Anita Roddick 1942-2007

In het Nederlandse liedje maakte Catootje van de Botermarkt harlekijnen en dominees. Anita Roderick maakte uit mango-boter en aloë vera-olie een wereldmerk: The Body Shop.

Op de website van The Body Shop is het nieuws nog niet doorgedrongen. Daar prijkt, alsof er niets gebeurd is, nog steeds ’Een boodschap van Dame Anita Roddick, de oprichtster van The Body Shop’. Daarin vertelt Anita Roddick hoe ze op zaterdag 27 maart 1976 haar eerste Body Shop winkel opende in Brighton.

Het verhaal van de Body Shop is een mooi verhaal. Maar het verhaal van Anita Roddick was al mooi voordat ze The Body Shop begon.

Anita werd in 1942 geboren in Brighton (Zuidoost-Engeland), als dochter van een Italiaans immigrantenpaar. Haar vader Donny Perella en moeder Gilda runden een café. Anita hield aan deze achtergrond in de eerste plaats een rigide arbeidsmoraal aan over. „Kijk naar de manier waarop iedere immigrant omgaat met zijn kinderen. Het komt neer op toegestane kinderarbeid”, vertelde ze daar ooit over. „Vanaf dag één werkten wij (kinderen) in het café. Er was geen vrije tijd.”

Wat ze verder overhield aan het café, was een hekel aan haar vader, een alcoholist, die haar moeder sloeg. Haar moeder scheidde van hem toen Anita acht jaar was, en hertrouwde met een neef van haar vader, Danny Perella. Met hem kon ze veel beter opschieten dan met haar vader, iets waarover ze zich schuldig voelde.

Van die knagende schuld werd ze verlost toen ze 19 was, en haar moeder haar vertelde dat stiefvader Danny haar eigenlijke vader was. Ze was het product van een buitenechtelijke, maar intense liefdesverhouding.

„Ik voelde me alsof een enorm gewicht van mijn schouders was weggenomen”, schreef ze daarover. Dat ze Danny altijd aardiger had gevonden, zonder te weten dat hij haar natuurlijke vader was, „leerde me om te vertrouwen op mijn instinct boven al het andere.”

Haar ’instinct’ leidde haar na haar schooltijd naar Israël. Vervuld van linkse idealen toog ze in 1962 naar een kibboets, waar ze praatte over Che Guevara en Fidel Castro.

Daarna vervulde ze allerhande baantjes, van krantenknipsel-knipper bij de International Herald Tribune tot een baantje op het bureau van de Verenigde Naties in Genève.

Zoals een echte hippie betaamde, ging ze op wereldreis. Die eindigde abrupt in een Zuid-Afrikaanse jazzclub. Ze werd het land uitgezet omdat de club volgens de apartheidswetten slegs vir swartes was.

Terug in Engeland kreeg ze een relatie met Gordon Roddick, met wie ze, zwanger van haar tweede kind, in 1971 trouwde. Ze openden een restaurant annex hotel. Maar toen het avontuur dit keer haar man riep, verkochten ze de boel. Terwijl Gordon in 1976 te paard van Buenos Aires naar New York reisde, toog Anita in Bob Dylan-T-shirt naar de bank, waar ze een lening lospeuterde voor een winkeltje in Brighton. De muren verfde ze groen, niet omdat ze de groene beweging voorvoelde, maar om vochtplekken in het zaakje te verbergen. Ze verkocht vijftien natuurlijke cosmetische producten, in recyclebare flesjes, eigenlijk bestemd voor urinemonsters.

De shampoos en crèmes sloegen zo aan, dat sommige klanten ze wel zelf wilden verkopen. Van het begrip ’franchise’ hadden Anita en haar Gordon nooit gehoord. Maar wie wilde, mocht een zaak met hun producten onder de naam Body Shop beginnen. Dat wil zeggen: na een sollicitatiegesprek waarop Anita de – meest vrouwelijke – kandidaten vragen stelde als ’Wat is je favoriete bloem?’ en ’Hoe zou je willen sterven?’

Lang voordat kledingverkoper United Colors of Benetton naam maakte met een marketing-strategie waarin alles draait om imago, bracht The Body Shop dit ijzersterke concept al in praktijk. Niet uit commerciële berekening, maar uit overtuiging had de keten een ’mission statement’, met als grondwaarden het streven naar sociale rechtvaardigheid, ecologisch verantwoord ondernemen, en proefdiervrije productiemethodes. De filialen werden uithangborden voor ideële organisaties als Greenpeace en Amnesty International.

Uit mangoboter en aloë-vera-olie groeide een heldin. Anita, aan het hoofd van een zakenimperium met zo’n tweeduizend zaken in vijftig landen werd gelauwerd en (in 2003) verheven in de adelstand.

Vijanden had ze ook. „Geweldig hypocriet”, noemde een financieel analist haar in 2003 tegenover de BBC. Profiteren van de globalisering, je bedrijf op de beurs brengen (in 1985), en tegelijkertijd afgeven op kapitalisme en meedemonstreren met anti-globalisten – dat geeft geen pas, vinden critici. Haar grootste ’misstap’ beging ze in de ogen van haar bewonderaars in 2006, toen ze instemde met de verkoop van The Body Shop aan L’Oréal, een bedrijf dat groot is geworden met producten die wel degelijk zijn getest op proefdieren, en gewrocht met behulp van grondstoffen geleverd voor ’vuile’ chemische bedrijven.

Vanaf 2002 deed The Body Shop het grotendeels zonder directe bemoeienis van Anita Roddick. Na ruzies met de concernleiding – sommige directieleden verweten haar dat ze meer oog had voor indianengemeenschappen dan voor haar bedrijf – had ze een stapje teruggedaan. Ze stortte zich onder meer op de strijd tegen aids, en gaf grote delen van haar vermogen weg aan goede doelen.

Dit jaar maakte ze bekend dat ze leed aan levercirrose, gevolg van hepatitis, een ziekte die ze al in 1971 had opgedaan bij een bloedtransfusie na de geboorte van haar tweede dochter. Ook haar ziekte maakte ze inzet van een ideologische strijd. Zo vroeg ze zich hardop af waarom de Britse regering tachtig keer zoveel geld uitgeeft aan de omschakeling van analoge naar digitale televisie als de bestrijding van hepatitis.

Verzwakt door ziekte stierf zij maandagavond, in het bijzijn van haar gezinsleden, aan een hersenbloeding. Meteen na het nieuws betuigden Greenpeace en Amnesty International hun rouw.

Maar op de site van The Body Shop staat nog de verklaring die Anita zelf een aantal jaren geleden schreef over haar winkeltje, dat uitgroeide tot een multinational. „Ik heb geen idee hoe we zover gekomen zijn!”

Anita Roddick werd geboren op 23 oktober 1942 in Brighton. Ze overleed in Chichester op 10 september 2007.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden