Angstig wachten op hulp

Jongeren met een angststoornis krijgen te weinig hulp. In wijkteams worden hun klachten niet herkend. 'Mijn dochter wacht al een jaar. Ze raakt steeds dieper verstrikt in haar angsten.'

De zeventienjarige Sophie maakte het laatst voor de zoveelste keer mee. Haar handen werden klam. Ze zweette en trilde. Haar ademhaling ging sneller. Ze kreeg hartkloppingen. Alles om haar heen zag ze draaien. Ze wilde wegrennen naar een 'veilige' plek, maar dat ging niet. De angst die haar in zijn greep had, was te sterk.

Al negen jaar lijdt Sophie aan een angststoornis. De bijbehorende paniekaanvallen kunnen haar op elk moment overvallen. Dit keer tijdens een informatieavond op school, omdat haar moeder te laat kwam. Het kan ook gebeuren in de trein of de bus, die ze om die reden mijdt. Ze durft ook niet alleen naar school te fietsen, haar vader moet altijd mee. "Ze leeft in een isolement", vertelt haar moeder die om privacyredenen anoniem wil blijven. "Ik maak me grote zorgen. Mijn dochter wacht al een jaar op hulp die ze dringend nodig heeft, maar niet krijgt."

Sophie wil therapie volgen bij Ipzo, een angstbehandelcentrum in Nijmegen waar ze eerder hulp kreeg. "Het is ons gelukt om de angsten van Sophie onder controle te krijgen, maar we worden gedwongen om haar niet meer verder te behandelen", vertelt hoofdbehandelaar Jan van den Berg.

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg en bepalen zij of jongeren als Sophie specialistische hulp nodig hebben. Hoewel haar huisarts herhaaldelijk heeft aangedrongen op een behandeling bij Ipzo, weigert de gemeente Ede Sophie door te verwijzen. Reden: Ipzo sloot geen contract af met de gemeente. Als ze daar per se behandeld wil worden, moeten haar ouders het volledige bedrag zelf betalen, maar voor hen is 91 euro per sessie te duur.

Een gemeente is niet verplicht om de behandeling van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder te vergoeden, maar moet wel een passend alternatief bieden. Alleen schoot Sophie met die alternatieve therapie weinig op, zegt haar moeder. De nieuwe psychiater keek vooral naar het gezin en niet specifiek naar de angsten, die het meisje onverminderd in hun greep hebben. Volgens Mirjam Drost van het Landelijk Platform GGZ, een koepel van cliëntenorganisaties in de ggz, staat Sophies verhaal niet op zichzelf. Er is een nijpend tekort aan behandelplekken voor angststoornissen; gemeenten kochten ze te weinig in. In plaats daarvan bieden ze vaak algemene psychiatrische hulp aan. "Terwijl voor een angststoornis gespecialiseerde therapie nodig is. Angstspecialisten hebben een aanpak ontwikkeld die effectief is om jongeren te leren met hun angsten om te gaan."

Zo maakt Ipzo gebruik van cognitieve gedragstherapie. Wie angstig is, vertoont vermijdingsgedrag en dat houdt juist de angst in stand. Tijdens haar behandeling bij Ipzo ging Sophie de confrontatie met haar reisangst aan: samen met de behandelaar stapte ze meerdere keren de trein in. "Langzamerhand zie je het gedrag van zo'n meisje veranderen. Het maakt me boos dat we haar op dit moment niet kunnen behandelen", aldus Van den Berg.

Momenteel kampt één op de tien pubers met angstklachten, zo'n honderdduizend jongeren in totaal. Peter Dijkshoorn, jeugdpsychiater en bestuurslid van GGZ Nederland, schat dat slechts 10 procent daarvan wordt doorverwezen. Let wel: ook vóór de decentralisatie werden angstklachten vaak slecht herkend. "Dat ligt deels aan de aandoening zelf: het is moeilijk te bepalen of angst een stoornis is, omdat het kind vaak geen heel zichtbare problemen vertoont", aldus Dijkshoorn.

Verschillende loketten

Maar sinds de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg en de jeugd-ggz, krijgen nóg minder angstige jongeren de juiste hulp, zegt het Landelijk Platform GGZ. Ze wachten een half jaar tot zelfs een jaar op behandeling. Het afgelopen jaar ontving het platform vijfhonderd klachten over jongeren met angstklachten die geen toegang kregen tot zorg, 30 procent meer dan het jaar ervoor.

Dat lange wachten is opvallend: in de Jeugdwet zijn weliswaar geen normen over wachttijden opgenomen, maar er wordt wél verwezen naar de normen uit de Zorgverzekeringswet, voor verzekerde zorg. Hierin staat dat de wachttijd maximaal tien weken mag zijn.

Hoe kan dit? Volgens Drost verdwalen ouders en hun kinderen in het huidige zorglandschap, met alle verschillende loketten. Daarnaast hebben de gemeentes te weinig expertise om angstklachten tijdens de intake te herkennen. In de meeste wijkteams, die in vrijwel alle gemeenten zijn opgezet, werken volgens Drost geen GZ-psychologen of gedragswetenschappers met specifieke kennis van angst. Volgens Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, moeten de wijkteams expertise opbouwen om jongeren juist en snel te kunnen doorverwijzen. Maar hij twijfelt of dit snel gaat gebeuren. "In sommige regio's staan bezuinigingen echt voorop." Dit betekent dat de kwaliteit van zorg afhankelijk is van de regio waar een jongere woont. "Deze versnippering baart mij ernstige zorgen. Behandeling is iets algemeens en mag niet verschillen tussen gemeenten. Iedereen moet gelijke kansen hebben."

Straatvrees

Met Sophie gaat het intussen slecht, vertelt haar moeder. "Ze raakt steeds dieper verstrikt in haar angsten." Drie maanden ging ze niet meer naar school, omdat ze straatvrees kreeg. Hierdoor moest ze naar een lager onderwijsniveau. Haar doel was om vorig jaar met school naar Florence te gaan. "Ze is verdrietig en boos, want dit is haar niet gelukt." Dit ondermijnt haar zelfbeeld en zelfvertrouwen. "Ze weet niet meer wat ze moet doen. Ik heb geprobeerd haar moed in te spreken. Ze moet deze situatie nog zeven maanden volhouden, want dan wordt ze achttien."

Als jongvolwassene kan ze namelijk weer via de huisarts doorverwezen worden naar Ipzo. Ze valt dan niet meer onder de Jeugdwet. "Het is zo frustrerend. De bedoeling is juist om angstige jongeren zo vroeg mogelijk in zorg te krijgen, want een angststoornis heeft een hele goeie prognose", zegt therapeut Van den Berg. Zo kan worden voorkomen dat ze later alsnog veel zwaardere hulp nodig hebben.

De gemeente Ede laat weten het ook 'onwenselijk' te vinden als jongeren niet of onjuiste zorg krijgen. "Dit kan en mag niet in onze gemeente gebeuren", aldus woordvoerder Pepijn Boekhorst. Voor écht specialistische vragen, huren de wijkteams extern een deskundige in. Misschien moeten ze dat voor jongeren met een angststoornis ook doen, zegt Boekhorst. "Wij hopen dat de moeder van Sophie opnieuw met ons contact opneemt, zodat we een verwijzing naar het angstbehandelcentrum alsnog mogelijk kunnen maken."

De echte namen van Sophie en haar moeder zijn bekend bij de redactie.

Autoriteit voor ouders

Het Landelijk Platform GGZ pleit voor een autoriteit met doorzettingsmacht, die ouders bijstaat als hun kinderen te lang moeten wachten op de juiste zorg. Een Kamermeerderheid is voor dit plan. "Het land zou te klein zijn als een kind niet wordt doorverwezen naar een oncoloog voor een behandeling tegen kanker. Kennelijk is het wel acceptabel dat jongeren met ernstige psychische klachten en aandoeningen geen specialistische zorg krijgen. Sinds begin 2015 hebben we regelmatig onderzoek gedaan en geconstateerd dat er veel te lange wachtlijsten zijn. We vinden dat het nu genoeg is geweest", aldus Mirjam Drost van het platform.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden