

Daar komt bij dat sociale media steeds meer de plek zijn waar discussies over actualiteit en maatschappij worden gevoerd. Vóór de populariteit van sites als Facebook en Twitter, gebeurde dat vooral op internetfora. Daar is anoniem of onder een bijnaam reageren veel gebruikelijker dan op de sociale netwerken, waar veel gebruikers toch gewoon hun echte naam opgeven. Bijvoorbeeld Facebook en Google+ voeren een actief beleid om mensen te stimuleren dat ook vooral te doen.

Maar naast de verschuiving van anonieme fora naar sociale media, worden mensen ook wel degelijk grover in hun uitingen, vindt Albert Benschop, als internetsocioloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. "Op radio en televisie, in het parlement, de toon is harder geworden. Zeker als het gaat over vluchtelingen of mensen met een andere huidskleur. Voor veel mensen is het daarom helemaal niet zo bijzonder meer om dergelijke heftige dingen te roepen over die groepen. Waarom zou je het dan ook anoniem moeten doen?"

Zichtbaar
Het idee dat je alles mag zeggen, zie je ook op internet. Al heeft het eigenlijk niet zozeer met het medium te maken, denkt Benschop. Waar internet wel voor heeft gezorgd, is dat het zichtbaar is geworden.

"Als je vroeger het onderbuikgevoel wilde onderzoeken, moest je de straat op of enquêtes afnemen. Nu kun je het allemaal op je scherm vinden. Het voordeel is dat het daarmee zichtbaarder is geworden. Het nadeel is dat het ook aanstekelijk kan werken. Het is allemaal zo openbaar dat het onderdeel is van de publieke opinie. Ook als het gaat om opmerkingen die voor veel mensen volstrekt inhumaan zijn om te maken."

Overigens reageerde de meerderheid van de internetters op Facebook of Twitter vooral vol afschuw op de gebeurtenissen met de bootvluchtelingen en de opmerkingen van andere gebruikers. De juichende reacties kwamen van een minderheid. Een luide groep, dat wel.

Juichen om verdronken vluchtelingen. Mag dat?

Bij de opmerkingen die een aantal internetters vorig jaar bij de selfie van voetballers van het Nederlands elftal plaatste, was het juridisch vrij duidelijk: ze gingen over de huidskleur van de voetballers en dat is racisme. Maar bij de juichende opmerkingen vanwege een verdrinkingsdood van vluchtelingen, is dat wat minder helder, zegt Wouter Dammers, advocaat bij Lawfox. "De vrijheid van meningsuiting is ruim. Je zou zo'n opmerking dat het uitkeringen scheelt een politieke mening kunnen noemen."

Toch zijn de opmerkingen over de vluchtelingen heftig, vindt Dammers. "En ik zou zeggen over het randje. Maar juridisch gezien is het wel lastig om het aan te pakken. Je kunt discussiëren of het hier gaat om smaad en laster, of om racisme: de bootvluchtelingen zijn in ieder geval geen Nederlanders. Ik denk alleen dat het meer voor de hand ligt dat Facebook, Twitter of RTL zelf ingrijpen tegen dergelijke opmerkingen. In de algemene voorwaarden staat dat je niet mag beledigen of kwetsen. Daar vallen dit soort reacties zeker onder."

Ook jurist Arnoud Engelfriet denkt dat zulke uitspraken vooral door fatsoen worden gereguleerd. "Het is strafbaar om op te roepen of aan te zetten tot geweld. Alleen maar zeggen dat je blij bent door iets gewelddadigs of vreselijks, is dat niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden