'Annan wist van genocide Rwanda'

NEW YORK (AP) - De huidige VN-chef Kofi Annan was al maanden tevoren op de hoogte van de plannen in Rwanda om de Tutsi-minderheid uit te roeien, maar zijn kantoor gaf VN-vredessoldaten opdracht niet in te grijpen. Dat meldt het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker vandaag.

Annan stond destijds aan het hoofd van de VN-vredesoperaties, toen de commandant van de VN-troepen in Rwanda de Verenigde Naties op 11 januari 1994 waarschuwde dat de Rwandese regering de Tutsi's wilde uitroeien.

De commandant, generaal Romeo Dallaire, citeert in een fax aan het VN-hoofdkantoor in New York een hoge Rwandese veiligheidsman, die opdracht had gekregen om alle Tutsi's in de hoofdstad Kigali te registreren, naar hij vermoedde met als doel hen uit te roeien. Het kantoor van Annan verbood het Dallaire in antwoord hierop zijn informant bescherming te bieden of wapens in beslag te nemen. Annans plaatsvervanger Iqbal Riza zegt dit Dallaire met medeweten van Annan te hebben laten weten.

“Ik was verantwoordelijk”, zei Riza, nog altijd Annans plaatsvervanger, tegen The New Yorker, dat de hand wist te leggen op een kopie van zijn antwoord aan Dallaire. “Daarmee wil ik niet zeggen dat Annan zich niet bewust was van wat er gaande was. Het behoorde tot mijn taak hem in te lichten.”

De genocide in Rwanda begon op 6 april 1994. Ruim drie maanden later, toen Tutsi-rebellen de Hutu-regering verdreven, waren zeker een half miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord. Franse, Belgische en Amerikaanse functionarissen ontkennen dat zij voor de genocide werden gewaarschuwd.

Het bestaan van de fax van Dallaire werd al in 1995 onthuld, maar onderzoeken naar de vraag wie de fax hebben gezien en wie Dallaire opdracht gaf zijn plan om in te grijpen te laten varen werden door de VN gedwarsboomd. Vorig jaar weigerde Annan Dallaire te laten getuigen voor een Belgische commissie die de gebeurtenissen in Rwanda onderzocht, omdat dit “niet in het belang van de VN” zou zijn. De schrijver van het artikel in The New Yorker, Philip Gourevitch, meent dat Annan zelf verantwoordelijk was voor de opdracht aan Dallaire om niet in te grijpen.

Het kantoor van Annan verzekerde Dallaire ook dat de Rwandese president Habyarimana niet betrokken was bij voorbereidingen voor een genocide, wat zijn informant ook beweerde. Ook kreeg de generaal opdracht Habyarimana en de ambassadeurs van Frankrijk, België en de VS in Rwanda op de hoogte te brengen van hetgeen de informant hem had verteld.

Riza zei dat in Dallaire's fax slechts speculaties stonden en dat er, doordat er vier maanden eerder in de VN-vredesmissie in Somalië 18 Amerikaanse soldaten waren gedood, geen politieke steun bestond voor militair ingrijpen in Rwanda.

De Belgische senator Alain Destexhe, die toen als hulpverlener in Rwanda was, zegt in The New Yorker dat Dallaire's waarschuwing niet zo gemakkelijk terzijde geschoven had mogen worden. “Ik zou wel eens willen weten of de VN ooit eerder, sinds 1945, een fax of telegram hebben gekregen waarin een uitroeiing wordt aangekondigd”, aldus Destexhe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden