Annemarie Kremer is sensationele Butterfly

OPERA

Nederlandse Reisopera Madama Butterfly ****

Koning Willem-Alexander kwam in Enschede zelf kijken hoe de Nederlandse Reisopera het zestigjarig bestaan vierde. Hij, en de na afloop luid juichende bezoekers in het propvolle Wilminktheater, zagen een inkervende enscenering van Puccini's 'Madama Butterfly'. Dat het gezelschap na die zes decennia vol verhuizingen, fusies en bezuinigingen überhaupt nog bestaat, mag een wonder heten. En dat dit tot kleine productiekern gereduceerde operagezelschap, met maar twintig vaste medewerkers, nog steeds een hoogwaardige voorstelling als 'Madama Butterfly' kan realiseren, mag een groot en groots wonder worden genoemd.

De geslaagde Puccini-opera kenmerkte eerst en vooral de luctor-et-emergo-mentaliteit van de Reisopera zelf. Maar meteen daarna was deze avond een persoonlijke triomf voor de Nederlandse sopraan Annemarie Kremer, die voor een ware sensatie zorgde met haar onontkoombare interpretatie van het onfortuinlijke Japanse meisje.

In spel en zang hield Kremer het publiek vanaf haar fenomenale opkomst (met een schitterend geslaagde pianissimo topnoot) volledig in haar ban. Op gezag van regisseur Laurence Dale verviel Kremer nergens in ergerniswekkende japonaiserieën, maar zong en speelde zij een vastberaden, koppige vrouw, die tegen elk beter weten in bleef geloven op een goede afloop: op de terugkomst van haar grote liefde, de Amerikaanse marine-luitenant Pinkerton.

Haar zelfgekozen dood bij de doffe dreun van het besef dat het nooit meer goed komt, kwam daardoor nog heftiger aan dan meestal het geval is bij deze hartverscheurende opera. In dat laatste, kwellende kwartier was de spanning in de zaal haast ondraaglijk. De met holle stem gezongen, simpele vragen van Butterfly en de stokkende antwoorden van haar bediende Suzuki. 'Leeft hij nog?' 'Ja'. 'Maar ze hebben je verteld dat hij nooit meer terugkomt?' Stilte. Kremer en Qiu Lin Zhang (een prima Suzuki) werkten hier met dirigent Timothy Henty en de musici van Het Gelders Orkest en HET Symfonieorkest uiterst geconcentreerd samen. Als toehoorder durfde je in de langgerekte stiltes, soms onderbroken door een eenzame klarinet, haast geen adem meer te halen. Muziek, zang, spel en enscenering gingen hier optimaal samen en deden elk besef van tijd opheffen.

En toen moest de aangrijpende slotscène met Butterfly's kind, dat zij moet afstaan aan Pinkertons Amerikaanse echtgenote, nog komen. Kremer sjorde hier met fantastisch gul geluid aan de vele, vele traanklieren in de zaal. Ze had hoorbaar succes, en het was een wonder dat ze bij zoveel inleving niet zelf in tranen uitbarstte. Soeverein was haar interpretatie, een ander woord is er niet voor. De grote momenten in de partituur kwamen stuk voor stuk volledig uit de verf. Stralend hoogtepunt was Butterfly's aria 'Un bel dì vedremo', zelfverzekerd en triomfantelijk gezongen vanaf de hoogste punt van het rotsblok dat het toneel domineerde.

Hier werd Kremer schitterend en ingenieus belicht en stond zij daar als een ware zeloot met onwrikbaar optimisme. Belichting (Thomas Hase) speelde sowieso een prachtige hoofdrol in deze sobere enscenering. Hoe hier de sterren in de vorm van ontelbare bolle, glazen lampen over de in duister gehulde geliefden neerdaalden, was van een adembenemende schoonheid.

Dale liet de zangers van het prima Consensus Vocalis tijdens het zoemkoor vanaf de coulissen opkomen. In twee rijen aan weerszijden van de wakende Butterfly - als een Grieks koor - zoemden zij de nacht voorbij. Alweer zo'n simpel, maar poëtisch beeld. Nog een: tijdens die nachtwake kwam ook prins Yamadori nog op het toneel. Hij verlangt net zo naar Butterfly als zij naar haar Pinkerton. Twee vergeefs hunkerenden, wat een geweldig beeld. Yamadori stond bovendien al die tijd bovenop het mes. Toen hij - haar laatste strohalm op een waardig leven - vertrok lag dat mes daar open en bloot te wachten op Butterfly's harakiri.

In deze mooie omgeving kwam de invallende Sergio Escobar (Pinkerton) helaas wat langzaam en soms nogal luid op gang. Roderick Williams was een solide consul Sharpless, en in de kleinere rollen was uitstekend gecast. Maar zoals gezegd: het was Kremer, die in nauwe samenwerking met regisseur Dale van deze avond iets uitzonderlijks maakte.

Nog tien voorstellingen door het land t/m 10 oktober. Uitzending via Radio 4 op 25 september. www.reisopera.nl

foto's Marco Borggreve

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden