Angst voor vuile handen maakt witte comités krachteloos

BRUSSEL - “Het kan me geen barst schelen”. Melchior Wathelet werd er ogenschijnlijk niet warm of koud van. Dat een commissie van het Europees Parlement vindt dat de Belgische oud-minister van justitie, zwaar gecompromitteerd door de affaire-Dutroux, geen topfunctie verdient in de Europese instellingen, weerhield hem er eerder deze maand net van zijn functie als rechter bij het Europese Hof weer te aanvaarden.

Nou heeft het EP daar verder ook niets over te zeggen, dus in overtreding is Wathelet niet. Hoe het juridisch zit, zal de Belgen echter worst wezen. Voor hen is de hele kwestie slechts het zoveelste bewijs dat politici en magistraten zichzelf ontslagen achten van de plicht verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden. Opwinden doen ze zich er nauwelijks meer over. Een schouderophalende berusting, ja zelfs onverschilligheid, is in de plaats gekomen van de emotie die een jaar geleden zoveel mensen samenbracht.

“Een plotselinge ontlading”, noemt politicoloog Marc Hooghe de Witte Mars van 20 oktober vorig jaar. Er zat geen sterke vakbond achter en er waren geen weken van voorbereiding aan voorafgegaan. Toch stonden daar ineens 300 000 mensen. En in gedachten waren er nog veel meer. Hooghe: “Het gekke is dat in enquêtes die later zijn gehouden, vijftien procent van de bevolking zegt die bewuste dag in Brussel te zijn geweest. Dat is dus gewoon niet waar. Maar het wijst er wel op dat heel veel mensen zich zo met de gebeurtenis hebben vereenzelvigd dat ze het idee hebben er toch bij te zijn geweest.”

Verdrietig waren die mensen, maar vooral heel erg boos. Maar waarover precies? Bij het ministerie van justitie hadden ze dat ook graag willen weten. Daar werden ze zo wanhopig van de duizenden brieven met bijna evenzovele, vaak tegenstrijdige eisen, dat minister De Clerck ten einde raad maar besloot er een aantal wetenschappers op los te laten om er een prioriteitenlijstje uit te destilleren. “De Witte Mars”, formuleert Hooghe de algemene noemer, “was in de eerste plaats een protest tegen de onverschilligheid van een politiek bedrijf dat zich niets van de gewone mensen aantrekt.”

Heel concrete eisen waren er echter weinig, constateert hij, en zijn er nadien ook niet gekomen. Sommige van de ruim honderd Witte Comité's die op de vloedgolf van de collectieve verontwaardiging zijn geboren, komen specifiek op voor de belangen van kinderen. Het merendeel komt in zijn doelstellingen echter niet veel verder dan 'een betere wereld' of 'een mentaliteitsverandering'.

Het is, zegt Hooghe, auteur van het onlangs verschenen 'Het witte ongenoegen, hoop en illusie van een uniek experiment', een van de redenen waarom je tegenwoordig nog maar zo weinig van ze hoort. Maar er is meer. De 'witte beweging', signaleert Hooghe (33) is een contradictie, het heeft geen kracht gekregen omdat ze die kracht juist afwijst. “Er heerst een enorm wantrouwen tegen iedere vorm van organisatie. Want dat staat gelijk aan vriendjespolitiek, compromissen sluiten, ondoorzichtigheid, eigenlijk al datgene dat de huidige politiek, de partijen, de instellingen wordt verwijten.”

Hooghe: “Maar het is natuurlijk een mythe dat het individu een heel systeem kan veranderen. Het is slechts door de macht van het getal dat mensen druk uit kunnen oefenen op de machthebbers. Ja, de directeur van een bank zal in zijn eentje ongetwijfeld een heel eind komen. Maar dat betekent dus, dat als je weigert je te organiseren, het recht van de sterksten geldt. En dat was nou juist waar de Witte Mars zo boos over was.”

Wie het politieke bedrijf wil veranderen, is zijn conclusie, kan dat alleen door zich ermee te bemoeien. Veel Witte Comité's wijzen dat, bang met pek besmeurd te worden, juist af. De angst voor vuile handen is terecht, vindt Hooghe. Zeker nu het laatste jaar is gebleken dat die van sommige mensen aan de top echt pikzwart zijn. Maar het slaat door als niemand meer betrokken wil raken, zich wil committeren. Dan doet de boze burger wat hij de politicus verwijt; geen verantwoordelijkheid nemen.

Wie het politieke bedrijf wil veranderen, zal bovendien geduld moeten hebben. En juist dat ontbreekt. “Er liggen zeventig wetsvoorstellen om de werking van justitie te verbeteren. Juist de zorgvuldigheid vereist dat dat niet stante pede kan”. Hooghe vindt daarom dat je niet zomaar mag constateren dat 'er toch nooit iets verandert'.

De Witte Mars heeft wel degelijk als waterscheiding gefungeerd. “Al in de jaren zeventig verschenen er studies dat de politieke benoemingen een gevaar vormden voor de kwaliteit van de rechtspraak. En minister De Clerck heeft, toen hij begon, ook gezegd dat hij daar wat aan wilde doen. Maar het bleef een esoterisch thema. Tot het met de Witte Mars bovenaan de politieke agenda werd gezet.”

Hooghe kan er echter ook niet onderuit dat het thema langzaam weer naar beneden zakt. Meneer Wathelet was daar, al eerder dit jaar, een schrijnend voorbeeld van, toen de regering hem, ondanks de ongezouten kritiek van de commissie-Dutroux op zijn functioneren, weer op de voordrachtslijst voor het Hof plaatste.

“Vorig jaar”, formuleert Hooghe het, “waren de politici even de pedalen kwijt. Maar ze hebben ze weer gevonden.” De fiets is echter wel iets van richting veranderd. De vorige week aangekondigde politiehervorming mag dan niet overal goed zijn gevallen, er gebeurt wel iets 'nadat er twintig, dertig jaar alleen maar over is gepraat'.

Tegelijkertijd toont de oppositie van met name de Waalse socialisten tegen het samengaan van rijkswacht en gemeentepolitie op lokaal niveau aan, hoe sterk de oude reflexen nog zijn. “De burgemeesters daar zijn heel bang hun koninkrijkje kwijt te raken.” Meer nog dan in Vlaanderen is het daar de lokale partijbons die de touwtjes in handen heeft. Het is wellicht een deel van de verklaring waarom er zo opvallend veel meer franstalige dan nederlandstalige Witte Comité's zijn.

Opiniepeilingen wijzen uit dat het vertrouwen van de gemiddelde Belg in de politiek, de rechtspraak en het overheidsapparaat het afgelopen jaar niet noemenswaardig is veranderd. Erg hoog was het in België toch al nooit en het vertoont daarin veel meer overeenkomsten met de Mediterrane landen dan met die in Noordwest-Europa. Opvallend is wel dat er geen enkele partij is die met dat ongenoegen aan de haal is weten te gaan.

Het Vlaams Blok, anti-politiek bij uitstek, doet het nu niet beter. “Veel Belgen verwerpen momenteel het politiek systeem zo totaal, dat voor hen alle partijen een pot nat zijn. Bovendien heeft het Vlaams Blok ook totaal geen antwoord. Die waren gewend bij alles te roepen dat het de schuld is van de buitenlanders. Maar dat kunnen ze nu toch moeilijk volhouden. Het zijn Belgen die het hebben gedaan en er is ook nog eens een Marokkaans meisje slachtoffer van geworden.”

Even leek er zoiets te zullen komen als een Witte Partij. Die wel voor de nodige opschudding had kunnen zorgen. Want volgens peilingen had een dergelijke partij, begin dit jaar nog, op een grote aanhang kunnen rekenen, in Wallonië zelfs op een absolute meerderheid. Maar juist de immense afkeer van de politiek, iedere politiek, staat de vorming van een dergelijke partij in de weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden