Angststoornissen: Wat kan ik doen als ouder?

(Mark Kohn) Beeld Trouw
(Mark Kohn)Beeld Trouw

Bij een normale ontwikkeling van kinderen hoort angst. Zo zijn kinderen rond 1 jaar vaak bang voor vreemden en vanaf 4 jaar zijn veel kinderen bang voor het donker.

Hieronder ziet u een overzicht van de verschillende stadia van angst die bij een normale ontwikkeling horen.

3 maanden: Schrikreacties, bijvoorbeeld bij plotselinge geluiden

3 - 6 maanden: Schrikreacties, bijvoorbeeld bij mensen met wie het kind een onplezierige ervaring heeft opgedaan, of bij objecten die het kind eng vindt

6 maanden – 2 jaar: Angst voor:

• ouders die weg gaan

• vreemden

• natuurverschijnselen (water, wind)

2 - 4 jaar: Angst voor:

• straf

• dieren

• bloed

4 - 6 jaar: Angst voor:

• beschadiging van het eigen lichaam

• het donker

• gefantaseerde figuren

6 jaar: Gewetensangst: gevoelens van angst voor de dingen die ouders hun kind verbieden of dingen waarvan ouders vinden dat hun kind dat moet doen (verboden en geboden).

Iets stiekem doen en dan schuldgevoelens hebben omdat het eigenlijk niet mag (stiekem een snoepje pakken). Of geen dank je wel zeggen als je iets krijgt en dan later daar spijt van hebben omdat dit niet netjes is. Kinderen krijgenbij gewetensangst schuld of schaamtegevoelens en dit kun je merken aan je kind doordat hij/zij bijvoorbeeld gaat blozen, stotteren, zweten of een onsamenhangd verhaal gaat vertellen.

Je kunt gewetensangt bij jonge kinderen vaak goed zien/merken, maar bij oudere kinderen wordt dit steeds lastiger: er zijn nu eenmaal kinderen die goed kunnen liegen/gevoelens verbergen en kinderen waaraan je het meteen ziet als ze iets verbergen of niet de waarheid vertellen.

6 - 12 jaar: Angst voor:

• beoordeling door leeftijdgenoten

• falen (bijvoorbeeld schoolwerk, sportwedstrijden, presentaties)

• nare gebeurtenissen (dichtbij, zoals echtscheiding van ouders, de eigen sterfelijkheid, oorlog in eigen land)

12 - 18 jaar: Angst voor:

• beoordeling door leeftijdsgenoten van het andere geslacht

• nare gebeurtenissen (verder weg, grootser), zoals (kern)rampen of wereldoorlogen

• ziektes bij zichzelf (aids, kanker)

Wanneer u merkt dat uw kind (bovenmatige) angsten heeft, bespreek uw zorgen dan met uw huisarts. De huisarts kan u na een gesprek verwijzen naar een van de volgende instanties:

a) Bureau Jeugdzorg: bij kinderen met een gemiddelde intelligentie (IQ boven de 85). Bureau Jeugdzorg brengt de hulpvraag in kaart, doet eventueel onderzoek en verwijst naar een passende zorginstelling, zoals: de Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ, bijvoorbeeld Riagg), een ziekenhuis (afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie) of een particulier bureau met psychologen en/of orthopedagogen.

b) Het Centrum Indicatie Zorg (CIZ): bij kinderen met een beneden gemiddelde intelligentie (IQ onder de 85). Deze voert een intakegesprek en verwijst voor onderzoek door naar bijvoorbeeld het Riagg.

U kunt ook zelf direct contact opnemen met deze instanties. Wanneer het nog onduidelijk is wat de intelligentie is van uw kind, kan er op school eventueel een intelligentie onderzoek worden aangevraagd. Een kinderpsychiater, gz-psycholoog of kinderarts onderzoekt uiteindelijk uw kind. Hierbij kan hij gebruik maken van vragenlijsten die de ouders/verzorgers, het kind zelf en de school invullen. Voor het stellen van een diagnose is het belangrijk om te kijken of de problemen zich in meerdere situaties (dus zowel op school als thuis) voordoen. Medewerking van de school aan het onderzoek is daarom wenselijk.

Zie ook:

Wat is het?

Wat kan ik doen als leraar?

Deze informatie werd mogelijk gemaakt door de CED-Groep. Meer weten over hoe u als school met ADHD om kunt gaan? Kijk op de website van de CED-Groep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden