'Anne Frank overleed eerder dan werd aangenomen'

Anne Frank op een foto uit de collectie van het Anne Frank Fonds Basel. Beeld EPA

Anne Frank en haar zus Margot zijn waarschijnlijk eerder om het leven gekomen in concentratiekamp Bergen-Belsen dan gedacht. Het Rode Kruis stelde hun sterfdatum destijds vast tussen 1 en 31 maart 1945, maar nieuw onderzoek wijst uit dat dit al in februari van dat jaar moet zijn geweest.

Dat de datum van het Rode Kruis mogelijk niet klopte was al langer bekend. In de concentratiekampen werd niet bijgehouden wie wanneer stierf, en toen de oorlog ten einde was moest het Rode Kruis globale conclusies trekken om ervoor te zorgen dat nabestaanden duidelijkheid kregen en eventuele erfenissen konden krijgen. "Het Rode Kruis heeft er nooit een geheim van gemaakt dat veel data niet klopten, ze konden in die tijd simpelweg niet anders", aldus Gertjan Broek, onderzoeker van de Anne Frank Stichting.

De onderzoekers bestudeerden onder meer archieven van het Rode Kruis, Bad Arolsen, de Gedenkstätte Bergen-Belsen en lazen ook verschillende getuigenverklaringen. Het resultaat van het onderzoek zou uitsluiten dat de zusjes de oorlog nog overleefd konden hebben. Anne en Margot stierven vermoedelijk ergens in februari in kamp Bergen-Belsen aan de gevolgen van vlektyfus.

Verschrikkelijke situatie
"Wanneer je er vanuit gaat dat de zussen eind maart zijn omgekomen krijg je het gevoel dat ze de bevrijding net niet gered hebben. Dat het misschien anders was geweest als ze het nog twee weken vol hadden gehouden," aldus mede-onderzoeker Erika Prins. "Nu weten we dat dat niet uit had gemaakt. Het was een verschrikkelijke situatie, en dat is het nog steeds."

Anne en Margot Frank in 1933. Beeld Fotocollectie Anne Frank Stichting; fotograaf E. Kuphaldt

Na het verraad van hun onderduikadres in het Achterhuis in Amsterdam en hun arrestatie werden Anne en haar zus Margot op 3 september 1944 via kamp Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz-Birkenau. Daar belandden ze in een kampgedeelte dat beoogde dwangarbeidsters voor de Duitse oorlogsindustrie huisvestte. Op 1 november werden ze - al verzwakt- opnieuw op transport gesteld, nu naar kamp Bergen-Belsen, waar ze op 3 november aankwamen.

"Anne en Margot waren op dat moment al niet gezond genoeg meer om te werken," zegt Broek. De zusjes werden daarom eerst overgeplaatst naar Bergen-Belsen: "Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar gevangenen werden in dat kamp geplaatst om 'op te knappen' zodat ze alsnog naar een werkkamp overgeplaatst konden worden". Hun moeder Edith bleef achter in Auschwitz-Birkenau.

Getuigenverklaringen
Bergen-Belsen raakte echter snel overvol en de omstandigheden waren hier zo mogelijk nog slechter. Door de overbevolking en de gebrekkige hygiëne braken besmettelijke ziekten uit, waaronder vlektyfus. De ziekte nam vanaf januari 1945 in het vrouwenkamp snel epidemische vormen aan. Getuigen uit het kamp zagen de verschijnselen ook bij Anne en Margot. Een van omschreef Anne toen als 'een geraamte', en zag haar in januari 1945 voor het laatst.

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) overleden de meeste mensen ongeveer twaalf dagen na de eerste verschijnselen van vlektyfus. Op welke dag in februari de zusjes Frank omkwamen, blijft een raadsel. Zoals een van de kampgenoten zei: "Op een dag waren ze er gewoon niet meer".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden