Angst zorgde voor doorbraken

interview | Hoogleraar migratiegeschiedenis heeft tips voor vergaderende Europese leiders

Ook in de vorige eeuw werden Europese politici geconfronteerd met grote aantallen vluchtelingen en voerden zij op het hoogste niveau overleg over hun opvang. Wat voor lessen kunnen de huidige machthebbers uit hun blunders en resultaten trekken?

Ook al zijn de vluchtelingencrises van de vorige eeuw in veel opzichten niet te vergelijken met de huidige, de beelden die we te zien krijgen lijken wel erg op elkaar, zegt hoogleraar migratiegeschiedenis Marlou Schrover in haar werkkamer bij de universiteit van Leiden. "Als in 1914 Belgische vluchtelingen op de vlucht voor de Eerste Wereldoorlog aankomen in Nederland zie je bijvoorbeeld ook overvolle stations waar mensen eindeloos aankomen zoals je nu in sommige Europese landen ziet. Vrouwen die kinderen achter zich aanslepen, met rugzakken op."

En de foto's van migranten die via het spoor de weg naar een veilig heenkomen zoeken, doen denken aan de jaren dertig toen Joodse vluchtelingen massaal hetzelfde deden. Een ander cruciaal moment was de Hongaarse opstand in 1956. "In de Jaarbeurs in Utrecht werden bedden neergezet, net als nu."

Die parallellen zie je volgens Schrover ook in de pogingen tot overleg over een verdeling van de stroom. "Dat gekaart met vluchtelingen is van alle tijden." Bijvoorbeeld bij de conferentie van Evian in 1938. Vertegenwoordigers van 32 landen en 63 hulporganisaties kwamen toen een week bij elkaar om na te denken over de opvang van Joodse vluchtelingen uit Nazi-Duitsland. Maar het werd een groot fiasco. "Iedereen keek naar elkaar. Wij doen al zoveel, waarom doen anderen niets. Bijna letterlijk de tekst die je nu ook hoort."

En er werden voorwaarden gesteld. Een proces dat zich ook in 1956 herhaalde. Toen was er geen grote Europese conferentie maar werd er wel veel overlegd tussen de hoofdsteden. "De Nederlanders wilden niet meer Hongaren opnemen dan de Belgen en vice versa. Uiteindelijk namen ze er allebei iets meer dan drieduizend op. Ook werd er geselecteerd in de vluchtelingenkampen op 'bruikbare mensen'. Ze wilden geen zigeuners, klaplopers of beatniks opnemen, wel staalarbeiders en mijnwerkers. Bovendien stelde Nederland als eis dat als de Hongaren niet zouden bevallen, Oostenrijk ze terug moest nemen."

Maar in het verleden werden op sommige momenten ook doorbraken bereikt in het Europese overleg. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er de 'Nansen-pas', een tijdelijk document waar stateloze vluchtelingen bijvoorbeeld visa voor de VS mee konden aanvragen. Angst speelde hierbij een rol, stelt Schrover. "Er waren destijds 20 miljoen mensen in Europa op drift. Europese leiders waren bang dat zich in deze groep revolutionairen bevonden die in Duitsland of Nederland een opstand zouden organiseren. Verder vreesden ze de verspreiding van de Spaanse griep die al aan miljoenen levens had gekost."

Ook het succes in 1951 toen in Genève het internationale vluchtelingenverdrag werd getekend is voor een deel terug te voeren op angst. "De Verenigde Staten dreigden op dat moment de Marshallhulp terug te draaien als Europa niet met een oplossing kwam voor de opvang van de tienduizenden vluchtelingen die na de Tweede Wereldoorlog door Europa zwierven. De Amerikanen waren op hun beurt bang voor de opkomst van het communisme in landen als Italië en Duitsland."

De bemoeienis van de Verenigde Staten was destijds een prikkel voor Europa om in actie te komen. Schrover vindt het jammer dat de VS nu juist de grote afwezige zijn. Maar dat heeft de Europese Unie vooral aan zichzelf te danken. "Brussel hamert er voortdurend op dat deze vluchtelingencrisis dé testcase voor de Europese Unie is. Dat geeft de Verenigde Staten de gelegenheid om achterover te leunen. Als ik Merkel was, zou ik snel beginnen met Obama het hof te maken. De Verenigde Staten zijn echt nodig bij de opvang van de Syriërs."

Is er volgens Schrover nog een andere les uit het verleden die de Europese leiders vandaag kunnen gebruiken? "Laat hulporganisaties zoals de UNHCR aanschuiven bij het overleg. In 1951 hebben zij bijvoorbeeld een heel positieve rol gespeeld. Zij kunnen direct schijnoplossingen onderuit halen omdat ze de situatie ter plekke kennen. Bijvoorbeeld als een politicus roept dat de vluchtelingen vooral in de regio moeten worden opgevangen. Een hulpverlener kan dan direct voorrekenen dat daar al bijna 90 procent van de vluchtelingen wordt opgevangen en dat er onvoldoende fondsen, water en voedsel beschikbaar zijn. Dat scheelt al weer twee dagen overleggen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden