Annie en haar dode kindjes

Ongedoopte baby’s mogen wellicht toch naar de hemel. Het nieuws haalde vorige week alle kranten. Een Vaticaanse commissie zal de paus adviseren om het ’voorgeborchte’ af te schaffen. Het bericht brak het hart van filosofe Karin Melis.

Annie, het grijze haar gedraaid in een wrong, zit onbeweeglijk aan de keukentafel als ze de krant leest. De kop met thee zoals elke ochtend aan de linkerhoek van de pagina. ’Ongedoopte baby’s mogen toch naar de hemel’, leest zij. En voor een enkel onbreekbaar moment staat haar hart stil.

Achtenzeventig is zij nu. Moeder van negen kinderen. Was de pastoor daar niet content mee. Negen ja, maar twee van hen zijn er in een oogwenk gestorven. Nog voordat de gezegende handen van de priester hun ongedoopte hoofdjes had kunnen bereiken. Tot tweemaal toe is haar kinderen de weg versperd naar de hereniging met Onze Vader die in de Hemelen is. Alleen haar oudste zoon, die een paar jaar geleden aan een beroerte is overleden, kan zij vinden in haar gebed aan de Heer. Die twee kleintjes, immer in haar bezorgde gedachten besloten, bleven onvindbaar voor haar.

Onwillekeurig reikt ze naar de spelden in haar wrong die zich geen millimeter hebben bewogen. Annie’s verwarring is groot. Betekent dit bericht uit de buitenwereld, uit de onweerlegbare mond van het pontificaat, dat haar twee stille kleintjes al die tijd in de hemel verkeerd hebben? Of worden ze aanstonds op de vleugels van haar onbekende engelen alsnog naar de eeuwige hereniging overgebracht?

Wat zij, Annie, al die tijd voor waar heeft gehouden, wat haar van kindsbeen af aan is verteld, blijkt ophefbaar. Zij heeft in een leugen geleefd. Met een pennenstreek hebben de theologen haar rotsvaste geloof dat je zonder de doop de hemel niet in komt onderuitgehaald – anders kan ze het niet zeggen. En tegelijkertijd overvalt Annie aan de keukentafel een gevoel van vreugde dat haar twee kindjes misschien wél in de verlossing leven, terwijl zij daar al die tijd onwetend over is geweest. Zij voelt zich als de moeder van lang geleden ontvoerde kinderen die nu in leven blijken te zijn.

Argwanend valt haar blik opeens op de rozenkrans die onder handbereik ligt. Als het een niet waar is, wat is er dan nog waar van al het andere? Waarop is haar geloof feitelijk gestoeld?

’Annie’ bestaat niet en tegelijkertijd weet ik zeker dat er miljoenen bestaan zoals zij. Vrome katholieken voor wie geloofswaarheden samenvallen met de waarachtige weg van het geloof. Simpelweg omdat je er zo mee bent opgegroeid. Je bent erin geteerd. En dan op een doordeweekse dag wordt die vanzelfsprekendheid wreed verstoord. En, misschien nog wel erger, komt aan het licht dat geloofswaarheden geen waarheden van het geloof zijn, maar simpelweg gefabriceerd door mensenhanden en mensenhoofden. Het zijn dingen die je al doende kunt veranderen.

Daarmee komt ook de positie van de paus in een geheel ander licht te staan. Ooit heeft een paus immers, in naam van God, want die paus heet toch de enige plaatsbekleder van Christus op aarde te zijn, besloten dat er zoiets als een voorgeborchte bestaat. Een beschutte plaats, zeg maar, aan de periferie van de hemel waar ongedoopte kindertjes worden opgeborgen. Het is geen hel waar je gescheiden bent van God, maar een soort schutting, want het moet toch duidelijk gemaakt dat je er ongedoopt niet bijhoort.

En zoals de theologen van weleer een limbus infantium hebben uitgevonden, zo hebben ze ook een instantie in het leven geroepen die mensen opvangen die vóór Christus geboren zijn: het limbus patrum. Een wonderlijke zaak eigenlijk. Daar waar ongedoopte kindjes asiel kregen in het voorgeborchte, werd anderen, die zelfs het bestaan van Christus niet kenden, toch een vertrek in de hemelse Nabijheid verleend. Dit laatste oord werd gereserveerd voor meesters als Plato, Socrates en Homerus.

Grote moeite heb ik om hier niet cynisch over te doen. Om niet te vragen of die overleden meesters wel gevraagd was of zij überhaupt in de hemel terecht wilden komen. Om niet te vragen waarom de rest van de mensheid die voor de christelijke jaartelling geleefd heeft en kennelijk minder in het oog springend was, werd buitengesloten. Om niet te vragen waarom er een apartheidsregime in de hemel werd geïnstalleerd – nota bene zonder de Allerhoogste daartoe gehoord te hebben.

Nee, het is te gemakkelijk om cynisch te doen. Het ligt te zeer voor de hand. Verleidelijk blijft het. Allerhande ingrediënten worden me zo in de schoot geworpen. Zo is er een heuse theologische commissie in het leven geroepen die zich gebogen heeft over het voorgeborchte waar al die huilende dan wel stom geslagen kindjes in zijn opgeborgen. Waar spraken de heren over? Ik kan er slechts naar gissen. Ik zie de ronde tafel voor me. Opengevouwen, geleerde boeken. Voorovergebogen, bejaarde hoofden met rode kalotjes, die, neem mij niet kwalijk, beslissen over leven en dood. Over de levensgang van de vrome Annie en haar twee dode en ongedoopte kindertjes. Het breekt mijn hart op vele manieren.

Het breekt mijn hart voor alle moeders en vaders. Het breekt mijn hart dat mensen beslissen over hemel en aarde, over leven en dood, terwijl dat uitgerekend zaken zijn die thuishoren in de levende handen van de barmhartige God. Heiligschennis, vind ik het. De paus, als instantie, kan, mag niet de enige plaatsbekleder van Christus op aarde zijn. Om een heel eenvoudige reden: wij allen zijn geroepen om te leven naar de gelijkenis en het beeld van Onze Vader die in de Hemelen Is.

Zelf ben ik van een nieuwe lichting. Ik hoor bij de zogeheten neokatholieken en ik heb het geluk dat ik niet geperst word, niet gedwongen ben om de leer te verinnerlijken. Mij is de ruimte gegund te leven in het volle besef dat leer en geloof twee totaal verschillende zaken zijn. Die leer wordt nu, als een onbedoeld neveneffect, zelf door de curie ontmaskerd als een constructie. Paus Benedictus XVI schijnt jaren geleden al gezegd te hebben dat het voorgeborchte sowieso niet tot de absolute geloofswaarheden behoorde. Afschaffen dan maar, voorbijgaand aan al het leed dat dat geloofsartikel veroorzaakt heeft. Afschaffen dus, want de babysterfte in ontwikkelingslanden is groot. En die zieltjes moeten gewonnen worden. Ik kan niet anders zeggen dat de leer op deze wijze instrumenteel, ja, welhaast schaamteloos marketingtechnisch wordt ingezet.

Natuurlijk, ik moet beter weten, de leer was er en is er om de kudde in het gareel te houden. Met godsgeloof heeft het weinig uit te staan – dat blijkt wel uit de ontkerkelijking. Zolang het beheersingsmodel in stand wordt gehouden, doet het regelrecht geweld aan het geloof van de volgelingen van de moederkerk. Het is simpelweg bloot machtsvertoon en getuigt van een diep wantrouwen ten aanzien van gelovigen. Te beginnen eigenlijk bij kerkvader Augustinus die door een oneigenlijke vertaling (van Romeinen 5:12) de erfzonde van elk mens in het leven heeft geroepen – tenzij hij gedoopt was. Ik zou zeggen: afschaffen die erfzonde. Tenminste als je consequent wilt zijn.

Maar dat is niet wat onze Annie denkt. Zij ziet slechts die twee gezichtjes voor zich. En, ja, zij moet nu toch ook bekennen dat in weerwil van wat de kerk haar gebood, zij altijd rotsvast, verborgen voor eenieder, geloofd heeft in de levende handen van de barmhartige God die geen onderscheid kent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden