Angstzweet, pijn en bloed in het Colosseum

Voor de leeuwen In Hollywoodfilms zijn gladiatoren vaak helden die een langdurig tactisch gevecht voeren. In werkelijkheid waren het slaven die elkaar enkele minuten te lijf gingen. In Museum Het Valkhof in Nijmegen opent zaterdag een tentoonstelling over dat deel van de Romeinse geschiedenis.

Het was vast angstaanjagend. Enorm intimiderend. Een gladiator die de gigantische arena van het Colosseum in Rome moest betreden, zal in doodsangst hebben gezweet. Hij zal zijn hart hebben voelen bonzen wanneer hij tienduizenden mannen en vrouwen op de enorme tribunes overal om hem heen hoorde joelen. Die wilden hem in een bloedig gevecht zien: twee gladiatoren moesten elkaar met zwaarden, dolken en drietanden te lijf gaan. Hij moest maar hopen dat hij de strijd door zijn training, kracht, moed en een beetje geluk zou winnen.

In dat geval kon de gladiator de arena met een lauwerkrans op zijn hoofd verlaten. "Dan was hij een held", weet Annelies Koster, archeologe bij Museum Het Valkhof in Nijmegen en even op bezoek in het Colosseum. "In de Romeinse tijd werden de winnaars van de gladiatorengevechten vereerd. Voor een moment. Gladiatoren waren de helden van de dag."

In Het Valkhof is van 1 oktober tot 5 maart een tentoonstelling te zien waar Koster inhoudelijk verantwoordelijk voor is en die 'Gladiatoren. Helden van het Colosseum' heet. De expositie bestaat uit 160 voorwerpen, waaronder grafstenen en mozaïeken met gladiatorengevechten erop, en muurschilderingen uit gladiatorenkazernes.

Toch waren verreweg de meeste gladiatoren die in het belangrijkste amfitheater van het oude Rome vroeg of laat aan hun einde kwamen helemaal geen helden. Oké, een succesvolle enkeling werd rijk en beroemd en kreeg opgewonden echtgenotes van senatoren achter zich aan. "Die gladiatoren zou je kunnen vergelijken met de Formule-1-coureurs van onze tijd", meent Rossella Rea, directrice van het Colosseum en conservator van de tentoonstelling. Maar alle andere gladiatoren - alleen al in dit amfitheater hebben er van de eerste tot de vijfde eeuw na Christus waarschijnlijk ergens tussen de 50.000 en de 100.000 gevochten - hadden helemaal geen heroïsch leven. Het waren voornamelijk slaven, krijgsgevangenen en veroordeelde misdadigers, die zaten opgesloten in kazernes waar ze werden gedwongen om te trainen. Meestal sneuvelden ze binnen een jaar. Hun korte bestaan - veel gladiatoren haalden de dertig niet - eindigde in een gewelddadige dood, waarna hun verminkte lichamen roemloos de arena uit werden gesleept.

Lijkspelen

Het grootste deel van de voorwerpen op de tentoonstelling in Het Valkhof komt niet toevallig uit Italiaanse musea: de gladiatorengevechten zijn waarschijnlijk in de vierde eeuw voor Christus in de omgeving van het huidige Napels ontstaan. Toen waren het lijkspelen, een soort godsdienstige eerbetuigingen aan de overledenen. In dat deel van Zuid-Italië zijn muurschilderingen in graftombes gevonden met daarop gewonde mannen die twee aan twee vochten, onder leiding van een scheidsrechter in een witte mantel. Bij opgravingen zijn er bovendien meerdere amfitheaters, die werden gebouwd voor de gladiatorengevechten, tevoorschijn gekomen. En in Pompeï, dat in 79 na Christus door een uitbarsting van de Vesuvius werd bedolven, is een gladiatorenschool met uitrustingen van de mythische vechtjassen aangetroffen: loodzware helmen, beschermende beenplaten en schouderplaten, zwaarden en schilden - voorwerpen die nu naar Nijmegen zijn overgebracht.

Toen het Romeinse Rijk van een republiek veranderde in een keizerrijk kregen gladiatorengevechten een andere betekenis: het werden gratis spektakels die de machthebbers organiseerden om te laten zien hoe rijk ze wel niet waren, om het volk te vermaken en tegelijkertijd stemmen te winnen. De Italiaanse archeologe Federica Guidi schrijft in haar boek 'Morte nell'arena' (Dood in de arena): "Het organiseren van de spektakels staat gelijk aan het voeden van een potentiële poel van kiezers, die zich de overvloedige inspanningen van deze of gene kandidaat op het juiste moment zullen herinneren."

Want overvloedige inspanningen waren het. Met name de shows in het Colosseum konden ongelooflijk groots worden aangepakt, en meerdere dagen duren. De zomerse inwijding van dit immense amfitheater, door keizer Titus in 80 na Christus, duurde maar liefst honderd dagen; er moesten 10.000 gladiatoren voor opdraven.

Zo'n dag begon daar 's ochtends met dierengevechten. Wilde beesten als olifanten, leeuwen, krokodillen, buffels en neushoorns werden speciaal uit Afrika gehaald en hongerig de arena in gejaagd. "De beesten vochten tegen elkaar, of tegen getrainde jagers, en soms ook tegen misdadigers die ter dood waren veroordeeld. Ze symboliseerden de overwinning van het beschaafde Rome op de ongeciviliseerde natuur. Het moeten ware bloedbaden zijn geweest", vertelt directrice Rossella Rea terwijl ze in de arena rondstapt. "Tegen lunchtijd was het tijd voor de executies van ter dood veroordeelde misdadigers. Die werden gekruisigd of verbrand of hun keel werd doorgesneden. Het diende als afschrikmiddel: mensen, dit is je lot als je een misdaad pleegt."

Kleurige veren

's Middags was het de beurt aan de gladiatoren. Die vochten in meerdere stellen tegelijk, tussen muzikanten en decorstukken als palmen en struiken. De gladiatoren werden door hun eigenaren meestal zodanig uitgerust met wapens en schilden, en zodanig tegen elkaar opgesteld, dat ze ongeveer even sterk waren. Rea kijkt omhoog naar de tribunes. "Het publiek had geen brillen en veel toeschouwers zaten heel hoog. Om toch goed zichtbaar te zijn, droegen de gladiatoren kleurige veren op hun helmen. De mannen die waren gespecialiseerd in het vechten met een net en een drietand waren waarschijnlijk het populairst, want die zijn het vaakst afgebeeld in mozaïeken."

Dat de gladiatoren eerst tijd voor een warming-up hadden en vervolgens aan een langdurig, tactisch gevecht begonnen is volgens de directrice van het Colosseum een fabeltje. "Die Amerikanen met hun films overdrijven altijd zo. Niks geen warming-up, de gladiatoren gingen er direct tegenaan. Hun gevechten duurden niet langer dan een paar minuten. Dat ze daarbij stierven was geen uitzondering, maar ook niet de regel. Want hun eigenaren, in feite een soort impresario's, hadden er alle belang bij om hun kostbare waar in leven te houden. Als de strijd onbeslist was, konden de schreeuwende toeschouwers door middel van het opsteken van hun middelvinger aangeven wie volgens hen de verliezer was." Die kon gratie van de keizer krijgen, maar ook een dodelijke dolk in zijn nek.

Tegen zonsondergang werd de boel opgeruimd en schoongemaakt. Het eetbare vlees van de gedode dieren werd verdeeld onder het publiek; de keizer kreeg de slagtanden van de olifanten. Het zand, dat in de arena was gestrooid om al het bloed te absorberen, werd verschoond. De directrice trekt een vies gezicht wanneer ze zegt: "Ik wil er niet aan denken wat een gore bende het moet zijn geweest en hoe vreselijk het moet hebben gestonken."

In de vijfde eeuw kwam er een eind aan de gladiatorengevechten. Het Romeinse Rijk takelde af, de kosten van zulke spelen waren voor de elite nauwelijks nog op te brengen en bovendien was het christelijke geloof inmiddels flink opgerukt. Archeologe Federica Guidi schrijft: "Een goed christen mocht geen plezier beleven aan het lijden van anderen." Zij houdt het erop dat het laatste gladiatorengevecht rond het jaar 438 heeft plaatsgevonden.

De overwinnaar Satornilos

De mannen die vochten met een drietand waren waarschijnlijk het populairst.

Tegen lunchtijd was het in het amfitheater tijd voor de executies van ter dood veroordeelde misdadigers

Gladiatorenbeker uit Nijmegen

Helm van een murmillo-gladiator

Provocatores in gevecht

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden