Angst voor vrijheid is motor fundamentalisme

De auteur doet onderzoek naar religieuze diagnostiek bij de Valeriuskliniek te Amsterdam.

DRS. G.J. BACH

Andere kenmerken van het fundamentalisme: het voor letterlijk waar houden van de geschreven teksten, het niet willen opgeven van traditionele waarden en tradities, het vasthouden aan een vast en onveranderlijk wereldbeeld, worden haast overal gecomplementeerd door een patriarchale opvatting van het godsbeeld. God is vooral een man of vertoont sterk patriarchale trekken. De vrouw en meer algemeen het vrouwelijke is verdacht en moet in de huiselijk-moederlijke sfeer dienstbaar aan de man c.q. de vader blijven.

Gevaarlijk

Vrouwen mogen derhalve niet in het ambt, vrouwen mogen geen eucharistie voltrekken, vrouwen moeten gesluierd blijven. De blik van de vrouw, de macht van de vrouw is principieel verdacht en gevaarlijk.

Op een dieper niveau is het vrouwelijke, het intuitieve en gevoelzame verdacht. Wat Jung de wereld van de anima zou noemen.

Dit strookt met het wezenskenmerk van het fundamentalisme, de angst voor de (vrije) ervaring, die immers onberekenbaar en vaak niet hanteerbaar is, zeker wanneer het gaat om de religieuze ervaring. De religieuze ervaring die ieder dogma, dat immers gestolde ervaring is, ontzenuwt. De unieke religieuze ervaring die een God in het diepst van mijn gedachten poneert, een God die niet te generaliseren valt, die niet meer te hanteren en te manipuleren is.

Als bovendien angst voor vrijheid de motor van het fundamentalisme is, waardoor wordt die motor dan aangedreven? Hoogstwaarschijnlijk is dat de vervreemding die op alle fromnten oprukt. Vooral in die culturen die het meest geteisterd worden door vervreemding en bedreiging. De materialistische Amerikaanse wereld, de in hun oude superioriteit belaagde arabische culturen, vooral agrarisch georienteerde Nederlandse gebieden.

Toch zal er een predispositie in het karakter van de fundamentalistische mens aanwezig moeten zijn waardoor hij zijn heil zoekt in fundamentalistische oplossingen voor zijn bestaansangst.

Tradities

Op zichzelf is er niets op tegen wanneer de mens zich bezint op zijn fundamenten. Dat zijn de wortels, de tradities en waarden van de geslachten waaruit hij stamt en waaruit hij kracht put. Bezinning op deze wortels geeft identiteit en vormt een draagvlak (fundament) waarop de mens de bedreigende en onherbergzame wereld tegemoet kan treden.

Waaraan is dan die typische pervertering in het fundamentalisme te wijten? Fundamentalisme dat immers onbekendheid en onzekerheid afweert en afstraft, afwijkenden veroordeelt en verkettert en licht tot fanatisme en dweperij verwordt. Een grote manoeuvre tegen de vrijheid van lichaam, ziel en verstand.

Die predispositie, die voorbestemdheid, moet mijns inziens gezocht worden in een vroeg ontwikkeld fundamenteel wantrouwen in de wereld. Erik Erikson gebruikte de termen basic trust en basic mistrust om aan te geven dat het aan het begin van het leven goed maar ook al snel scheef kan gaan.

De oerervaring die het zeer jonge kind met zijn omringende wereld heeft, genereert hoop, openheid en vertrouwen of een fundamenteel wantrouwen. Door de ervaring van zekerheid en geborgenheid voelt de baby zich veilig om de wereld te gaan ontdekken. Bij gemis daarvan kruipt hij in zijn schulp weg om gereserveerd af te wachten wat zich aandient. De eigen emoties, de eigen ervaring, zijn verdacht wanneer het kind er niet in bevestigd is.

De behoefte om vast te houden, te reguleren en te formaliseeren wat bekend is en zekerheid verschaft, is kenmerkend voor het fundamentalisme wanneer zich dat op latere leeftijd ontwikkelt. Het 'geloof der vaderen' geeft altijd meer houvast dan het geloof in zichzelf en eigen kunnen. Het geloof in het feilloze richtsnoer van de eigen emoties is het meest verdacht. Daar heeft het jonge kind indertijd toch in het geheel geen garen bij kunnen spinnen.

Toekomst

Het resulteert in een levenshouding met oogkleppen op en oordoppen in. Alles wat buiten de geeigende kaders valt moet worden buitengesloten want het is letterlijk levensbedreigend. De toekomst is daarbij het meest beklemmende issue. Alles wordt in het werk gesteld om die onzekere en onberekenbare toekomst in de macht te krijgen.

Bij empirisch onderzoek naar religieus-existentiele thema's in gesprekken van psychiatrische patienten met geestelijk verzorgers in Nederland bleek het thema toekomst zeer hoog te scoren. Mensen in crisis maken zich zorgen over hun eigen toekomst, over de toekomst van de wereld, van hun aarde.

Toch moet de neiging tot fundamentalisme niet alleen als ziekelijk worden uitgelegd. Het is de in ieder mens aanwezige gezonde behoefte aan basiszekerheid. Wanneer die bedreigd wordt door sociale omstandigheden, door ingrijpende politieke veranderingen, door geloofs- en waardenverval, door stormachtige ontwikkelingen in wetenschap en technologie waardoor het leven onherbergzaam wordt, dan is een terugval tot, een regressie naar oude zekerheden die al lange tijd opgeschreven staan en vastomlijnd zijn, alleszins te begrijpen.

Ook crisis in het persoonlijke leven - verlies door dood, scheiding, arbeidsongeschiktheid en ziekte - kan tot een zekere fundamentalistische neiging aanleiding geven.

Ondanks zijn rigiditeit en fanatisme moeten we het fundamentalisme als levenshouding nageven dat het niet wil vervallen tot cynisme, tot de hondse zwartheid van de zinloosheid van het leven. In fundamentalisme is nog altijd een spoor van hoop en verwachtig te ontwaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden