Animo voor jeugdzorg blijft

Wie wil er nog in de zwaar bekritiseerde jeugdzorg werken? Gegadigden genoeg, zo blijkt. Maar ze verdwijnen vaak weer even hard door de achterdeur.

Aan de borreltafel is het oordeel gauw geveld: wie in de jeugdzorg werkt, is verantwoordelijk voor veel vreselijke dingen die kinderen overkomen. Dat negatieve imago drukt zwaar op medewerkers in de jeugdzorg, zegt Hans Kamps, voorzitter van de MO-groep, de branchevereniging van de jeugdzorg.

Vooral gezinsvoogden liggen onder een publiek vergrootglas: „Halen ze een kind te snel uit huis, dan is het niet goed. Wachten ze te lang, dan maken ze een fout onder de ogen van 16 miljoen deskundigen.”

Zo’n fout maakte de gezinsvoogd van Savanna, de peuter die in 2004 stierf na ernstige mishandeling door haar moeder en stiefvader. De voogd werd vervolgd en daarna volgde een grote uittocht, zegt Ton Moolenaar, voorzitter van de Belangenvereniging medewerkers Bureaus Jeugdzorg (BMJ). Hij schat dat 50 tot 80 procent van de gezinsvoogden er de brui aan gaf.

Op hun stoelen zitten inmiddels anderen, aldus Moolenaar: „Ze staan niet in rijen voor de deur, maar het lukt wel om de vacatures te vervullen.” Dat bevestigt Anneke Kersten, die in opdracht van de MO-groep en de vakbonden personeel werft voor banen in de jeugdzorg. De website werkenindejeugdzorg.nl trekt 7000 bezoekers per maand. Het werken met kinderen in nood spreekt volgens Kersten ’nog steeds tot de verbeelding van heel veel mensen’.

Maar er is wel een probleem aan de ’achterdeur’ van bijvoorbeeld de Bureaus Jeugdzorg. Volgens Moolenaar besluit één op de vier gezinsvoogden binnen twee jaar te stoppen met dit werk. Vanwege, denkt hij, een groot verantwoordelijkheidsgevoel: „Daaronder kun je ook bezwijken. Als je denkt: ik sta in een machteloze pot blubber te werken.”

De werkdruk is hoog, constateren Moolenaar en Kamps. De branche streeft al jaren naar een vermindering van de ’caseload’ tot zo’n 15 kinderen per gezinsvoogd. Maar voor de realisering van dit ’Deltaplan Gezinsvoogdij’ is geld nodig, en het is de vraag of minister Rouvoet van jeugd en gezin voldoende royaal is. Onder een petitie over de hoge werkdruk, die de MO-groep en de BMJ gisteren aan de Tweede Kamer aanboden, zetten 3000 gezinsvoogden en sympathisanten hun handtekening.

Maar vooral de publieke opinie maakt het werk zwaar, vindt Irene Beukers (30), gezinsvoogd bij de William Schrikker Stichting en een van de ondertekenaars van de petitie. „De politiek, de media, de maatschappij: ze zetten allemaal een negatief stempel op de jeugdzorg. Ik word wel eens boos over dat verkleurde beeld.”

Beukers doet haar werk met hart en ziel, vertelt ze: „Je werkt met kinderen en gezinnen die overal zijn uitgekotst. Je bent de hele tijd de vuile klusjes aan het opknappen. Ik vind het een uitdaging om in die gezinnen toch nog de kracht te vinden om eruit te komen.”

Beukers weet wel wat haar werk zou vergemakkelijken: een groter vertrouwen van de maatschappij ’dat wij het beste met kinderen voor hebben’. En minder bureaucratie, minder ’papier’ en ’indicatiecommissies’. „Want er is nog nooit een kind veiliger geworden van een extra stuk papier.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden