Annejet van der Zijl schrijft alsof ze er bij was

Annejet van der Zijl is de nieuwste bestseller-auteur vanNederland. Met 'Sonny Boy', het waargebeurde verhaal over eenstel aardige, gewone mensen in oorlogstijd, wist ze lezers éncritici tot tranen te roeren. Juist ware verhalen hebbenzeggingskracht, merkt Annejet van der Zijl. “Mensen horen graagover de keuzes die anderen in hun leven maakten. Misschien juistnu, in onzekere tijden“.

Na een jaar van stormachtige publiciteit is Annejet van derZijl soms nóg onwennig met haar status van succes-auteur. “Mijnsucces...“, zegt ze, het woord met moeite uitsprekend. Alsof hetover een ander gaat. “Ik heb nog steeds moeite om het echt telaten doordringen. Gisteren liep ik op de gracht, voor eenboodschap. Ik had een lange dag gemaakt, op mijn werkkamer,lekker ongestoord werkend aan mijn volgende boek. Dat is nogsteeds mijn echte leven. Daar is weinig veranderd. Opeens,buiten, trof me het besef hoe ongelooflijk veel er dit jaar isgebeurd rond 'Sonny Boy'. De verkoopcijfers. De vertalingen, totin Japan toe. De uitnodigingen voor optredens, die ik overigenssteeds vaker afsla. De filmrechten die al zijn verkocht. Het gaatmaar door... Ik kan het bijna niet geloven.“

Haar op ware feiten gebaseerde boek 'Sonny Boy' kreeg hetafgelopen jaar zoveel positieve reacties, dat Annejet van derZijl (43) bijna 'scheel zag van de aandacht en de complimenten'.De lof komt van alle kanten; zowel het grote publiek als derecensenten lopen weg met haar. Schrijven zelfs dat het boek hentot tranen heeft geroerd. Haar status als publiekslieveling werdafgelopen maand bijna bekroond met de NS Publieksprijs. Ware hetniet dat de Bijbel er met de eer vandoor ging.

Annejet Van der Zijl is toch al bezig aan een droomcarrière:ook het vorige boek, een biografie over Annie M.G. Schmidt, waseen bestseller. En het volgende project gaat dat vast ook worden.Eind 2006 moet de biografie over prins Bernhard verschijnen.

Gekscherend heeft ze haar publieke bekendheid wel eens'Circus Jetje' genoemd. “Ik weet soms niet waar ik kijken moet.Op straat word ik herkend, wat me trouwens nogal schichtig maakt.Er zijn kinderen naar mij vernoemd. 'Prinses Máxima leest 'SonnyBoy', staat er in de Story. Het zijn enorme complimenten, nietvoor mij, maar voor mijn boek. Het is heerlijk dat je boek zoveellezers krijgt, en zulke aardige. Het verhaal dat ik wildevertellen, heeft zoveel mensen geraakt. Dan moet ik wel tevredenzijn. Want het gaat niet om mij. Zelf heb ik niet zoveel tevertellen, hoor. Ik heb mezelf nooit betrapt op grote inzichten.Ik hoef niet zo nodig op tv. Ik streef niet naar het bekendeNederlanderschap. Geert Mak is natuurlijk degene die echt denon-fictie heeft geïntroduceerd. Ik zit in zijn kielzog. Hij ishet stoomschip. Ik ben het bootje dat erachteraan komt.“

'Sonny Boy' gaat over de Surinaamse sporter en boekhouderWaldemar Nods, die in Nederland in de jaren dertig verliefd wordtop zijn twintig jaar oudere hospita en moeder van vier, de HaagseRika van der Lans. Zij is officieel dan nog niet gescheiden vanhaar man. Ze krijgen een zoontje, Waldy, dat ze liefkozend 'SonnyBoy' noemen. In de oorlog nemen ze joodse onderduikers in huis.In 1944, als hun zoon veertien is, worden ze opgepakt. Waldywachtte jaren vergeefs op bericht over hun lot.

Zowel voor haarzelf als voor de uitgever was het eenvolslagen verrassing dat een non-fictieboek over een onbekendechtpaar, en nog wel een boek dat over de oorlog gaat, zó goedverkocht. Annejet van der Zijl heeft er achteraf misschien eenverklaring voor. “Uit reacties van lezers merk ik dat juist datperspectief van het gewone en alledaagse aanspreekt. Mensenhoren graag over de keuzes die anderen in hun leven maakten. Daarkennis van nemen, maakt je eigen leven ruimer. Misschien juistnu, in onzekere tijden, waarin we zelf ook nog niet weten hoedingen verdergaan.“

“Waldy en Rika zijn ook gewone, aardige mensen, zonderpretenties, die hun best doen om zich door het leven te slaan.Ze willen het goede doen, in moeilijke omstandigheden. 'Ze gevenje hoop', zei een lezer - dat vond ik een van de mooistereacties die ik heb gehad. Ik wilde er per se geen hopeloos boekvan maken.“

“Mensen lezen dit boek ook alsof ze er zelf bij zijn geweest.Zo heb ik het verhaal precies willen schrijven. Ik onderzoekgraag de geschiedenis vanuit het perspectief van het dagelijksbestaan. Zo haal je de bedrieglijke deklaag van clichés enstereotypen er af. Ja, Waldemar en Rika namen onderduikers inhuis. Enerzijds waren ze dus helden. Maar ze deden het ook omdatze er geld voor kregen, dat ze hard nodig hadden. Veelgebeurtenissen, ook in de oorlog, zijn anders verlopen dan wemeenden te weten. Toevalliger, gewoner, niet zo logisch. Wiegeloofde dat vrouwen op weg naar het concentratiekamp bloemenplukten? Het is gebeurd. Tegen de werkelijkheid kun je niet opverzinnen.“

Annejet van der Zijl werkte als jonge journalist bij weekbladHP/De Tijd toen ze daar, begin jaren negentig, aan dekoffieautomaat voor het eerst het verhaal hoorde over 'SonnyBoy'. “Van een collega, met wie ik later bevriend raakte. Haarman is een zoon van Sonny Boy. Ik schreef toch reconstructies?Later zag ik bij haar thuis de foto's hangen. Het verhaalachtervolgde me. Ik wilde het proberen. Maar het zou een enormeklus worden om alle feiten te onderzoeken, zoveel jaren later.Ik ben in 2002 naar Waldy gegaan, Sonny Boy zelf. Tegenover mezat een fragiele, kwetsbare man. Hij vertelde hij dat hij zijnhele leven had geprobeerd het verhaal van zijn ouders op teschrijven. Het was niet gelukt. Geen van beiden konden we op datmoment vermoeden hoe groot dit zou worden. Ik zag het onderzoekeerder als iets kleins, iets voor mezelf. Ik reisde per boot naarSuriname, en daar greep het verhaal me pas echt bij mijn nekvel.Er was alleen al zoveel dat ik niet wist over de tijd datSuriname een Nederlandse kolonie was! Het boek is gepresenteerdop Waldy's 75ste verjaardag. Hij is zo blij dat het levensverhaalvan zijn ouders in het afgelopen jaar zoveel reacties heeftgekregen. Hij heeft gezegd dat hij na zestig jaar zijn oudersterug heeft.“

Schrijven is haar eigen manier om de wereld te ontdekken, alvanaf haar jeugd. Ze groeide op in Leeuwarden, in eenlerarengezin met vier kinderen. “Mijn vader gaf aardrijkskunde,mijn moeder Engels en Frans. Thuis waren boeken erg belangrijk.Ik hield enorm van lezen. In mijn herinnering leek het inLeeuwarden altijd te regenen - en ik zat binnen met een boek.Toen al las ik het liefst non-fictie, waargebeurde verhalen.'Revolutie der Eenzamen', een populair geschiedenisboek vanprofessor Bouman, heb ik als veertienjarige echt verslonden. DeKijk vond ik ook prachtig. Dat ging over de echte wereld. Op hetgymnasium, hetzelfde waar Geert Mak nog heeft opgezeten, konjuffrouw Goossens van Grieks prachtig vertellen. Aan haar dankik veel. Dankzij haar vertelkunst is de 'Ilias' van Homerus, overhet beleg van Troje, nog steeds een van de mooiste verhalen dieik ken. Mooi, ook omdat het is geënt op waargebeurdegeschiedenis. Mensen hebben elkaar in alle tijden ervaringendoorverteld. En anderen hebben daarvan willen leren. Dat vind ikprachtig. Juist non-fictie heeft een enorme zeggingskracht.“

Ze ging massacommunicatie studeren en vertrok midden jarentachtig voor een jaar naar Londen, voor de opleidingInternational Journalism. “Ik wilde de journalistiek in. Datleek me een vak waardoor ik de échte wereld kon leren kennen,en dingen durven doen die ik uit mezelf niet zo snel zouondernemen. Het was ook een manier om te vluchten uit hetbeschermde, behoorlijk intellectuele milieu van thuis. Het liefsthadden mijn ouders gezien dat ik een universitaire loopbaan hadgevolgd. Helemaal ongelijk hadden ze achteraf niet: ik heb weinigtalent voor nieuwsjournalistiek.“

In Londen was ze al snel meer in boekwinkels te vinden dan inkrantenkiosken. Ze zag de stapels literaire non-fictie liggen,een genre dat in Nederland in die tijd nog weinig in aanzienstond, laat staan de verkooplijsten aanvoerde. “Ik was zeer onderde indruk van de Angelsaksische non-fictie. Daar mag je zelfs alsjournalist je artikel beginnen met 'Er was eens...' Als de feitenmaar kloppen, en als het verhaal maar goed wordt verteld. Ookleerde ik dat de auteur zich op de achtergrond moet houden. Jemag nooit tussen de lezers en het verhaal in gaan staan. Ik bendaar nog steeds heel strikt in. Meer dan andere Nederlandsenon-fictieauteurs, die veel meer zelf aanwezig zijn in hunboeken. Dat wil ik niet. Ik moet als schrijver onzichtbaarblijven. Het gaat om het verhaal. Ik wil bereiken dat lezersmeeleven met de hoofdpersoon van mijn boek, niet met mij, of metmijn speurtocht naar de feiten. Als dat lukt, ben ik intenstevreden.“

Ze liep nog stage bij Trouw. Tijdens een stage bij weekbladHP/De Tijd mocht ze research doen voor een reconstructie van deKroningsrellen van 1980. “Ik had een paar dingen opgeschreven,en er eigenlijk ook alvast een verhaal van gemaakt. 'Hmmm', zeide adjunct-hoofdredacteur. 'Tik maar door'. Dat heb ik toen maargedaan en dat doe ik nog steeds.“

In 1998 schreef ze in haar vrije tijd haar eerste boek,'Jagtlust', over een kunstenaarscommune in het Gooi, eind jarenvijftig, een reconstructie die zich liet lezen als een miniatuurvan ontwikkelingen die tien jaar later heel Nederlandoverspoelden. Ook weer zo'n verhaal waar ze ooit een flard vanhad opgevangen, en dat haar nieuwsgierig maakte. Daarna nam zeontslag om aan een biografie van Annie M.G. Schmidt te werken.Toen dat boek in 2002 verscheen, was de reputatie van Annejet vander Zijl in één klap gevestigd. Ze schreef een reconstructievan het leven van de gevierde kinderboekenschrijfster. Eennuchter boek. “Er viel heel wat te ontmythologiseren. Zoals datze zo weinig erkenning zou hebben gekregen - een verhaal datAnnie op het eind van haar leven met verve uitspeelde. De bestemanier om deze beroemde vrouw te begrijpen, en de tijd waarin zeleefde, was door het menselijke verhaal áchter de mythe teontrafelen. Door met mensen te praten die haar hebben meegemaakt,en die in staat zijn om beelden door te prikken.“

Op dezelfde manier is Annejet van der Zijl nu bezig teschrijven aan een 'ordentelijke' biografie over Prins Bernhard.Het wordt het meest omvangrijke project uit haarschrijversloopbaan. Hulp krijgt ze van Ruth Nederveen, die eerdervoor de Avro een documentaire maakte over Bernhard. DeRijksvoorlichtingsdienst gaf positief advies aan mensen die hettweetal wilde spreken.

“Er is veel onzin over prins Bernhard geschreven. We moetenons heenwerken door een woud aan verdachtmakingen enheldenverhalen. We hebben natuurlijk niet de illusie dat we hetlaatste woord kunnen spreken over elke affaire. Maar ook voor hemgeldt: door naar zijn persoon te kijken, kun je misschien welbeter begrijpen hoe hij in bepaalde affaires verzeild raakte. Jemoet op zoek naar het menselijk verhaal achter de mythe. Wehebben deels al een ander beeld van hem gekregen, een beeld datvolgens mij beter klopt met hoe hij was.“

Of het weer een bestseller wordt, merkt ze wel. “Dat is nu eenvan de fijnste dingen van succes. Ik word er meer ontspannen van.Nu mag er ook eens iets mislukken. En anders ga ik misschien wellesgeven - dat lijkt me een zinnig vak. Succes is ook toeval,hoor. Ik ben de eerste om het te relativeren. Dat ik relatiefjong ben, een vrouw én blond, is ook een factor. En daar hoefik verder niets voor te doen.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden