Anne Vegter dicht met vishaakjes

Talig lef kenmerkt de poëzie van Anne Vegter. In haar nieuwste bundel klinkt ze geestig én grimmig.

In sommige poëzie wemelt het van regels met vishaakjes, regels waaraan het oog blijft hangen, die zich vastzetten in het hoofd. Dat zijn meestal niet zomaar 'mooie regels', maar zinnen waarin iets bijzonders gebeurt, die door een botsing van woorden, door een onverwacht beeld of een onvermoed samenbrengen van dingen een doorkijkje op de werkelijkheid bieden. In het werk van Anne Vegter wemelt het van dat soort regels. 'Slap van de lach hangen wonderen over tafel, niet eens helemaal uitgevouwen', is er een uit haar vorige bundel 'Spamfighter'. Mij heeft haar werk - haar poëzie, haar kinderboeken, haar proza en toneel - sinds haar debuut in 1991 niet meer losgelaten. Haar gedichten zitten altijd dicht op de huid, in 'Eiland berg gletsjer', kruipen ze daaronder. Ook dit keer komt er een 'Anne Vegter' aan het woord:

"Of het tijd kost Anne Vegter te zijn./ De schotels in de lucht houden, probeer ik.// Ik doe natuurlijk maar wat./ Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar." De dichter houdt zichzelf tegen het licht, en verontschuldigt zich haast voor haar uitpuilende regels: 'Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.'

'Eiland berg gletsjer', Vegters vierde dichtbundel, is net iets anders van toon dan haar vorige werk. Het groteske is minder uitbundig dan voorheen, de grillige zinnen en zinnenprikkelende beelden die alle uithoeken van de hersenpan op konden schieten, lijken beheerster. Er is een ander soort, misschien wel grimmiger grilligheid voor in de plaats gekomen, zonder dat dat ten koste is gegaan van de wellustigheid die haar werk ook kenmerkt. Want tegelijk is er een nog grotere intimiteit.

Intimiteit, liefde, huiselijk leven, afkomst en geloof, dat zijn zo'n beetje de begrippen waar het in deze bundel om draait. Om kwetsbaarheid in een harnas van taal.

'Tramps' (vagebond of lichtekooi), de eerste afdeling, wordt geopend met een tekening van twee borsten en een vagina, getekend in fragiele, onhandige lijnen. Er staan meer tekeningen in de bundel, van piemels, borsten en naakte figuren. Die kriebelige, onzekere tekeningen zijn meer dan illustraties. Ze roepen niet zozeer wellust op, maar eerder tederheid, ze vragen om ontferming. Of zoals in een van de eerste gedichten wordt uitgeroepen: "Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden."

Dat liefdesleven, met al zijn onzekerheid, wreedheid, onmogelijkheid en vervulling, wordt in een droeve grondtoon bezongen in de cyclus 'Eiland berg gletsjer', waarbij de zinnen zich uitstrekken over de lengte van de pagina. De lezer, gedwongen de bundel gekanteld te lezen, krijgt wel enige rust in het vele wit tussen de tweeregelige strofen die allemaal openen met een monomaan herhaald 'Ook als...'

Het beeld dat wordt opgeroepen in een regel als "Ook als haar XXL-geluksmaatje boven de grond komt als een dode kompel" is op z'n minst origineel gevonden, maar hoewel humor altijd Vegters handelsmerk is geweest, klinkt die humor in 'Eiland berg gletsjer' knarsender, en minder absurd dan eerder wel het geval was.

De bundel besluit met een monoloog waarin Vegter haar talent als toneelschrijfster laat zien. Het lange gedicht is een allegorie over een uitverkoren familie, de 'Noachsen', die de zondvloed overleeft, met een tirannieke vader die zijn kinderen laat aan het werk zet om gods plannen te verwezenlijken, terwijl hij zelf toekijkt:

Noach wint

hij zit op de luie kont

die hij van god heeft afgekeken

en eet neusfruit

doet geen donder

Met een moeder die treurt om haar dode familie, en zonen die schichtig wegduiken als vader in de buurt is. Traag werkt het gedicht toe naar een climax waarin de vader wordt ontleed tot op zijn geslacht - je zou het vadermoord kunnen noemen. (Overigens krijgt het gedicht een onverwacht actuele lading door de recente beelden van de tsunami in Japan.)

Vegter is een dichter die met iedere zin verleidt. Die met enorm veel talig lef de mens in zijn allernaaktste staat durft te laten zien.

Anne Vegter: Eiland berg gletsjer.
Querido, Amsterdam. ISBN 9789021439006; 72 blz. € 17,95

Overig nieuws
Een stedelijke omgeving, een fietstocht

iemand rijdt van een ponton de rivier in, sterft

je praat met hem over wat je gezien hebt

was het een ongeluk

je spreekt je uit over het gemak van het woord lot

je spreekt je uit over de omstandigheden thuis, de liefde voor een man

het afscheid dat is voorbereid ondanks materieel, lees: geld, kind en goed

je herinnert je de foto al in Havennieuws de dag erna

volgelopen, onherkenbaar opgeblazen

je vraagt je zoon wat hij erin ziet

is het vrouwelijk of mannelijk, vraagt hij, een vuilniszak

een kleine badkuip, een luchtbed, een etalagepop

hij ziet er veel in, maar wat is het wil hij weten

je koestert de intimiteit

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden